Nieuws en kunst

Musicus John Lennon met zijn vrouw Yoko Ono op bed in een suite van het Amsterdamse Hilton hotel. Met een gitaar tussen de lakens, een dienblad met gebruikt chroom koffieservies op het kussen en in de hoek zelfs een echte Nederlandse fiets. De iconische beelden van de Bed-In in 1969 – een vreedzaam protest van de voormalige Beatle-voorman en zijn Japanse echtgenote tegen de oorlog in Vietnam in – zijn onderdeel geworden van de popcultuur; een hoogtepunt uit de jaren zestig en zeventig.

Fotograaf Nico Koster maakte als een van de weinige genodigde fotografen een serie portretten van het beroemde koppel tijdens de weeklange actie. De beelden raakten echter zoek, met uitzondering van de foto die gebruikt werd voor de openingspagina van De Telegraaf, en zodoende ook verkocht werd aan een groot aantal buitenlandse kranten. Tot het rolletje met daarop het wereldberoemde materiaal enkele jaren geleden bij toeval teruggevonden werd in het archief van de ochtendkrant. Afgedrukte originelen uit De ‘Hilton-collectie’ zijn tegenwoordig goed voor duizenden euro’s.

Persfotograaf

Koster werkte ruim 25 jaar als persfotograaf voor De Telegraaf; van 1963 tot 1989. Zijn omvangrijke oeuvre, dat grotendeels bestaat uit beelden van kunstenaars en muzikanten, heeft behalve grote nieuwswaarde de laatste jaren ook een plek gekregen in de kunstfotografie. Koster’s werk van grootheden als Marc Chagall, Willem de Kooning en Karel Appel vindt steeds meer aftrek. Vooral bij een jonger publiek. Het wordt los verkocht, of als beeld in aantrekkelijke kunstbiografien.

Koster: ‘Afgelopen jaren is fotografie steeds belangrijker geworden als kunstvorm. Het aantal fotografiemusea stijgt net als de verkoop van materiaal op grote beurzen in binnen- en buitenland’. Reden voor die groeiende populariteit is volgens de fotograaf vooral de technische ontwikkeling en de dalende prijzen voor goed materiaal. ‘Cameraatjes op smart-phones hebben veelal een zelfde of hogere resolutie dan professionele apparatuur waarmee ik in het begin van mijn carriere werkte. Fotografie is toegankelijker geworden. De zilveren camera [red. een prijs voor de beste nieuwsfoto van het jaar] kan tegenwoordig gewoon op een telefoon worden geschoten.’

Telegraaf

Koster studeerde eind jaren vijftig aan de Grafische School in Amsterdam; een vakopleiding waar, veel meer dan op het creatieve aspect, de nadruk lag op technische kennis van fotografie. Na zijn opleiding en militaire dienst, waarin de fotograaf vooral beelden mocht maken van militaire bases in Nederland en hooggeplaatste officieren, klopte Koster aan bij dagblad De Telegraaf. ‘Ik kreeg een baantje in de donkere kamer van de krant als ontwikkelaar van nieuwsfoto’s.’ Al snel bleek echter dat Koster’s grote kwaliteit vooral ook lag in het schieten van materiaal zelf. ‘In mijn eerste week had ik avonddienst, toen de Amerikaanse president Kennedy vermoord werd. Ik ben toen met een camera de straat op gegaan om reacties van mensen in beeld te brengen’. Zijn foto’s van aangeslagen publiek bij de Amsterdamse bioscoop Tuschinski werden de volgende dag gepubliceerd. Koster kreeg een vaste aanstelling als fotograaf bij de uitgeverij.

Kunstwereld

Koster werkt tegenwoordig vooral vanuit huis. Zijn studio, gelegen aan de rand van een bos in Amsterdam-Noord – in een kolonie van kunstenaars en creatieve ondernemers -, oogt als een museum. Het ademt bijna vijf decennia van fotografisch verleden. Er staan boekenkasten vol biografien en kunstboeken van vooral Karel Appel – van die laatste maakte Koster een serie foto’s (met een vliegtuigmodel in de hand) voor het voormalige WTC in New York; ‘toevalstreffers’, maar door hun voorstelling wel bijzonder populair. Maar ook artefacten en memorabilia die Koster verzameld heeft in contact met grote schilders en beeldhouwers. ‘Ik ging heel graag met kunstenaars om. Het wereldje heeft me altijd getrokken; en dan vooral de vrijheid die creatievelingen zich zelf toeeigenden. Ik was veel in ateliers te vinden, maar ik ging ook graag met ze op reis. Zoals met kunstenaar Corneille naar Cuba voor een serie tentoonstellingen. Echt een hele extravangta tijd’, erkent Koster.

Hoewel het werk van de beroepsfotograaf tegenwoordig steeds vaker als kunst erkend wordt, blijft Koster nuchter onder zijn succes. ‘Ach, wat is kunst? Ik wil niet een boodschap uitdragen. Of een verhaal vertellen. Meer ga ik voor schoonheid. En kwaliteit van een portret. Ik zelf ben niet zo van de poeha’.

Tegelijkertijd erkent de fotograaf, dat de druk op vakgenoten tegenwoordig flink is toegenomen. ‘De betalingen voor beeld zijn een stuk lager geworden. Fotografen moeten veel meer produceren. Vooral als ze in dienst zijn van een krant of tijdschrift of als freelancer werken.’