Verschrikkelijke ikke

Individualisme anno nu

Vraag een willekeurige Japanner wat belangrijker is, de gemeenschap of het individu, en hij zal zonder twijfelen kiezen voor de gemeenschap. Stel een gemiddelde Nederlander dezelfde vraag en de kans is groot dat het antwoord diametraal verschilt. We leven in de hoogtijdagen van het individualisme, een filosofisch standpunt waarbij de gedachtegangen en de rechten van het individu boven het belang van de gemeenschap worden geplaatst. Maar met dat zo vertrouwd voelende individualisme lijkt wat aan de hand te zijn. Dirty Science ging op onderzoek uit.

Eerst maar eens terug in de tijd – back to the roots. Het moderne Westerse individualisme ontstaat in de renaissance, een tijd waarin wetenschappers en filosofen zich beginnen te ontworstelen uit de houdgreep van de katholieke kerk. Waar mensen met een onwelgevallige mening in de eeuwen ervoor geregeld door priesters of regenten op de brandstapel gezet worden, wint het idee dat mensen zonder angst voor hun leven moeten kunnen denken, spreken en schrijven vanaf de 14e eeuw geleidelijk aan kracht. Met de Amerikaanse grondwet van 1788 wordt dit individualistische grondrecht in het Westen verankerd als een niet weg te denken fundament van onze cultuur.
Kortom, het Westerse individualisme is in historisch opzicht noch oud, noch vanzelfsprekend. Zo was in de Griekse democratieën die we als de wieg van onze beschaving beschouwen het collectief veel belangrijker dan het individu. Plato vergeleek de maatschappij graag met een lichaam, waarin ieder orgaan – hoe schijnbaar onbeduidend ook – zijn plaats moet kennen om het geheel gezond te houden. En Aristoteles verklaarde dat een man die geen bijdrage wilde leveren aan zijn gemeenschap niets anders dan een beest kon zijn (of een god).
Pas in de 17e eeuw draait de wind en komt de moderne verhouding tussen individu en maatschappij in beeld. Vroege liberale denkers als John Locke en Thomas Hobbes stellen dat de overheid er is om burgers voor willekeurig geweld en diefstal te behoeden. Ofwel: ask not what you can do for your country: ask what your country can do for you. Een staat die haar burgers niet (goed genoeg) verzorgt, verliest haar legitimiteit – waarover later meer.

Authentieke expressie van waarachtige emoties
Een kleine eeuw later begint ook in de kunsten het individualisme zich te manifesteren. In de Romantiek keren dichters en schilders zich af van het idee dat zij een taak hebben in de zoektocht naar universele schoonheid of waarheid. Kunst is niet langer een middel om machthebbers te vleien of het volk te onderwijzen, en kunstenaars ontgroeien hun historische reputatie als een soort veredelde ambachtslieden. De idee ontstaat dat goede kunst een authentieke expressie van je waarachtige emoties is – en daarmee ontstaat de individualistische mythologie van de kunstenaar als eenzaam genie of dagdromende excentriekeling.
Dat nieuwe perspectief blijkt overigens buitengewoon hardnekkig: onze hedendaagse beroemdheidscultus en onze collectieve obsessie met de privélevens van celebrities valt te zien als een moderne uiting van datzelfde romantische individualisme.
Hoe dan ook: het moderne individualisme is een kluwen van ideeën die zich in de loop der eeuwen diep in ons collectieve bewustzijn genesteld hebben. Los beschouwd valt er weinig tegenin te brengen: individuen hebben de vrijheid om te denken en zeggen wat ze willen, de overheid is er voor de bevolking en niet andersom, en de individuele menselijke ziel is een fascinerende bron van kunstzinnige inspiratie. So far, so good.

Blokkeerfriezen
Maar de laatste tijd lijkt er met dat hoogstaande individualisme wat aan de hand. Steeds meer mensen associëren individualisme namelijk niet langer met vrijdenkende filosofen, autonome cowboys en excentrieke artiesten, maar met asociale internetreaguurders, graaiende bankiers en selfie suicides. Boze burgers, gele hesjes, korte lontjes, tokkies, aso’s, hufters, graaiers en blokkeerfriezen: bijna dagelijks berichten de media over het ‘doorgeslagen individualisme’ in onze samenleving. Mensen die in de eerste plaats aan zichzelf denken zijn natuurlijk van alle tijden, maar we lijken een kritieke massa bereikt te hebben. Individualisme lijkt meer en meer synoniem te zijn geworden met asociaal egocentrisme. Watskeburt?
Conservatieve cultuurcritici wijzen ter verklaring vaak op het verdwijnen van traditionele structuren die een tegenwicht boden voor het individualisme. In de mondige jaren zestig werden universiteiten bezet en ‘gedemokratieseert’, stroomden de kerken leeg en begon de Nederlandse maatschappij heterogener en diverser te worden. Zonder cultureel en spiritueel leiderschap om het individualisme in te tomen werden we moreel op onszelf aangewezen, met alle (asociale) gevolgen van dien: we doen inmiddels gewoon wat onszelf goeddunkt. Dat de moderne mens de hele dag ongestraft en anoniem zijn gal kan spuwen op (a)sociale media, helpt trouwens ook niet mee.
Denkers ter linkerzijde zoeken de ondergang van de onderlinge solidariteit liever in onze ‘neoliberale’ kapitalistische samenleving, waarin we allemaal elkaars concurrenten geworden zijn en alleen nog vorm kunnen geven aan onze identiteit door te consumeren, in plaats van met elkaar een waardig en betekenisvol leven na te streven. Een beweging als de gele hesjes is het logisch gevolg van een overheid die haar burgers steeds minder beschermt tegen de stormachtige grillen van het grootkapitaal – en dus haar eigen bestaansrecht ondermijnt.

Gevaarlijke mutatie
De conclusie luidt dat het individualisme diep verweven is met onze Westerse cultuur: we hebben er verworvenheden als vrijheid van meningsuiting, universele mensenrechten en een bijzonder rijke kunstgeschiedenis aan te danken. Maar dit individualisme ontstond in een context van robuuste collectieve instituties – kerken, vakbonden, familiebedrijven – en in een wereld die de gemiddelde mens een veel rijkere sociale bedding bood dan de hedendaagse samenleving. Onder druk van institutionele uitholling, extreem consumentisme en razendsnelle, stuurloze technologische ontwikkelingen lijkt het individualisme een gevaarlijke mutatie te hebben ondergaan. Filosoof Harry Kunneman spreekt in dat kader van een pre-naissance: een tijdperk waarin de noodzaak voor nieuwe morele kaders zich aandient. Het is te hopen dat de barensweeën niet veel langer op zich laten wachten.

Individualisme: drie lees- en kijktips

Harry Kunneman, Voorbij het Dikke-Ik (2009)
Lompheid, minachting voor andersdenkenden, zelfingenomenheid, onverzadigbaarheid, ijdelheid, zelfverrijking: Harry Kunneman schetst het extreme individualisme (het ‘dikke-ik’) van ons tijdperk in geuren en kleuren. Dit boek stond in 2015 in het middelpunt van de belangstelling, toen de Tweede Kamer een debat voerde over het oprukkende egocentrisme in Nederland. Kunnemans diagnose blijkt scherper geformuleerd dan de oplossingen, die al gauw opstijgen tot een onnavolgbaar abstractieniveau. Toch de moeite waard: Kunneman plaatst de wortels van het hedendaagse individualisme op overtuigende wijze in een breed historisch perspectief.

Ayn Rand, The Fountainhead (1943)
Hoewel door velen verguisd om haar extremisme, bleef Ayn Rand decennia na haar dood een van de invloedrijkste denkers in Amerikaanse conservatieve kringen. Ayn Rands blinde geloof in de superioriteit van een compromisloos individualisme heeft een afwisselend vervreemdende, overtuigende en angstaanjagende werking. Verplichte kost voor wie de ideologie van het moderne individualisme wil begrijpen en nog altijd actueel, getuige de veelgeprezen recente theateruitvoeringen van The Fountainhead door Toneelgroep Amsterdam.

Adam Curtis, The Century of the Self (2002)
Deze fascinerende vierdelige BBC-documentaire van historicus Adam Curtis beschrijft de geboorte van de moderne consumptiemaatschappij en stelt fundamentele vragen over de manier waarop materiële en politieke verlangens worden aangewakkerd door reclame- en PR-bureaus. Het individualisme wordt vaak gepresenteerd als een democratische triomf: je bent vrij om te leven hoe je maar wilt, en alles lijkt te koop. Maar datzelfde individualisme maakt ons sociaal geïsoleerd en uiteindelijk machteloos, stelt Curtis. Een suggestieve en controversiële documentaire die op effectieve wijze onze hedendaagse maatschappelijke en politieke situatie aan de tand voelt.