Killer-muizen leggen jachtinstinct bloot

Wetenschappers van de Yale University School of Medicine hebben een legertje moderne Frankensteins gecreëerd, maar dan met grote oren, een staart en een voorliefde voor insecten, groenten en kaas. Voor onderzoek naar welke hersendelen verantwoordelijk zijn voor het jachtinstinct van zoogdieren, plaatsten zij gemodificeerde hersencellen in de grijze massa van proefmuizen en activeerden deze met elektrische schokjes.

Waar de knaagdieren eerder niet omkeken naar krekels die in hun hokje geplaatst werden, doken de ‘killers’ vrijwel direct op hun prooi om het insect met enkele harde beten te vermalen. Volgens de Amerikanen zijn ‘jachtcellen’ in het brein direct verbonden met spieren in de kaak en voor- en achterpoten. Daardoor kunnen zoogdieren alert reageren als een potentieel hapje voorbij komt. Hersenen reserveren ook meer energie voor de jacht dan voor andere activiteiten. De onderzoekers publiceren dit voorjaar bevindingen in wetenschappelijk tijdschrift Cell. In commentaar wijzen de laboranten er op dat de muizen na de proef gespaard zijn, maar dat ze wel om veel meer eten vragen dan andere proefdieren.