Minimalisme: recept voor levensgeluk of kapitalistische kater?

Hun boodschap is zo simpel als de inhoud van hun kledingkast en zo oud als de weg naar Rome: geld maakt niet gelukkig. ‘Minimalists’ Joshua Fields Millburn en Ryan Nicodemus zijn er wereldberoemd mee geworden. Maar de vraag is of minimalisme nu echt de weg is naar een authentiek, spiritueel bestaan, of toch een manier voor de succesvollen om hun sociale status op te krikken.

Ze gaven er huis, haard en hoogbetaalde banen in het bedrijfsleven voor op: maandenlang de VS doorkruisen in een oude Toyota, met één koffertje bezittingen, om hun credo te verkondigen. Je moet er maar zin in hebben. Maar Millburn en Nicodemus hebben een missie: mensen zouden moeten streven naar een aandachtvol bestaan, waarin we ons hartstochtelijk concentreren op de activiteiten en relaties die van wezenlijk belang voor ons zijn. Vandaar de titel van hun vorig jaar uitgebrachte documentaire Minimalism: a Documentary About the Important Things.

Naast de Amerikaanse tour van Millburn en Nicodemus zelf – een aaneenschakeling van hugs en exclamaties als yeah dude! – wordt hun film bevolkt door een bijeengesprokkeld groepje zelfverklaarde minimalisten die zichzelf bijna te pletter gewerkt hadden, maar nét op tijd het licht zagen. Ze verhuisden naar tiny houses, begonnen te mediteren, verkochten bijna al hun bezittingen, en verkozen een eenvoudiger bestaan – waarna de paniekaanvallen als sneeuw voor de zon verdwenen. Het goede leven, aldus de minimalisten, zou geen constante strijd moeten zijn om hogerop te komen en alles te kunnen kopen wat je hart begeert. Hoezeer de Don Drapers van deze wereld ons ook van het tegendeel willen overtuigen, consumptie kan volgens hen onze existentiële onrust niet wegnemen.

Tredmolen
Het minimalisme van Millburn en Nicodemus confronteert ons met een merkwaardige paradox: we zijn tegelijkertijd te materialistisch en niet materialistisch genoeg. Te materialistisch, omdat we enorm gefixeerd zijn op spullen en de activiteit van het shoppen. Niet materialistisch genoeg, omdat de daadwerkelijke materialiteit van die goederen er eigenlijk niet toe doet. We kopen de nieuwste iPhone niet omdat die paar toegevoegde functionaliteiten ten opzichte van de vorige versie ons duizend euro waard zijn, maar vanwege de sociale status die het nieuwste van het nieuwste ons verleent. De Noorse econoom Thorstein Veblen schreef in 1899 al over dergelijke ‘opzichtige consumptie’, een fenomeen dat in zijn tijd wellicht marginaal was, maar tegenwoordig als de drijvende kracht achter een groot deel van onze economie beschouwd moet worden.

Van die tredmolen, waarin we altijd moeten blijven rennen om mee te kunnen met de volgende modetrend, zouden we hoognodig afscheid moeten nemen. Om die boodschap nog maar eens stevig aan te zetten, zijn in de documentaire beelden gemonteerd van losgeslagen, elkaar verdringende en vertrappende horden consumenten in een winkelcentrum op Black Friday. Die chaos wordt in Minimalism afgezet tegen kernachtige, vagelijk Zenboeddhistische citaten: “Love people, use things. Het omgekeerde werkt nooit.” Het is een sympathieke boodschap, en toch knaagt er iets wanneer je die twee vlotte, charismatische, en duidelijk financieel comfortabele dertigers hun levensstijl ziet uitdragen als een universeel recept voor geluk. “Ik ben dakloos”, vertelt een van de minimalisten ons trots. “Althans, ik bereis de wereld en huur dan hier en daar tijdelijke studio’s. Dus eigenlijk ben ik overal thuis.” Sure. Vertel dat maar aan de werkloze Amerikaan die met zijn hele gezin in zijn oude Chevrolet woont.

Geen windeieren
Guy Debord, de Franse radicale filosoof die in 1967 De Spektakelmaatschappij schreef en daarmee een keiharde veroordeling van onze hysterische media- en consumptiesamenleving formuleerde, merkte ooit op: ‘De geschiedenis van onze maatschappij kan worden beschouwd als het afglijden van zijn tot hebben, en van hebben tot slechts schijnen.’ In die zin kun je je afvragen of minimalistisch leven daadwerkelijk een authentieker bestaan is, of toch meer een poging om jezelf als spiritueler en authentieker mens te profileren dan anderen. De lifestyle heeft de heren minimalists immers ook bepaald geen windeieren gelegd. Daarbij is het ook gewoon een luxe om bezit te kunnen afstoten. Je ziet de de heren minimalists niets zelf doen: niet schoonmaken, eten koken, de was doen, koffie zetten. Dat scheelt alweeremmers, dweilen, een heel keukeninterieur en  een wasmachine. Hun levenswijze kan kortom alleen bestaan bij gratie van een hoogontwikkelde diensteneconomie, waarin de vervulling van alle levensbehoeften voor geld uitbesteed kan worden. Ja, zo kunnen wij het ook.

Minimalisme

Fumio Sasaki, auteur van Goodbye, Things: the New Japanese Minimalism

“Volgens de meeste Japanners ben ik een totale loser: want ongetrouwd, te weinig geld. Een paar jaar geleden had ik me daar nog voor geschaamd. In onze maatschappij wordt ons voortdurend verteld dat hoe rijker we zijn, hoe meer spullen we hebben, hoe meer geluk we zullen kennen. We komen altijd geld te kort en beoordelen elkaar door die bril: alsof de waarde van een persoon gelijk staat aan diens financiële succes. Ik was dag en nacht aan het vergelijken. Inmiddels ben ik er anders naar gaan kijken. Ik ben hartstikke gelukkig met mijn bestaan, en de reden daarvoor is dat ik al mijn spullen heb weggedaan. Minimalisme betekent voor mij: leven met alleen de dingen die je écht nodig hebt. De voordelen daarvan reiken veel verder dan het simpele genot van een opgeruimde kamer, of het feit dat ik mijn huis in een half uurtje schoon heb; het heeft me ertoe gebracht om veel serieuzer na te denken over waar ik gelukkig van word, en daardoor ben ik het leven meer in eigen hand gaan nemen. Het wegdoen van spullen is meer dan opruimen – het is een lesprogramma in levensgeluk.”

Kyle Chayka, columnist in Newsweek, The New Yorker, the New Republic

“Minimalisme is een protserig ritueel van consumentistische zelfopoffering: mensen die alles hebben die doen alsof ze niks nodig hebben. Je verzuipt tegenwoordig in de artikelen van technomonniken die dankzij hun rugzakje met laptop en iPad een diepe spirituele vrede gevonden hebben. Het minimalisme fungeert als een soort zelfmedicatie voor de laat-kapitalistische kater van Hummers, lavalampen en flippoverzamelingen. Eigenlijk is er niks minimaals aan. Het gaat niet om minder consumeren, alleen anders. Minimalisme in de kunstgeschiedenis draaide erom mensen terug te brengen naar een pure waarneming, om ze te verlossen van de bagage van een eeuwenlange cultuurgeschiedenis. Maar het hedendaagse minimalisme is een pure class signifier van de wereldwijde elite. Die eenzijdige en volkomen risicoloze esthetiek dringt zich overal aan ons op: leeg en kaal en wit zijn goed, variatie en heterogeniteit zijn fout. Niks revolutionairs aan – en totaal doordrongen van hetzelfde angstige zelfbewustzijn als alle andere consumptiestijlen.”

Arielle Bernstein, schrijfster en docente aan de American University in Washington, DC

“Ik schrijf momenteel een non-fictieboek over onze relatie tot ons bezit, geïnspireerd door de hype rondom Japanse opruimgoeroe Marie Kondo. Haar boek zette me aan het denken over mijn eigen familiegeschiedenis. Mijn grootouders waren allebei vluchtelingen en de armoede liet zijn sporen na: mijn opa was een dwangmatige verzamelaar die de hele dag allerlei prullaria van straat opraapte en nooit, nooit iets kon weggooien. Mijn oma en mijn moeder waren ontzettend praktisch – de voorraadkast stond vol met ingeblikt voedsel en mijn toch al onmodieuze kleren werden honderd keer gerepareerd. Ik ben zelf voldoende comfortabel opgegroeid om het tegenovergestelde te verheerlijken: de lege yogastudio, de lichtheid en vrijheid van een minimalistische levensstijl. Ik snap heel goed dat westerlingen dat in onze tijd verfrissend vinden. Marie Kondo presenteert zo’n leeg huis vooral als een bewijs van persoonlijke discipline. Maar het is bovenal een teken van vertrouwen: het vertrouwen dat je, wanneer je iets nodig blijkt te hebben, je daar altijd gemakkelijk aan kunt komen. Dat is een vertrouwen dat veel mensen nooit zullen kunnen opbrengen: het is bijzonder ironisch dat de minimalistische hype zo precies samenvalt met de vluchtelingencrisis van vandaag. Voor mensen die alles hebben moeten opgeven, is elk bezit een bevestiging van het feit dat ze die beproeving overleefd hebben.”