Wie is Watson?

Watson – als je hem kent, ken je hem van het spel Jeopardy!. Maar ook steeds meer bestuurders van bedrijven of ondernemers zullen de komende jaren met die supercomputer van IBM te maken krijgen. Watson is dé grote voorloper op het gebied van cognitieve technologie. Hij is niet alleen in staat om eindeloos veel kennis te vergaren, maar beantwoordt ook vragen op een ‘menselijke manier’.

Watson spreekt. En wellicht nog veel belangrijker, Watson luistert ook. Het apparaat doorgrondt 23 natuurlijke talen en begrijpt de toon waarop gebruikers de supercomputer aanspreken. Watson slaat alles op wat hem ‘in gesprek’ verteld wordt. Programmeurs stopten zo’n 200 miljoen pagina’s aan basiskennis in het geheugen van het apparaat.

Het is maar een spelletje!
IBM-hoofdontwikkelaar Ken Jennings kwam met het idee voor Watson na een uitzending van Jeopardy!, de bekende Amerikaanse televisiequiz. Jennings was ook al betrokken bij de ontwikkeling van superschaakcomputer Deep Blue. Die vinding, zo realiseerde Jennings zich, was weliswaar in staat om duizenden mogelijke zetten te vergelijken, maar het apparaat liep vast wanneer de tegenpartij toevallige of bewust onlogische stappen op het bord maakte. De opvolger van het schaakgenie zou meer menselijke eigenschappen moeten hebben, zo oordeelde Jennings.

Watsons hardware werd ontwikkeld met gebruik van IBM’s gigantische Power7-processoren en zogenoemde DeepQA-technologie. Met de naam Watson wilden de bouwers van de supercomputer de oprichter van hun technologiebedrijf eren, Thomas J. Watson. Al in 2007 schoof IBM de eerste versie van Watson naar voren als kandidaat in Jeopardy!, overtuigd van zijn kunnen. Tot hun teleurstelling kon de supercomputer toen niet meer dan 50% van de vragen goed beantwoorden. Hij werd aangepast om ook raadsels en ironisch gestelde vragen te kunnen begrijpen, waarna het technologiebedrijf vier jaar later een nieuwe poging waagde. In de eerste ronde liep Watson gelijk op tegen de twee beste kandidaten uit de geschiedenis van het programma. De tweede ronde won hij echter overtuigend. Watson won bijna 70.000 euro, waar tegenkandidaten met minder dan een derde naar huis moesten.

Operatieassistent
Watson is uiteraard niet alleen ontwikkeld om lekker spelletjesspelers te verslaan. Het platform moet komende vijf jaar een belangrijke tool worden voor verwerking van big data van bedrijven. Inmiddels hebben zo’n 160 partners uit het bedrijfsleven, vooral grote Amerikaanse multinationals, het systeem tot hun beschikking. Nog eens 20.000 ontwikkelaars verdiepen zich wereldwijd in Watson om applicaties voor de supercomputer te bedenken.

Drie jaar terug werd Watson voor het eerst commercieel ingezet voor het evalueren van managementbeslissingen van het Memorial Sloan Kettering Cancer Center. In opdracht van verzekeringsmaatschappij Wellpoint werd de supercomputer gevraagd om de meest effectieve en kostenefficiënte behandeling aan te dragen. Na de succesvolle lancering werd Watson breder ingezet in de medische wereld. Negen op de tien verpleegkundigen die de supercomputer gebruiken, zeggen het advies van Watson op te volgen, zo benadrukt voormalig commercieel directeur van het project Manoj Saxena.

Celebrity Death Hoaxes: als de dood

We overlijden allemaal een keer, zoveel is duidelijk. Maar het moment waarop iemand is overleden, daar is online nog wel eens verwarring over. Verzonnen berichten over het overlijden van vooral bekende mensen duiken de laatste tijd steeds vaker op, compleet met een gedetailleerd verslag van de omstandigheden en ook niet zelden foto’s van de overleden persoon.

Recordhouder als vermeend overledene is de Britse Koningin Elisabeth II. In haar leven werd al vele duizenden malen in diverse media melding gemaakt van de dood van de bejaarde vorstin. Ook Charlie Chaplin, Frank Sinatra en Michael Jackson werden slachtoffer van zogenoemde celebrity death hoaxes, ver voordat ze definitief het loodje legden. Recentelijk pikten vele honderdduizenden bloggers en Twitteraars het bericht op dat Mr.Beanacteur Rowan Atkinson zijn laatste adem had uitgeblazen. Ook dat was niet waar.

In Nederland viel de twijfelachtige eer om voortijdig dood verklaard te worden ten deel aan onder meer Koningin (inmiddels prinses) Beatrix (net als andere leden van de koninklijke familie), oud-premier Jan Peter Balkenende en weerman Erwin Krol.

Het blijft gissen waarom mensen fabels verspreiden over het overlijden van anderen. Het kan een manier zijn om bekenden in diskrediet te brengen, maar ook speelt pure aandacht – en daarmee bezoekers – voor een blog of website een rol. Het is overigens niet aan te bevelen doodverklaringen te gebruiken als online marketingtool; ze kunnen in Nederland leiden tot een veroordeling wegens smaad en laster.

De eerste wereldberoemde onterechte overlijdensverklaring stamt uit 1969, toen schrijvers van het universiteitsblaadje van Drake University bewijs gevonden leken te hebben voor de dood van de populaire Beatleszanger Paul McCartney. De student-journalisten zeiden ‘verborgen boodschappen’ op de laatste LP-cover te lezen. Ook zou de Beatle zich na de breuk van de boyband langere tijd niet in het openbaar hebben laten zien, en zou een prijswinnend McCartney-imitator spoorloos verdwenen zijn. De roddel verspreidde zich razendsnel, zelfs toen de zanger voor de camera verklaarde nog in leven te zijn. De goedgelijkende Brit zou, zo meenden overijverige complotdenkers, een dubbelganger zijn. De hoax leeft zelfs nu nog op internetfora.

Cultuuragenda: week 37

Amsterdam
t/m 17 september
1917, Romanovs en revolutie

Met meer dan 250 objecten uit Sint-Petersburg, heeft deze tentoonstelling exclusiviteit voor West-Europa. Films, foto’s, schilderijen en historische documenten vertellen het indrukwekkende en aangrijpende verhaal van het mondaine Sint-Petersburg en de bloeiende kunst aan het begin van de twintigste eeuw.
Hermitage Amsterdam

Otterlo
t/m 17 september
Arp: The Poetry of Form

Arp had een hechte vriendschap met De Stijlvoorman Theo van Doesburg. Dat is dan ook de aanleiding voor deze tentoonstelling. Arp was een van de meest toonaangevende en invloedrijke kunstenaars van de Europese avant-garde.
Kröller Müller museum

Meer dan 10 optredens per avond, iedere dag van de week

Zo’n tweeduizend artiesten hebben zich al ingeschreven bij Gigstarter, een tool voor opkomende bands, zangers en dj’s om publiek te vergaren en optredens in te plannen. Het platform werd drie jaar geleden opgericht en trekt artiesten vanuit een groot aantal genres: van flamingobands tot jazzensembles en van operazangers tot deephouseplaatjesdraaiers.

Tekst: Floris Müller

Paul de Kuyper, oprichter van het online muziekplatform Gigstarter, leidt me door de krochten van het voormalige Algemeen Handelsbladkantoor in hartje Amsterdam. Het jarendertigpand is zo’n twintig jaar illegaal bewoond geweest; sinds 2015 worden de ruimtes in het voormalige krakersbolwerk verhuurd. Naast een galerie zijn er enkele creatieve ondernemers gevestigd, waaronder Gigstarter. “We willen het hier weer laten leven”, lacht De Kuyper, wijzend op een paar podiumstukken, een kunstwerk en een krat bier in de hoek. “Een keurig net kantoor past niet bij ons. We zitten natuurlijk in een vrij linkse industrie.”

Managementtool
Gigstarter is opgericht om vooral opkomende artiesten te helpen bij het ‘verkopen’ van optredens. “Muzikanten hebben over het algemeen weinig kaas gegeten van marketing. De meesten hebben er ook helemaal geen tijd voor”, stelt De Kuyper. “Intussen wordt optreden steeds belangrijker. Niet alleen om je kwaliteit en stijl te verbeteren, maar vooral omdat optredens tegenwoordig in grote mate je inkomsten als artiest bepalen. Met de online verkoop van nummers verdien je tegenwoordig niet meer zoveel als vroeger met platen en cd’s.”

De Kuyper weet waar hij het over heeft; de ondernemer speelt sinds zijn jonge jaren meerdere instrumenten en is leadzanger in zijn voormalige middelbare schoolband Nootmuskaat.

Gigstarter helpt de artiesten niet alleen met boekingen, maar ook met andere gebieden. Ze kunnen via de site hun agenda indelen, betalingen voor optredens afhandelen en hun volledige administratie bijhouden. “Ons platform moet uiteindelijk dé managementtool worden voor muzikanten. In ieder geval voor diegenen die nog onvoldoende verdienen om een echte manager te kunnen betalen.”

Boekers
Gebruik van Gigstarter is redelijk simpel, vergelijkbaar met dat van verhuurplatform Airbnb. Als je op een profiel klikt, krijg je een uitgebreide uitleg met heel veel foto’s van recente optredens en recente nummers van de artiest. Heb je de muzikant in je regio en binnen je budget en muziekgenre gevonden, dan kun je meteen een optreden regelen. Maar melden zich ook voldoende klanten – of ‘boekers’ in het jargon van Gigstarter – op het platform? “Absoluut”, grijnst De Kuyper. “Op jaarbasis zijn wij verantwoordelijk voor zo’n vierhonderd acts; dat zijn gemiddeld meer dan tien optredens per avond, iedere dag van de week.”

Behalve particulieren die op zoek zijn naar muziek voor een tuinfeest, verjaardag of bruiloft, heeft Gigstarter ook een groeiend aantal bedrijven, kroegen en poppodia als klant. “Om te kunnen concurreren met festivals en grote feesten, moet de horeca iets nieuws bieden. Een aantrekkelijke band, zanger of dj kan daarbij helpen”, aldus De Kuyper.

Spanje
Gigstarter verdient niet aan de profielen van artiesten: inschrijving is gratis, en dat wil de oprichter ook zo houden. Het platform rekent ook geen courtage over de kosten voor geboekte optredens. Alleen voor een PRO-lidmaatschap vraagt het bedrijf een bijdrage: zo’n tien euro per maand. Daarmee, en met de verkoop van banners op de site, genereert het bedrijf een omzet van krap 80.000 euro op jaarbasis. Dat is niet veel, erkent De Kuyper, vooral niet als je bedenkt dat hij zijn winst moet delen met zijn broer Erik en vier andere compagnons. “Maar goed, we willen eerst de markt laten groeien. Daarvoor hebben we onszelf tien jaar gegeven.”

Na een succesvolle lancering in de Benelux, is Gigstarter sinds een jaar ook actief in Spanje. “Mijn moeder is Spaanse en woont sinds enkele jaren weer in Madrid. Daardoor ken ik daar de markt en haar gebruiken”, aldus de ondernemer. “Ik geloof dat we Gigstarter daar net zo’n succes kunnen maken als hier. Zolang we maar trouw blijven aan onze overtuigingen.”

KORT

PAUL DE KUYPER (31) oprichter en mede-eigenaar van Gigstarter
BEGON IN 2012, in 2014 werd het bedrijf officieel een bv
RICHT ZICH OP het vergaren van publiek voor opkomende bands, zangers en dj’s
BIEDT een boekingsplatform waarop artiesten zich gratis kunnen inschrijven
IS ACTIEF IN de Benelux en Spanje
HEEFT INMIDDELS 5 vaste medewerkers
VERZORGT zo’n 400 optredens per jaar, gemiddeld 10 per avond
WIL dé managementtool voor artiesten worden in een groot aantal landen
GENEREERT een omzet van zo’n 80.000 euro

Onbekend en onontdekt: de verborgen pareltjes van Europa

Je wilt er even tussenuit, maar hebt geen zin om in eindeloze kolonnes langs toeristische
hoogtepunten te sjokken in Rome, Parijs of Londen. Duidelijk. Terecht. We hebben gelukkig
prima alternatieven voor je gevonden. In deze steden ontbreken de gedoodverfde
trekpleisters met bijbehorende drommen bewonderaars, maar je komt er qua beleven, doen
en eten meer dan prima aan je trekken.

Gdánsk

Gdánsk, het oude Danzig, lijkt een prachtige oude stad. Dat klopt niet helemaal, want na de Tweede Wereldoorlog was er bijna niets over van deze oorspronkelijke oude Hanzestad aan de Oostzee. Gelukkig zijn er tijdens de wederopbouw wonderen verricht. Het resultaat is een fijne, heel toegankelijke stad met mooie architectuur, die veel wegheeft van die van Amsterdam. Daarnaast vind je er veel cultuur, goede drank en brood met reuzel, hippe winkeltjes en een vrolijke sfeer, vooral in de zomer. Bezoek dan ook even Sopot, het Zandvoort van Gdansk.
Doen: een lekker grote Poolse pint drinken op een van de terrassen in het centrum.

Leipzig

Ga nu nog naar Leipzig, dan kun je over tien jaar zeggen dat je er al was vóór de massa er kwam. Leipzig heeft nog het rauwe randje dat Berlijn in rap tempo aan het verliezen is en trekt kunstenaars uit de hele wereld. Tussen de wat grauwe gebouwen en de bewijzen van de hoogtijdagen van de klassieke muziek – Leipzig was de thuisbasis van bijna alle bekende klassieke componisten, van Mendelssohn tot Wagner – kent Leipzig hierdoor inmiddels prima hipsterplekken voor veganistische ontbijtjes, galeries, concerten op bijzondere plekken en rauwe techno in pakhuizen.
Doen: een bezoek brengen aan de fantastische dierentuin, een van de oudste ter wereld.

Caen

Caen, een stad met zo’n 100.000 inwoners in Normandië, is perfect voor een weekendje Franse stad. Zonder de romantiek en bijbehorende massa’s van Parijs, maar met mosselen, wijn en een levendige mix van klassiek en modern – want ook Caen werd flink verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hier besloten ze de oude belangrijke kerken en abdijen wel te herstellen, maar in de bomkraters nieuwe gebouwen neer te zetten, wat zorgt voor fijn stadje met een eigenzinnige cocktail van hier een oud kasteel en daar een modern plein.
Doen: romantisch door de botanische tuinen struinen.

Bologna

Laat Venetië en Florence lekker voor wat ze zijn en ga naar Bologna. Niet toevallig staat deze universiteitsstad bekend als ‘de meest onderschatte stad van Italië’. Dat betekent dat het er niet non stop zwart ziet van de toeristen, terwijl het er toch barst van de geweldigste oude kerken, schilderingen van Rafaël en prachtige klassieke architectuur. Zoals het een Italiaanse stad betaamt, kortom. Daarnaast is er in Bologna belachelijk veel te proeven. Het is de grootste stad van de streek Emilia Romagna, de bakermat van de Parmigiano Reggiano en de streek van de lekkerste prosciutto. De stad ligt om de hoek bij Modena, waar de beste balsamicoazijn vandaan komt. Kortom, Bologna zal je niet alleen bijblijven in mooie plaatjes, maar wellicht ook in wat welverdiende kilo’s. Al was het maar om de bijnaam van de stad ‘La grassa’ (de vette), eer aan te doen.
Doen: heerlijkheden halen op een van de markten, zoals de wereldberoemde mortadella of
neerploffen in een trattoria voor tagliatelle á ragú. Eet, drink wijn en eet.

De ethische auto

Zelfrijdende voertuigen zijn hip. Tesla is voorloper van een horde fabrikanten die ons een ideaal toekomstbeeld voorschotelen: auto’s die het vervoer slimmer én veiliger maken, die in alle situaties de juiste beslissing nemen en dat beter kunnen dan de mens. Maar autorijden is natuurlijk meer dan een verzameling keuzes tussen A en B. Kunnen we onze heilige koeien vertrouwen om ook juiste morele beslissingen voor ons te nemen?

Het antwoord daarop wordt in belangrijke mate bepaald door de instructies die we onze computer geven. In zijn Foundationtrilogie formuleert de Russische sciencefictionauteur Isaac Asimov drie wetten over het gedrag van robots die later het fundament zullen vormen voor het moderne denken over ethiek en computers. De belangrijkste stelregel: “Robots mogen geen schade toebrengen aan de mensheid.”

Vorig jaar stelde MIT-onderzoeker Iyad Rahwan aan autokopers de volgende vraag: zouden zij een voertuig zouden willen hebben dat in een leven-of- doodsituatie kiest voor een publiek belang door zoveel mogelijk mensen te sparen, of toch een die het welzijn van de bestuurder laat prevaleren, al is dat ten koste van anderen? Deze beslissing is een hedendaagse versie van het trollyprobleem waarmee filosofe Philippa Foot in de jaren ‘80 leken een moreel dilemma voorlegde: een groep tramreizigers kan alleen gered worden wanneer je een zware man naast je van een brug voor het rijstel gooit. Doe je het? Het vraagstuk plaatst auto-ontwerpers voor moeilijke beslissingen: onder welke omstandigheden is het moreel gerechtvaardigd om de rechten van een individu op te offeren om het lot van meerdere anderen te sparen?

De deelnemers aan het MIT-onderzoek kozen overwegend voor een auto die het maatschappelijke voordeel laat gelden boven het individuele lot. Wanneer anderen vaker kiezen voor auto’s met een voorkeur voor het belang van de bestuurder, dan neemt dat enthousiasme af en zullen meer mensen kiezen voor zichzelf. Op die manier zal de algehele verkeersveiligheid afnemen. De vraag of we onze zelfrijdende auto kunnen vertrouwen, hangt kortom niet alleen af van de mogelijkheid om computers beslissingen te laten nemen, maar vooral ook van onze collectieve bereidheid te kiezen voor de veiligheid van anderen.

Dure meters: wat huur je voor 750 euro per maand?

Een startend ondernemer heeft gemiddeld zo’n 750 euro voor kantoorruimte per maand gereserveerd. Een behoorlijk bedrag als je in Friesland of Groningen aan de bak wilt: je huurt voor die som al gauw 150 vierkante meter werkplek, inclusief opslag en een eigen parkeerplaats. Maar misschien net te weinig als je je oog hebt laten vallen op een fijn grachtenpand in Amsterdam.

Tekst: Floris Müller

De kantoorprijzen in de hoofdstad liggen namelijk vandaag de dag op zo’n 125 euro per vierkante meter per jaar. Toch mogen we in Nederland niet echt klagen. Onze hoogste prijzen komen slechts op nummer 50 in de wereldranglijst van duurste kantoorsteden. In Europa moeten we 15 steden voor laten gaan op Amsterdam. Bernie struinde de markt af op zoek naar een werkplek met een budget van 750 euro per maand.

1. Hong Kong, Central: 8m²
Een minuscuul kantoorflatje zonder raam. Hong Kong topt de lijst van duurste kantoorsteden ter wereld. In Central liggen de vierkante meterprijzen op zo’n 750 euro per jaar (ruim 6x zoveel als het Amsterdamse peil). Steek je met de pont over naar Kowloon, dan krijg je voor hetzelfde bedrag 5 metertjes per maand meer.

2. Beijing, Finance Street: 12m²
Een hok van drie bij vier. Beroemde buren als de Chinese Centrale Bank en verzekeringsbedrijf China Life hebben de vierkantemeterprijs in deze groene straat in het centrum van Beijing naar recordhoogte gestuwd: 500 euro per vierkante meter per jaar.

3. London, West End: 14,7m²
Net genoeg voor een bureau, een stoel en misschien een bescheiden kamerplant. In deze chique wijk in het voormalige theaterdistrict van de Britse hoofdstad vind je veel advocatenkantoren en banken. En enkele van de beste pakkenmakers van Londen.

4. New York, Midtown: 14,9m²
Net om de hoek bij Times Square en Central Park. Leuk voor als je familie of vrienden je komen bezoeken. De gemiddelde vastgoedprijs in the city that never sleeps ligt op een ruime 400 euro per vierkante meter per jaar.

5. Tokyo, Marunouchi/Otemachi: 16,8m²
Eind jaren tachtig maakte de Japanse hoofdstad een enorme vastgoedcrisis door. Inmiddels echter lijken de prijzen in de mooiste buurten van Tokyo terug op het oude niveau. Niet heel zen.

“Een luxe tweede leven voor tweedehands spul”

Horecatycoon Casper Reinders staat te boek als een van de meest onderscheidende en vernieuwende designers in de hoofdstad door de bijzondere inrichting van zijn clubs, restaurants en bars. Toch is dat niet zijn doel. “Ik ben er niet op uit om hippe tenten neer te zetten”, zegt hij. Een huisbezoek voor een gesprek over interieur, kunst en mooie ‘spulletjes’.

Tekst: Floris Müller

Een kast vol met Aziatische penisbeeldjes om vruchtbaarheid bij jonge stellen op te wekken; levensgrote modellen van insecten uit de boedel van een oud laboratorium; het skelet van een metershoge struisvogel en een prachtig beschilderd houten opiumbed (‘gevonden bij een mannetje op het platteland bij Shanghai, hij had er meer, maar die waren wel héél erg aan de prijs’). Een greep uit het huis van horecaondernemer Casper Reinders: een ruime loft in het voormalige hoofdkantoor van een verzekeringsbedrijf aan de Amsterdamse Keizersgracht. Ieder object heeft een verhaal, vertelt hij.

Reinders’ interieur laat zich nog het beste typeren als een drukke mix van antiek, speelgoed, curiosa en kunst – er hangt zowaar een tekening van Picasso. Voor de meeste mensen is dit niet echt een plek om na een lange werkdag tot rust te komen. Reinders echter noemt zijn rijke interieur ‘de ideale omgeving om met vrienden af te spreken en nieuwe ideeën op te doen’.

Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de opvallende inrichting van zijn clubs, restaurants en bars. Reinders groeide in de afgelopen 25 jaar uit tot een van de bekendste horecaondernemers van de hoofdstad. Sinds het midden van de jaren negentig opende hij een twintigtal mateloos populaire zaken als Jimmy Woo, Noa, Bo Cinq, Libertine, Lion Noir, Ludwig en A l’Elephant du Congo. De meeste daarvan hebben een enorme toeloop: ‘Het afgelopen weekend hebben we bij de meeste weer een recordomzet gedraaid.’ Toch vallen de meeste zaken vooral op door hun bijzondere interieur: het werk van Reinders. “Ik houd me niet bezig met de dagelijkse operatie, dat doen mijn compagnons en partners. Ik creëer vooral de sfeer. Mijn taak zit er veelal op als een nieuwe zaak zijn deuren opent.”

De aankleding van de Amsterdamse horecazaken leverde de ondernemer afgelopen jaren de titel van ‘designer’ op in vakbladen en meubelmagazines. Zelf ziet hij die term niet echt zitten. “Designers zijn er vaak op uit om ‘hippe’ zaken te ontwerpen en kijken daarvoor naar de mooiste nieuwe tenten in New York, Londen en Miami”, zegt hij. “Ze kopiëren gewoon een concept en lopen daarmee altijd achter de zaken aan.”

Hoe gaat hij dan te werk bij het inrichten van zijn uitgaansgelegenheden? “Ik combineer bijzondere spulletjes, dingen die je niet direct met een bepaald thema zou associëren. Open ik een Vietnamees restaurant, dan gebruik ik juist géén Aziatisch meubilair. Dat zou te simpel zijn.” Reinders werkt naar eigen zeggen ook niet met blauwdrukken. Bij de meeste zaken heeft hij zelfs geen bouwtekening voor handen. “Alles zit hier”, zegt de ondernemer terwijl hij met zijn vinger naar zijn slaap wijst.

De eclectische inrichting, en vooral ook de waardering ervan door media en publiek, is ook andere ondernemers opgevallen. “Natuurlijk kijkt de concurrentie naar wat je allemaal doet. Mijn stijl zie ik steeds vaker ook elders terug”, zegt Reinders. Toch is de horecaman niet bang dat zijn unieke gedachtengoed daarmee aan inflatie onderhevig is. “Ik weet als geen ander waar ik bijzondere spullen moet vinden. Daarnaast heb ik een netwerk van handelaren die mij aan interieur, meubilair en artefacten kunnen helpen. Anders dan andere ondernemers ken ik de prijs; ik betaal nooit meer dan nodig.”

Reinders: “Neem bijvoorbeeld de tegeltjes die aan de muur bij Nacional, tegenwoordig Café de Paris. Ik zag ze voor het eerst in oude industriële gebouwen in New York. Uiteindelijk vond ik de fabrikant ervan in Canada en heb hem gevraagd om een hele partij. Hij wist niet waar hij het zoeken moest.”

Reinders houdt niet van ‘nieuwe spullen’, zegt hij. Niet in zijn huis – dat blijkt – maar zeker ook niet bij de inrichting van horecazaken. “Eigenlijk verzamel ik vooral rommel. Mooie rommel, met een grote waarde en aantrekkelijkheid. Maar wel rommel”, lacht hij.

Welke studies biedt Nyenrode Business Universiteit voor de toekomstige markt?

Wie zich in de topregionen van het studentenleven bevindt, heeft er ongetwijfeld over gepeinsd om een blik te werpen op Nyenrode Business Universiteit. De particuliere universiteit van Nederland, die voor en door het bedrijfsleven is, is gevestigd in zowel Amsterdam als Breukelen en staat te boek als een plek waar je bijna gegarandeerd een goede carrière aan overhoudt. Maar met welke studie zorg je ervoor dat je in lengte van jaren aan de bak kunt op de arbeidsmarkt? In de snel veranderende wereld staat het als een paal boven water dat de technologie – en programmeren in het verlengde daarvan – een snel groeiende markt wordt, evenals het automatiseren van (bedrijfs)processen. Tel daar grote vraagstukken als klimaatverandering en de omgang met voedsel bij op en je hebt een arsenaal aan arbeidsrichtingen waarmee je een behoorlijk poos mee zoet bent. En om in de – nabije – toekomst daar fatsoenlijk werk voor te vinden, hoor je goed geschoold te zijn. Bij Nyenrode is dat geen probleem, want zij bieden daar passende studies voor aan. Wij zetten er vijf voor je op een rij:

  • Organization and Value of IT – MBA module Business & IT
  • Business Processes and (Food) Technology – MBA module Food & Innovation
  • Masterclass IT Security – Business Alignment
  • Strategy and Transformation in Food – MBA module Food & Innovation
  • Masterclass Toezicht, Effectmeting en Communicatie

Edison en Tesla: bijna 150 jaar spanning

Volgelingen van Thomas Edison en Nicolai Tesla strijden al bijna anderhalve eeuw over wie de grootste uitvinder aller tijden genoemd mag worden. Welke aanhangers hebben gelijk? Wie maakte elektriciteit tot gemeengoed en veranderde daarmee de manier waarop wij leven?

Op ruim een uur rijden van New York, aan grens tussen New Jersey en Rhodes Island, ligt een gigantisch industrieel complex dat tegenwoordig dienstdoet als museum: Menlo Park, het 15 hectare grote voormalige werkterrein van Thomas Edison. Je vindt er meerdere exposities over de bekendste ontwerpen en het leven van de beroemde uitvinder. En ook een tientallenmeters hoge toren, de Edison Tower, een bedankje van de Amerikanen voor alles wat hun landgenoot voor hen en de rest van de wereld betekend zou hebben. “Hij bedacht niet alleen de eerste filmprojector en maakte schetsen voor een destijds hypermoderne stemmachine”, vertelt de plaquette bij het monument, “Edison moet vooral herinnerd worden als de uitvinder van de gloeilamp. De uitvinder en ondernemer maakte gebruik van elektriciteit mogelijk.”

“Niet waar”, zeggen de conservatoren en vaste bezoekers van Muzej Nikole Tesle, een veel kleinere tentoonstellingsruimte ruim 7000 kilometer verderop in Belgrado. Niet Edison, maar zijn hulpje Nicolai Tesla stond aan de basis van het huidige gebruik van elektriciteit. De gelauwerde uitvinder zou de eer opstrijken van zijn voormalige collega, de tot Amerikaan genaturaliseerde Joegoslaaf.

Industriële iconen
Hoe zit dat, wie heeft er gelijk? Beiden. Eind negentiende eeuw ontwikkelde de VS zich in rap tempo. In krap drie decennia veranderde het land van een rurale samenleving in een van de machtigste industriële naties ter wereld. Staalproductie maakte de aanleg van duizenden kilometers spoor mogelijk en verbond daarmee de dichtstbevolkte gebieden in het Oosten en Zuiden met onontgonnen land in het Westen. De vondst van olie en uitvindingen op het gebied van raffinage smeerden de economie en zorgden voor een versnelling van de fabrieksproductie. Er verschenen auto’s op de weg en moderne stoomschepen op zee. Internationale handen liet niet lang op zich wachten. De drijvende krachten achter deze ontwikkeling, ondernemers Cornelius Vanderbilt (treinen), Andrew Carnegie (staal), John D. Rockefeller (olie) en Henry Ford (automobielindustrie), verdienden een vermogen en schopten het tot de eerste miljardairs in de VS. Ook maakten zij naam als de grondleggers van (het ondernemerschap in) het moderne Amerika.

Twaalf weken school
Edison, de jongste uit een verarmd gezin van zeven kinderen uit de staat Michigan, was erop gebrand om plaats te nemen in dat rijtje van groten uit de geschiedenis. Met nauwelijks twaalf weken school op zijn cv, trok hij in zijn tienerjaren naar New Jersey om daar uitvinder te worden, om zo het leven van de gewone Amerikaan te verbeteren. Zijn ambitie bleef niet zonder resultaat: bij leven verwierf Edison ruim 1000 octrooien. De belangrijkste, de uitvinding van de gloeilamp en gelijkstroom (waarbij spanning tussen twee punten gelijk blijft), zouden de basis vormen voor zijn latere onderneming: General Electric. Dit bedrijf draait tegenwoordig een omzet van 124 miljard dollar en vertegenwoordigt een beurswaarde van bijna de helft van dat bedrag.

Humor
Nicolai Tesla groeide op als etnische Serviër in Kroatië als zoon van een Oostenrijks-Hongaarse priester. Hij studeerde natuurkunde, techniek en filosofie aan de Universiteit van Graz en Praag en emigreerde in 1884 door de beperkte economische mogelijkheden in zijn thuisland naar de bruisende VS. Daar kreeg hij een baan bij Edison’s General Electric, nadat hij eerder enkele klusjes had gedaan voor de Franse afdeling van het bedrijf in Parijs. Onder de indruk van Tesla’s kunnen en zijn buitengewone intelligentie, bevorderde Edison de jonge immigrant tot hoofdonderzoeker van het GE-laboratorium. De twee zouden zij aan zij aan de grootste uitvindingen van de negentiende eeuw werken.

Ondanks een gedeeld streven boterde het niet tussen de twee. Tesla vond zijn werkgever arrogant. Edison op zijn beurt moest niets hebben van de nuchtere Serviër die hem in vrijwel iedere wetenschappelijke stelling bestreed. Een ruzie over geld leidde uiteindelijk tot een onherstelbare breuk. Tesla zou een weddenschap om 50.000 dollar gewonnen hebben door 24 ‘toepassingen voor standaardmachines’ uit te tekenen; Edison echter lachte zijn onderschikte bij oplevering van zijn werk weg met de opmerking dat hij ‘de Amerikaanse humor niet zou begrijpen’.

Patent
Tesla uitte vooral kritiek op gelijkstroom zoals die door zijn Edison gepropageerd werd. De vinding zou voor ernstige verhitting van moderne apparaten zorgen en oorzaak zijn van grote branden in de dichtbevolkte binnensteden. Hij bedacht een alternatief: wisselspanning, met het bijbehorende wisselspanningnet en de wisselspanningmotor. Op zoek naar een investeerder ontmoette Tesla de ondernemer en uitvinder George Westinghouse, die zich al meerdere keren had stukgelopen op zijn grote concurrent Edison. Het klikte tussen de twee. Toch ging het niet direct voor de wind in het nieuwe bedrijf. Om opgelopen schulden van het bedrijf af te lossen, zag Tesla zich gedwongen om veertig van zijn belangrijkste patenten vrij te geven. Waaronder: zijn tekenwerk voor wisselspanning.

Hotelkamer
Bewust van het feit dat Tesla’s vinding die van GE overtrof, stapte Edison met zijn bedrijf van de ene op de andere dag over op het plan van zijn voormalige collega. GE groeide mede hierdoor tot ongekende hoogte. Ook Westinghouse Electric Company, het bedrijf waar Tesla al zijn ideeën aan leende, deed goede zaken. Tesla echter zou niets van alle winst meekrijgen; de uitvinder leefde in betrekkelijke armoede en werd na verloop van tijd roemloos aan de kant gezet. In de jaren die volgden werd de uitvinder – mede door de marketingmachine van GE – weggezet als prototype ‘geniale gek’ en doorgedraaide professor. Tesla stierf uiteindelijk begin twintigste eeuw in eenzaamheid in een kleine kamer van een armoedig tweesterrenhotel in New York, tot zijn dood financieel onderhouden door een uitkering van het Koninkrijk Joegoslavië. Zijn dood werd amper opgepikt in de Amerikaanse media.

Wetenschap versus ondernemerschap
Er is geen eenduidig antwoord te bedenken op de vraag waarom Edison wereldfaam kreeg met zijn uitvindingen en Tesla relatief onbekend gebleven is. Het verschil in achtergrond van de twee speelt een rol: Edison was Amerikaan en ondernemer en bezat een groot netwerk aan potentiële investeerders. Zijn concurrent echter bleef zijn leven lang vooral wetenschapper en slaagde er als nieuwkomer in de Amerikaanse maatschappij nauwelijks in om anderen te overtuigen om geld te steken in zijn vondsten. Daarbij liet de Edison Tesla mijlenver achter zich op het gebied van Public Relations. Over Edison verschenen dagelijks jubelende berichten in de grote kranten; zijn briljante rivaal echter bleef bij de meeste Amerikanen onbekend, vooral ook door tegenwerking door zijn concurrent.

De Amerikaanse overheid vreesde dat het werk van Tesla in de handen zou vallen van Oostenrijk-Hongarije, de grote vijand in de Eerste Wereldoorlog. Daarom confisqueerde men, daags na het overlijden van Tesla, een groot deel van zijn archief en een serie van zijn octrooien. Het betekende de definitieve nekslag voor de uitvinder. Kans op erkenning voor zijn werk leek definitief verkeken.

Musk
In 2003 dook de naam Tesla echter plotseling weer op, deze keer als naam van de Tesla Motors, fabrikant van elektrische sportauto’s. Oprichters Martin Eberhard, Marc Tarpenning en Elon Musk (die eerder beroemd werd als oprichter van betalingssysteem PayPal) werd enkele jaren terug door de Amerikaanse pers gevraagd naar de achtergrond van hun merk, en hun antwoord was dat zij getroffen waren door het turbulente levensverhaal van Nicolai Tesla. In strijd tegen de enorme concurrentie binnen de traditionele auto- en olie-industrie zouden zij, net als hun naamgever, strijden tegen vrijwel onoverwinnelijke krachten. Het is maar de vraag of de uitvinder door deze uitleg eerherstel krijgt, of dat Tesla synoniem blijft voor de eeuwige underdog.

Fake news top ten: de beste Amerikaanse ‘neppe’ websites

1. Theonion.com (satire)
Satirische website met politiek ‘nieuws’ en entertainment. Grappig maar niet waar.

2. Americannews.com
Bracht ondermeer in omloop dat acteur Denzel Washington zijn steun betuigde aan presidentskandidaat Donald Trump.

3. Linkbeef.com
Aanstichter van allerhande complottheorieën. Haalde het wereldnieuws met het bericht dat een piloot van het verdwenen vliegtuig MA370 gered was.

4. Naturalnews.com
Een grote verzameling fabels over voeding en voedingssupplementen.

5. Disclose.tv
Lijkt allemaal echt, maar is het niet. Onder meer gekant tegen klimaatverandering.

6. ABCnews.com.co
Paul Horner, de maker van deze site, gebruikt het beeldmerk van de bekende Amerikaanse zender ABC om pijnlijke onwaarheden te verspreiden.

7. Worldtruth.tv
Websites met de naam ‘truth’ in de titel moet je sowieso niet vertrouwen. Goed voor dagelijks vele tientallen aanwijsbare leugens.

8. Infowars.com
Aartsconservatief, gericht tegen alles wat niet Amerikaans, republikeins, christelijk en blank is.

9. Clickhole.com (satire)
Een parodie op clickbait-‘nieuwssites’ als Buzzfeed en Upworthy.

10. Theborowitzreport.com (satire)
Links en satirisch, al is dat laatste lang niet altijd duidelijk. Fel gekant tegen president Donald Trump.

Vijf musea waar jouw schrijvershart sneller van gaat kloppen

Hoe hard schrijvers ook roepen dat schrijven neerkomt op hard werken en een ijzeren discipline, voor de meeste mensen blijft er een zweem van romantiek hangen rondom het proces van schrijven. Van idee tot boek en alles wat erbij komt kijken. Deze musea vormen een ode aan het boek in het algemeen en een aantal beroemde Nederlandse schrijvers in het bijzonder.

1. Literatuurmuseum
Den Haag
Als je van lezen of schrijven houdt, dan is dit een museum waar je een middag wilt doorbrengen. Je ziet de schrijfomgeving van auteurs, loopt langs een wand van 500 geschilderde schrijvers, van Kader Abdolah tot Zwagerman, en er is altijd een tentoonstelling over een literaire actualiteit. Ook het archief is zaligmakend. Alles wat te maken heeft met het persoonlijke leven en het werk van bekende schrijvers vind je hier. Het is een rijke bron voor biografieën. Ideaal voor hen die inspiratie zoeken.

2. Theo Thijssenmuseum
Amsterdam
Matthijs van Nieuwkerk noemde het zijn favoriete boek: Kees de jongen van Theo Thijssen. Niet voor niets staat er een standbeeld in Amsterdam van deze schrijver, is er een brug naar een van zijn boeken vernoemd, en zijn er scholen die zijn naam dragen. Zijn verhalen hebben veel indruk gemaakt op menig adolescent. Ook met zijn toespraken in de Tweede Kamer en in de Amsterdamse gemeenteraad wist hij mensen te beroeren. Voor wie weinig weet over deze schrijver kan een bezoek niet lang meer uitblijven. Voor de fan in hart en nieren evenmin.

3. Multatulimuseum
Amsterdam
Het is een verdomd klein museum. Van buiten moet je twee keer kijken of je aan het goede adres bent; het museum lijkt op een gezinswoning. Het is het geboortehuis van de schrijver. Binnen vind je rekwisieten van deze negentiende-eeuwse schrijver, naast belangrijkste meubels, gebruiksvoorwerpen en zijn boeken. Het is alsof de schrijver elk moment kan binnenlopen om de pen weer op te nemen. De curator is dolenthousiast en verwelkomt je alsof je de eerste bent die dag. Een bijdrage lever je naar keuze. Iets verderop op Het Singel vind je het bekende Multatuliborstbeeld.

4. Louis Couperusmuseum
Den Haag
De schrijver van Eline Vere, de destijds schokkende naturalistische roman met al het verderf dat daarbij hoorde: masturbatie, depressie en hysterie. In de eerste ruimte van het museum worden voorwerpen uit Couperus’ persoonlijke omgeving tentoongesteld zoals zijn schrijfbureau en het portret van zijn vader. Het museum is gevestigd op de parterre van Javastraat 17 in de Haagse Archipelbuurt, de negentiende eeuwse stadswijk waar zoveel personages uit Couperus’ boeken ronddwalen. Doel van het Couperusmuseum is een grotere verspreiding van kennis van en inzicht in werk en leven van Louis Couperus.

5. Meermanno museum
Den Haag
Historicus Maarten van Rossem ging je voor met een bezoek aan dit museum. Hij vertelde in het programma Dit zijn de van Rossems dat het wonderlijke van baron W.H.J was, dat hij zijn collectie liever niet aan anderen liet zien. Tegenwoordig kun je met een algemene rondleiding een indruk van deze collectie krijgen, omgeven door sfeervolle negentiende-eeuwse museumzalen. Het museum is in het bezit van een grote verzameling middeleeuwse handschriften en vroege drukken, bijeengebracht door de baron (1783-1848). De drukken zijn zo kwetsbaar dat je ze enkel kunt bekijken op een kussentje. Met de geur van oudpapier ben je even weg uit de moderne wereld.