De lege oogkas van Claudius Civilis

Rembrandt behoort tot zonder twijfel tot de geniale vernieuwers die gehele generaties kunstenaars in hun ban hielden. Al tijdens zijn leven was hij internationaal beroemd. Toch werden zijn werken soms afgewezen of geweigerd door opdrachtgevers. En ondanks zijn vaak extreem goed betaalde opdrachten ging hij op zeker moment failliet en stierf hij compleet berooid.

Door: Bart van Ratingen

Iedereen kent Rembrandt van het enorme schilderij De Nachtwacht, maar eigenlijk is De Samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis het grootste en meest prestigieuze schilderij dat hij gedurende zijn lange carrière maakte. Het reusachtige doek, oorspronkelijk liefst 550 cm hoog en 550 cm breed, schildert Rembrandt in 1661/1662 in opdracht van de burgemeesters van Amsterdam. Het zou deel uit gaan maken van een reeks van acht even grote schilderijen over de roemrijke geschiedenis van de Bataven, bedoeld om het nieuwe Amsterdamse stadhuis (het tegenwoordige Paleis op de Dam) op te luisteren.

Zou, want kort nadat het in het boogveld in de zuidoosthoek van de grote galerij was opgehangen, ontstaat discussie tussen Rembrandt en zijn opdrachtgevers. Die laatsten zijn namelijk weinig gelukkig met de manier waarop Rembrandt zijn thema – het moment waarop de Batavenhoofdman Claudius Civilis andere stamleiders en dappere strijders toespreekt tijdens een maaltijd in een heilig bos en hen oproept een eed te zweren op een verbond tegen de Romeinen – heeft verbeeld. Het doek gaat retour, met het verzoek om wijzigingen aan te brengen.

‘De Samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis was het grootste en meest prestigieuze schilderij dat Rembrandt gedurende zijn lange carrière maakte’

Welke wijzigingen dat precies waren, is een bron van decennialange speculatie, maar feit is dat de kunstenaar met deze vorm van kritiek blijkbaar niet makkelijk om kan gaan. Hij weigert veranderingen aan te brengen, steekt een dikke middelvinger op naar de vroede burgervaders en snijdt de centrale scène uit het werk om dat als los werk door te verkopen.

Ruzie met alles en iedereen

Rembrandt zit op het moment dat het doek terugkeert in zijn atelier al tot over zijn oren in de financiële problemen. Hij is enkele jaren eerder failliet verklaard en woont in een kleine huurwoning op de Amsterdamse Rozengracht. Zijn vrouw Hendrickje en zoon Titus runnen daar een kunsthandel om voor de nodige inkomsten te zorgen. Rembrandt werkt voor deze vennootschap om te voorkomen dat al het verdiende geld naar zijn schuldeisers vloeit.

Dat hij als schilder minder in trek is, komt mede door de manier waarop Rembrandt met opdrachtgevers omgaat. Hij laat opdrachten gedurende jaren aanslepen en levert schilderijen pas af als hij geld nodig heeft – om vervolgens doodleuk het dubbele van de afgesproken prijs te vragen.

Rembrandt zit op het moment dat het doek terugkeert in zijn atelier al tot over zijn oren in de financiële problemen’

Maar niet alleen zijn neiging om met alles en iedereen ruzie te maken zorgt voor financiële perikelen: hij kan ook domweg niet met geld omgaan. Hij leeft jaren op te grote voet, speculeert verkeerd, koopt voor veel te veel geld een huis in de Sint-Anthonisbreestraat in de Joodse wijk en omringt zich met dure spullen, waaronder kunstwerken en kostuums die hij regelmatig in zijn schilderijen afbeeldt. De afwijzing van de grootste opdracht in zijn leven maakt de zaak er niet beter op (al was hij wel bekend met het fenomeen: ook De Nachtwacht werd bij oplevering in 1642 door de opdrachtgever, de Amsterdamse Doelen, geweigerd).

Eigen interpretatie

Dat Rembrandt dus zelfs onder zeer moeilijke omstandigheden weigerde zich aan zijn opdrachtgevers te conformeren, zegt veel over zijn opstandige karakter. Hij zou namelijk 1.200 17e-eeuwse guldens krijgen voor het schilderij: twee keer het jaarinkomen van een geoefend ambachtsman. Voldoende reden om een paar concessies te doen, zou je zeggen. Maar nee.

Het zegt ook iets over Rembrandts kunstenaarschap. Hij laat de reeds gemaakte schetsen van Govert Flinck (een vroege leerling van hem, die in eerste instantie deze opdracht in zijn geheel had gekregen maar vroegtijdig overleed) totaal links liggen en kiest voor zijn eigen interpretatie: Claudius Civilis frontaal weergegeven, met weelderig kostuum, indrukwekkend hoofddeksel en… één blind oog.

Vandaag de dag geldt ‘Claudius Civilis’ als een van Rembrandts meesterwerken, met name door het vernieuwende gebruik van belichting om een dramatisch effect te creëren’

Of het nu die felrealistische uitbeelding was, de kroon (die in republikeinse ogen misstond), de donkere en lege achtergrond (waardoor het schilderij in stijl erg afweek van de meer conventionele schilderijen eromheen) of die lege oogkas: het werd niet begrepen – en dus niet gewaardeerd.

Het duikt pas in 1734 weer op, op een veiling in Amsterdam, waar het wordt gekocht door het echtpaar Nicolaas Kohl en Sophia Grill. De dochter van Grill neemt het doek ruim dertig jaar later, in 1766, mee naar Stockholm en schenkt het aan de plaatselijke Koninklijke Zweedse Academie voor Schone Kunsten. Vanaf 1865 hangt het doek daar als langdurig bruikleen in het Nationaal Museum.

Vandaag de dag geldt ‘Claudius Civilis’ als een van Rembrandts meesterwerken, met name door het vernieuwende gebruik van belichting om een dramatisch effect te creëren. Wie dat met eigen ogen wil zien, moet helaas naar Stockholm.