Waarom jouw ijdele baas niet meteen een ‘narcist’ is

Narcist. Niet het soort scheldwoord dat je gebruikt in het verkeer. Meer voor mensen die je iets beter kent. Een ex, een manager, een kennis of een politicus die je vaak op tv hebt gezien. Het bekt lekker en het komt net iets intelligenter over dan ‘achterlijke gladiool’ of ‘kwal’. Intussen weet vrijwel niemand wat narcisme echt is. Psychotherapeut Frans van Schalkwijk schreef er een boek over.

Narcisme is op het moment een populaire diagnose aan de borreltafel. Je ziet de term ook veelvuldig terugkomen in krantenstukken en columns, zeker in relatie tot de huidige president van Amerika. Als je aan mensen in de kroeg vraagt wat dat nu helemaal is, narcisme, dan zullen ze waarschijnlijk antwoorden dat dit betekent dat iemand enorm ijdel is. Egoïstisch. Zelfingenomen. Of graag bejubeld wordt.

Psychotherapeut en psychoanalyticus Frans van Schalkwijk begon zich eraan te ergeren: ‘Narcisme slaat tegenwoordig op alles wat neigt naar domheid, ijdelheid, materialisme of egocentrisme. Als bijna alles narcistisch is, wat is er dan in hemelsnaam nog níét narcistisch?’ Daarbij stoort hij zich aan het al te makkelijk labelen van mensen. ‘Etiketten opplakken is makkelijk, maar de realiteit is vrijwel altijd genuanceerder.’

Spiegelbeeld
Immers: iemand die zich ongemakkelijk voelt op feestjes is niet meteen een autist en iemand die nooit moet huilen bij sterfscènes in een film is ook niet meteen een psychopaat. ‘En zelfs als iemand wel aan narcisme lijdt,’ benadrukt Van Schalkwijk, ‘dan nog nog is iemand niet zijn stoornis, maar heeft iemand een stoornis. En diegene lijdt daaronder.”

De tragiek van narcisme is het gevoel dat jij de enige bent die jouw ware zelf kan zien.’

Uit zijn boek blijkt dat ons standaardbeeld van de zelfingenomen, blatende directeur lang niet altijd klopt: ‘Narcisme is geen ziekte waardoor je verliefd naar je spiegelbeeld blijft staren. De tragiek van narcisme zit hem in het gevoel dat jij de enige bent die jouw ware zelf kan zien. Om de eenzaamheid dragelijk te maken, heb jij je in jouw binnenwereld boven iedereen geplaatst. En als je dan toch alleen bent, dan maar aan de top.’ Om deze manier van relaties hebben in stand te houden, zijn narcisten steeds op zoek naar erkenning en bewondering. Dat maakt krenkingen zo pijnlijk; ze raken aan de eenzaamheid die verborgen moest blijven.

Kleurenblind
Het lastige van narcisme is dat patiënten hun diagnose maar moeilijk kunnen aanvaarden: ‘Ze nemen namelijk niet snel iets van iemand aan, omdat ze vaak geen problemen hebben met zichzelf. Ze komen meestal bij een therapeut op aandringen van een partner of een andere naaste. Vergelijk het met kleurenblindheid. Mensen die wel alle kleuren waarnemen verbazen zich over die gebrekkige waarneming, maar kleurenblinden niet. Zo ziet een narcist geen reden om te veranderen: voor hem of haar is het heel gewoon.‘

In zijn boek streeft Van Schalkwijk naar meer compassie voor de narcist, wat hem vrij aardig lukt. Hij legt ook uit hoe het kan ontstaan: ‘Als je ouders of verzorgers je onvoldoende het idee geven dat ze plezier hebben omdat jij er bent, dat je erkend wordt en dat al je emoties herkend worden, dan kan ongezond narcisme ontstaan.’ Een interessant boek, waardoor je erachter komt dat ‘achterlijke gladiool’ misschien toch zo’n slecht scheldwoord niet is.

Narcisme, Frans van Schalkwijk, Amsterdam University Press
Verschijnt: april 2018