Wat vindt de wetenschap van yoga?

Zo’n 600.000 Nederlanders rollen geregeld hun yogamat uit. Het idee: lichaam en geest in balans brengen met lichte inspanning. Ondanks de schier eindeloze rij van vermeende positieve effecten blijft het echter de vraag of yoga echt ‘helpt’ – en waartegen dan. Een korte verkenning.

Tekst: Bart van Ratingen

Yoga is een verzamelnaam voor een aantal verrichtingen die onderling behoorlijk kunnen verschillen. Het maakt nogal uit of je Hatha yoga beoefent (‘yoga light’) of Jivamukti yoga (‘power yoga’). Hoe dan ook, de gemene yogadeler is het geconcentreerd uitvoeren van meer of minder uitdagende lichamelijke oefeningen – soms dynamisch, soms statisch – in combinatie met het controleren van de ademhaling. Veel beoefenaren zeggen er relaxter van te worden, en in ieder geval leniger.
Hoewel de meeste moderne yogavormen rond 1920 zijn ontstaan en geen spirituele wortels hebben, kleeft er duidelijk iets mystieks aan yoga. Yogaoefeningen hebben bijzondere namen – zoals Tadasana (berg) en ‘Virab hadrasana’ (strijder) – en sommige docenten drukken zich uit in nogal zweverig jargon: ‘deze houding helpt ons onze goddelijke natuur te laten ontwaken en het leven te vieren’.
Nuchter beschouwd zou je yoga gewoon een sport als alle andere kunnen noemen. Sterker nog: yoga is wereldwijd een van de snelst groeiende ‘sporten’ – alleen al de Verenigde Staten tellen zo’n 20 miljoen beoefenaren. Er is een hele industrie ontstaan rondom yogamatten, yogamuziek, yogadrankjes en yogatijdschriften. En de doelgroep is aantrekkelijk: doorgaans vrouw en hoogopgeleid.

Herseninfarct
Een aantal jaar geleden deed het Amerikaanse National Center for Complementary and Alternative Medicine onderzoek naar de effecten van yoga. Deze bleken voornamelijk fysiek en vergelijkbaar met die van fitness. Yoga is, mits correct uitgevoerd, goed voor je lijf omdat bewegen nu eenmaal goed is voor je lijf. Daarbij is het tussenzinnetje ‘mits correct uitgevoerd’ nogal essentieel, getuige het boek The science of yoga: The Risks and the Rewards van NYT-wetenschapsredacteur Bill Broad.
Zelf jarenlang fervent yogabeoefenaar deed Broad onderzoek naar welke yogaclaims wetenschappelijk konden worden onderbouwd. Tot zijn groeiende ontsteltenis kwam hij erachter dat yoga bepaald niet altijd gezond is. Zo constateerde hij een aanzienlijke toename van het aantal yogablessures: verzwikkingen, verstuikingen, ontwrichtingen en breuken. Ook bleken sommige oefeningen – zelfs correct uitgevoerd – zwaar belastend voor de nekwervels. Een Amerikaanse vrouw hield daar zelfs een herseninfarct aan over. Aan een Nederlandse NRC-journalist vertrouwde Broad toe: “Yoga is extreem goed en extreem slecht. Andere sporten leiden ook tot blessures, maar nooit tot een herseninfarct. Het gaat om je hersenen, je spot met de fundamentele sturing van je lichaam.”

Afrodisiacum
Feit is dat yogaoefeningen ooit bedacht zijn voor Indiërs die indertijd veel op de grond zaten – niet voor online marketeers die de hele dag gestrest achter hun Mac zitten. Daarnaast kun je je vandaag de dag in een half jaar tijd omscholen tot ‘gecertificeerd yogadocent’ – een nogal wankele basis voor het begeleiden van dertig cursisten. Toch trof Broad in zijn zoektocht naar de wetenschappelijke onderbouwing van yoga niet alleen ellende aan. Zo is er wél wetenschappelijk bewijs dat yoga je seksleven kan verbeteren. Bij bepaalde houdingen komen namelijk hormonen vrij die werken als een afrodisiacum. “Uit klinisch onderzoek”, schrijft Broad, “blijkt dat zowel mannen als vrouwen die net met yoga zijn begonnen méér genot en bevrediging ervaren, en zich sterker emotioneel verbonden voelen met hun partner.”
De meeste ‘erkende’ mentale positieve effecten van yoga – minder stress, minder somberheid, angstreductie – zijn zeer waarschijnlijk het gevolg van het feit dat een yogales voor veel mensen een toevluchtsoord is om te ontspannen. Om even ‘stil te zijn’ in hun hoofd en uit de gekte te stappen. Je te concentreren op niets anders dan het aannemen van de correcte houding en in- en uitademen. En dat werkt.