Bijen weten van niets

Niet alleen mensen hebben kennis van non-existentialisme, ook onze vliegende honingverzamelaars kennen het verschil tussen één en nul. Dat stellen onderzoekers van de Australische technische universiteit RMIT.

Voor een proef gebruikten de professoren kaartjes met een wisselend aantal symbolen erop. Ze trainden vervolgens bijen om op die kaartjes te landen waarop het minste aantal afbeeldingen te zien waren; de insecten bleken in staat om het verschil te maken tussen één en géén afbeelding. De universitaire krachten noemen hun bevinding opzienbarend omdat bijen minder dan een miljoen neuronen in hun hersenen hebben (in onze menselijke grijze massa hebben we bijna 86-duizend keer zoveel verbindingen). Het onderzoek helpt in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, zeggen de professoren, omdat bewezen is dat zelfs met beperkt denkvermogen abstracte kennis te verwerken is.

Nobelprijs voor de Geneeskunde voor nieuwe immuuntherapie tegen kanker

Amerikaan James P. Allison en Japanner Tasuku Honjo hebben de Nobelprijs voor de Geneeskunde gewonnen. Zij krijgen de prijs voor het onderzoek dat ze deden naar een nieuwe immuuntherapie-behandeling tegen kanker.

“Een mijlpaal in het gevecht tegen kanker”, zo noemt het Nobelcomité het onderzoek van de twee. Allison en Honjo deden onderzoek naar het functioneren van bepaalde eiwitten in het immuunsysteem. Eiwitten zorgen ervoor dat het immuunsysteem in werking wordt gezet en bacteriën en virussen afweren. Bij kanker werkt het immuunsysteem echter niet afwerend, het valt niet aan en merkt het niet op.

Allison en Honjo kwamen erachter dat dit komt door bepaalde eiwitten die een remmende werking hebben op dit systeem. Door een stof toe te voegen aan het lichaam kan deze rem eraf worden gehaald en kunnen de eiwitten worden ingezet om tumoren te bestrijden.

Nobelprijs voor de Natuurkunde

De winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde werd dinsdag bekendgemaakt. Deze prijs gaat naar een onderzoek over laserfysica, uitgevoerd door Arthur Ashkin, Gérard Mourou en Donna Strickland. Laatstgenoemde is daarmee de derde vrouw ooit die de Nobelprijs voor de Natuurkunde in ontvangst mag nemen.

De Amerikaanse Ashkin, die met zijn 96 jaar de oudste Nobelprijs winnaar ooit is, ontwikkelde bij dit onderzoek een optische pincet waarmee deeltjes, atomen en moleculen kunnen worden gevangen tussen laserstralen. Hierdoor kunnen deze deeltjes met lichtstralen worden onderzocht en zo nodig gemanipuleerd zonder ze daarbij te beschadigen. De Fransman Mourou en Canadese Strickland ontwikkelde vervolgens de laserstraal. Zij werden door het comité geroemd omdat ze hiermee de weg vrijmaken voor nieuw onderzoek.

Franciscus ontpopt zich tot groene paus

De beroemde pausmobiel is niet bepaald een zuinig modelletje, maar dat wil niet zeggen dat de baas van de katholieke kerk niet om het milieu geeft.

Begin deze zomer hield Franciscus voor het eerst in de geschiedenis een klimaatconferentie in het Vaticaan. Boodschap van de Pontifix Maximus: “Voor ons bestaan zijn we afhankelijk van energie, maar die energie moet onze beschaving niet om zeep helpen.” De oliebazen die uitgenodigd waren voor een audiëntie bij de kerkelijk leider kregen te horen dat hun brandstof de langste tijd gehad heeft en dat ze op zoek moeten naar een minder vervuilend alternatief.

Grootmoeders zilver in strijd tegen plastic soep

Amsterdamse kroegtijgers zijn inmiddels al een tijdje gewend aan het idee dat ze hun gin&tonics, bacos en wodka-sodas zonder plastic rietje moeten wegzetten. Nu moeten ook camping-gangers het stellen zonder hun favoriete eetgerei. Na een proef in de hoofdstad gaat al het plastic bestek in Europa immers in de ban.

Met deze maatregel wil de Europese Commissie de vervuiling van de wereldzeeën, of in elk geval dat deel waarvoor we op het continent verantwoordelijk zijn, met 50% terugbrengen. UNEP, de milieuclub van de Verenigde Naties, bracht begin dit jaar naar buiten dat vervuiling van het wateroppervlak met plastic niet alleen hele schadelijke gevolgen heeft voor de natuur en zeedieren, maar dat ook de mens wordt bedreigd: kleine, vaak onzichtbare stukjes plastic hechten zich aan gifstoffen. Besmette vis kan bij consumptie tot ernstige gezondheidsklachten leiden en in sommige gevallen dodelijk zijn.

‘Zeestofzuiger’

De Delftse superuitvinder Boyan Slat, die vier jaar geleden een ‘zeestofzuiger’ bedacht om de plastic soep te verkleinen die op de oceanen drijft, stelde eerder al in Dirty Science dat zeevervuiling een van de ernstigste milieuproblemen van deze tijd is.

Overigens handelt de EU niet alleen uit wereldverbeterende motieven; ook geld speelt een rol. De totale schade als gevolg van plasticvervuiling van de oceanen loopt volgens Brussel de komende decennia op tot ruim 250 miljard euro. Opvallend is wel dat de EU allang niet meer tot de grootste viezerikken op aarde behoort; in de top-20 komt geen enkel Europees land voor. China, Vietnam en India behoren tot de grootste vervuilers, zo blijkt uit cijfers van UNEP; bij elkaar kieperen de landen jaarlijks enkele honderden miljoenen tonnen aan plastic in de zee.

In een ronkend persbericht waarin het afschaffen van plastic bestek wordt aangekondigd, wijzen Brusselse ambtenaren op een breed aantal alternatieven, waaronder papieren en houten rietjes, mesjes, lepeltjes en vorkjes en het eetgerei uit oma’s zilverla.

Mammoet-kloon moet klimaatverandering tegengaan

Onderzoekers wringen zich in de gekste bochten om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar een groepje wetenschappers van Harvard University maakt het wel heel bont: het team wil de duizenden jaren geleden uitgestorven mammoet tot leven wekken om vegetatie in het voormalige leefgebied van het metersgrote beest te helpen ontwikkelen.

Het harige monster is bestand tegen kou en in zijn trek ploegt hij met zijn enorme poten sneeuw om waardoor de grond bloot komt te liggen en planten eerder kunnen uitbloeien. Daardoor bloeit de steppe op en is het groen in het gebied in staat om meer koolstofdioxide uit de lucht op te nemen, zo is de theorie. De mammoet vreet bovendien kleine boompjes op die een verscheidenheid aan plantensoorten beperken.

De Amerikaanse geleerden kloonden een jaar terug al meerdere cellen van het prehistorische dier. Op een congres in de vroege zomer stelden ze dat ze nog vóór 2020 in staat moeten zijn om een levend embryo te maken. De mammoet – die eigenlijk niet écht mammoet mag heten, het is een kruising met een Afrikaanse olifant – kan worden gedragen in een kunstmatige baarmoeder.

De laatste mammoet blies 2.000 jaar voor onze jaartelling zijn laatste adem uit. Cynisch genoeg zijn wij mensen waarschijnlijk de reden. Ook een verandering van het klimaat droeg bij aan het uitsterven van de mammoet. De geleerden maken voor hun ‘nieuwe mammoet’ gebruik van de Crispr/Cas9-methode; een techniek afkomstig uit onderzoek naar bacteriën.

Nederlandse uitvinders wederom de beste

Chips in onze telefoons, computers en auto’s zijn een stuk kleiner, sneller en goedkoper door onderzoek van Nederlandse ontwikkelaars. En daar mogen we eigenlijk best wel een beetje dankbaar voor zijn. Of ja, dat zijn we eigenlijk ook. Techneut Erik Loopstra, werkzaam bij het Eindhovense ASML, kreeg deze zomer voor zijn baanbrekende werk de Europese Uitvindersprijs uitgereikt samen met zijn Russisch-Nederlandse collega Vladim Banine. De onderscheiding van het Europese Octrooibureau geldt als de hoogste eer voor moderne uitvinders.

Loopstra en Banine droegen in hoge mate bij aan de ontwikkeling van Extreme Ultraviolet Lithography, een techniek waarmee bouwtekeningen voor chips tot nanoprojectie verkleind kunnen worden. Een kleiner ontwerp betekent in de praktijk ook kleinere chips.

Nederlandse wetenschappers en techneuten liggen goed bij de Brusselse uitvindersclub. Vorig jaar nog ging medicus Jan van den Boogaart er met de prijs vandoor. De Nederlander bedacht een test waarmee malaria sneller opgespoord kan worden en het sterftecijfer als gevolg van de ziekte flink kan worden teruggebracht. Het jaar ervóór mocht landgenoot en uitvinder van stabiliteitsprogramma’s voor autobestuurders Anton van Zanten de bokaal op zijn schoorsteenmantel zetten.

Mars was wellicht tóch bewoond

Er is mogelijk toch leven geweest op de Rode Planeet. Dat stelt de Nederlandse astrobiologe Inge Loes ten Kate. De hemeltuurder en haar collegae publiceerden in de juni-uitgave van tijdschrift Science een artikel waarin ze met bewijzen komen dat 3 miljard jaar terug organische moleculen op Mars aanwezig waren en zelfs bouwstenen voor leven.

De wetenschappelijke wereld ging er lange tijd vanuit dat Mars een dode planeet was, of liever gezegd een levenloze massa in het heelal. In de jaren zeventig namen de eerste Marsvoertuigen grondmonsters mee waarin geen organische resten ontdekt werden. Maar uit opgravingen van het NASA-ruimtewagentje Curiosity, dat in 2012 op onderzoek werd gestuurd op de planeet, komen dergelijke sporen wel naar voren.

Ten Kate is overigens voorzichtig om de resten in het mulle Mars-zand direct als bewijs voor leven aan te merken. In haar betoog stelt de wetenschapper nadrukkelijk dat organische stoffen géén levende stoffen zijn, maar dat het zich wel had kunnen ontwikkelen tot leven. “Het hád gekund”, aldus de Utrechtse professor.

Mars staat de laatste jaren in groeiende belangstelling van internationale ruimtevaartorganisaties. Het hemellichaam lijkt meer dan andere planeten op de aarde en geld als serieuze uitwijkmogelijkheid voor als het leven hier door klimaatverandering niet meer mogelijk is. Dan moet het met de temperaturen op aarde overigens nog wel een stukje erger worden. In de zomer geniet je op Mars van een aangename 20 graden, in de poolwinter echter daalt het kwik tot -120. Reden voor die wisseling is de dunne atmosfeer op de planeet waardoor warmte snel opstijgt.

De allesetende haai

Bij haaien denken we toch al snel aan snelle vleesetende jagers, die de oceaan afspeuren voor een zeehondje of zeeschildpad. Een buffet van zeegrassen hoort daar niet bij. Toch hebben Amerikaanse onderzoekers ontdekt dat de kaphamerhaai met alle liefde een weekdier inruilt voor een stukje zeegras.

De kaphamerhaai maakt onderdeel uit van de hamerhaai-familie (roofhaaien) die voorkomen in de Grote en Atlantische oceaan. Dat deze haai vaker te vinden is bij zeegrassen was voor de onderzoekers bekend, al gingen zij er vanuit dat de haai daar op zoek was naar kleine zeediertjes en het zeegras per ongeluk binnenkregen. Samantha Leigh, een van de onderzoekers van de Universiteit van Californië, wilde dit fenomeen verder onderzoeken.

Speciaal dieet

Om erachter te komen hoeveel plantaardig materiaal de haaien kunnen verteren haalde Leigh een vijftal kaphamerhaaien uit de zee die ze in een aquarium onderbracht. Drie weken lang werden een aantal van deze haaien op een speciaal dieet gezet van 90 procent zeegras en tien procent inktvis. Het resultaat was verrassend. Het gewicht van de kaphamerhaai nam toe, daarnaast kwamen de onderzoekers erachter dat de haaien even goed zijn in het verteren van zowel vezels als plantaardig voedsel. Zelfs beter dan een panda. Daardoor konden de onderzoekers concluderen dat de kaphamerhaai zich onder de omnivoren mag scharen, wat best opmerkelijk is aangezien zij verwant zijn aan haaien die alleen maar dierlijke producten tot zich nemen.

Ma wil ons terug in de schoolbanken

Van een eigen bank om de betalingen voor zijn internetplatform te verzorgen, als concurrent van het Nederlandse Adyen (zie elders), tot een nieuw distributiesysteem waarmee zijn producten wereldwijd binnen drie dagen bezorgd kunnen worden. Alibaba-oprichter en miljardair Jack Ma is er maar druk mee. En, als we niet snel iets doen om de jongste generatie bij te spijkeren, krijgt hij het alleen maar drukker, zo waarschuwt hij.

De Chinese ondernemer zegt dat het huidige onderwijs onvoldoende aansluit bij de behoefte in de IT-sector. De last komt daardoor op de schouders te liggen van een klein groepje, steeds ouder wordende ontwikkelaars en ondernemers. Ma deed zijn uitspraken begin juni voor studenten van de universiteit van Hong Kong waar hij een eredoctoraat uitgereikt kreeg. De ondernemer, die zelf een opleiding Engels deed en later meerdere keren werd afgewezen voor alle mogelijke nietsbetekenende baantjes en uit pure wanhoop maar online actief werd, wil dat het lespakket gemoderniseerd wordt en dat twintigers en dertigers terug naar school gaan.

“Internet is mislukt”

Nee, ’t is toch niet helemaal geworden wat hij er van gehoopt had. Tim Berners-Lee, die op 12 maart 1989 het internet oprichtte – of in elk geval voor het eerst contact legde met een andere computer in zijn provisorische netwerk – heeft spijt van zijn vinding. Online was, zo zei hij aan het begin van de zomer op de Alan Turing-lezing in Amsterdam, bedoeld om verschillende culturen met elkaar contact te laten hebben om zo meer begrip te kweken. Tegenwoordig echter maken gebruikers vooral lokale contacten, stelt Berners-Lee.

Wellicht is de Brit enigszins verbolgen over het feit dat hij pas twee jaar terug de Alan Turing-prijs won, een onderscheiding die bekend staat als de officieuze Nobelprijs voor de Informatica.

Overigens is Berners-Lee niet alleen pessimistisch over het internet; in een vraaggesprek aan de UvA waar de lezing gehouden werd, zei hij dagelijks op Wikipedia te zitten, “een eindeloze bron van informatie”. Voor digitale reuzen Google en Facebook is er hoop, maar dan zullen ze hun koers, die nu nog gericht is op het maken van winst en niet op ontwikkeling, danig moeten aanpassen, aldus de prijswinnaar. “Net als in de industriële revolutie in de negentiende eeuw hebben we met de huidige nieuwe uitvindingen ook problemen, van grove misstanden tot uitbuiting en enorme milieuvervuiling. Tweehonderd jaar terug hebben we die problemen overkomen, dat kan nu ook.”

Achter het merk

Sommige logo’s zijn zo bekend dat we ze zelfs zonder merknaam herkennen. Gek genoeg, weten we lang niet altijd wie het design maakte van de wereldberoemde beeldmerken.

Raymond Loewy – Shell (1971)

‘Hoe sexy kan olie nou helemaal zijn?’, moeten de directeurs van het Brits-Nederlandse bedrijf Shell jaren gedacht hebben. Tot de jaren zeventig was het officiële logo van het bedrijf een zwart-witte schelp toen kleuren werden toegevoegd door ontwerper Raymond Loewy en de naam weggelaten. Onduidelijk is wie de schelp als eerste gebruikte.

Jim Schindler – McDonalds (1962)

Nog voor dat de hamburgertent van de gebroeders Maurice en Richard McDondald overgenomen werd en uitgroeide tot een van de grootste franchiseketens ter wereld lieten de oprichter hun logo optekenen door een lokale ontwerper: Jim Schindler. Hij liet zich inspireren door de grote bogen in de drive-through van het eerste restaurant.

Gottlieb Dailmer – Mercedes Benz (1926)

Het Duitse bedrijf Mercedes dankt zijn naam aan de dochter van de oprichter Gottlieb Daimler. Aanvankelijk had die industrieel grotere plannen voor zijn bedrijf dan alleen de productie van auto’s: de driepuntige ster symboliseert de ambitie om vervoersmiddelen te maken voor ‘op land, op het water en in de lucht’.

Carolyn Davidson – Nike (1971)

Sportschoenen-directeur Philip Knight was niet onder de indruk van de ‘Swoosh’, het iconische logo van Nike toen dat aan hem gepresenteerd werd in 1971. De bedrijfsbons zou gestameld hebben ‘I don’t love it, but It will grown on to me.” Nike is nu mede door het herkenbare beeldmerk 28 miljard waard.

John Pemberton – Coca Cola (1886)

Aan het einde van de negentiende eeuw was reclame nog niet zo groot als dat het nu is. Oprichter van het mierzoete frisdrankmerk Coca Cola Frank Mason Robinson liet etiketten p zijn flesjes, inclusief de beroemde letters ontwerpen door zijn boekhouder. Vier jaar later voegde hij de krulletjes aan de letters toe.

Ronald Wayne – Apple (1976)

Het eerste design voor het logo van Apple werd gemaakt door medeoprichter van het bedrijf Ronald Wayne, maar bleek al snel veel te ingewikkeld. Techneut Steve Wozniak verving het door een simpel stukje fruit. Om het niet ‘te braaf’ te maken, stelde directeur Steve Jobs voor om er een hapje uit te laten.

Tsunami’s opgespoord via de kabel

Soms liggen oplossingen voor ogenschijnlijk onoplosbare uitdagingen voor de hand. Je moet ze alleen zien. Of horen. De Britse meteoroloog Giuseppe Marra van het National Physical Laboratorium hoorde bij controle van internetverbindingen onder de Middellandse Zee regelmatig geruis op de lijn, maar kon dat niet verklaren.

Tot hij vorig jaar de storingen vergeleek met een grafiek met seismische storingen. De schokken kwamen overeen met de storingen. Marra wil nu de ruim één miljoen kilometer internetkabel die wereldwijd op het zeeoppervlak ligt gebruiken om aardbevingen snel te kunnen detecteren. Hij heeft daarvoor slechts apparatuur nodig om laser door de leidingen te sturen en een hele beperkte bandbreedte. Marra publiceerde deze zomer zijn bevindingen in tijdschrift Science. Van alle aardbevingen vindt bijna 80% onder het zeeoppervlak plaats. De meeste seismologische meetapparatuur staat op land of aan de kust; plaatsing van de gevoelige machinerie onder water bleek tot op heden bijzonder kostbaar.