Hoe word je toplobbyist?

Twintigers, dertigers en veertigers gaan niet snel meer de barricaden op. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen idealen hebben. Onderzoek laat zien dat jongeren meer dan ooit geïnteresseerd zijn in politiek. De meesten kiezen er echter voor om hun overtuiging online te laten horen en niet meer om met borden en spandoeken op een regenachtige zaterdagmiddag tussen het winkelend publiek te gaan staan.

Door: Floris Müller

De zomer van ’68 (die van de gewelddadige Franse studentenprotesten) viert inmiddels zijn halve-eeuwfeest. Kruisraketten, zure regen en verre oorlogen waarbij ons land betrokken is, zijn ook allang geen issue meer. Als je sommige statistieken mag geloven, en de opkomstcijfers bij demonstraties, heeft de jeugd zijn activisme verloren. Columnisten, vooral die uit de protestgeneratie uit de jaren zestig, verwonderen zich over de passiviteit van millennials en al diegenen die daar maar een beetje in de buurt komen: vroeger was alles beter. Of nou nee, eigenlijk niet – het was allemaal een stuk slechter geregeld. Maar toen gingen mensen in elk geval nog massaal de straat op om hervorming te eisen. En dat was goed. Of toch een stuk beter dan achter je laptopschermpje wachten op verandering.

Nou… de praktijk leert dat jongeren niets van hun activisme hebben opgegeven. Maar dat ze zich vooral in de virtuele wereld hard maken voor hun maatschappelijke en politieke belangen. Dat blijkt niet zelden een stuk effectiever dan de traditionele manier van demonstreren. Professionele clicktivisten slagen erin om met enkele welgemikte acties grote groepen volgers op sociale media te mobiliseren. Met online-petities worden dagelijks vele tienduizenden krabbels verzameld. En ook crowdfunding, bedoeld om actief maatschappelijke verandering te realiseren, doet het goed.

Dat gezegd hebbende, is het niet gemakkelijk om op te vallen tussen alle online-activisten. Neem onze adviezen ter harte om het verschil te maken voor jouw goede zaak.

Wat wil je nou?

Bepaal het doel van je strijd

Ga bij jezelf te rade of jouw hogere doel écht wel zo hoog is. Anders gezegd: zijn er anderen te vinden die er net zoals jij over denken? Of strijd je vooral voor iets wat jou zelf aangaat? Je kunt je natuurlijk enorm opwinden over die volkomen onterechte belastingaanslag, de breuk met je scharrel of die online-bestelling die maar niet wordt bezorgd. In de praktijk echter zullen maar weinigen jouw standpunten daarin met evenveel passie als jijzelf bevechten. Koop een whiteboard en stiften (uitwisbaar – je zal een en ander nog weleens bij moeten schaven) en formuleer wát je doel is van je strijd. Schrijf ook in een aantal punten op wat er voor nodig is om jouw tegenstander in het debat te overtuigen. Bedenk acties waarmee je jouw standpunten positief voor het voetlicht kunt brengen; je wilt je machtigste opponenten niet meteen uit de tent lokken.

Are you with me?

Trek medestanders aan

Bouw een simpel websiteje of een Facebookpagina waarin je helder uiteenzet wat je wil bereiken, hóe je actie gaat voeren en vooral ook waarom. Zorg voor een logo en een slogan. Denk erom dat je niet te stellig overkomt. Om anderen van voor jouw zaak te winnen moet je bereid zijn om in discussie te gaan. Bovenal is het zaak om je eerste medestanders, veelal vrienden van Facebook en connecties op Twitter, het gevoel te geven dat ze net als jij onderdeel uit maken van een brede protestbeweging. Demonstreren is geen ego-kwestie: het gaat niet om jou.

In de pen

Voer medestanders en sympathisanten met informatie

Schrijven, schrijven, schrijven. Om nieuwe aanwas voor jouw groeiende groepering te bereiken, en vooral ook om jouw reeds bestaande medestanders van munitie te voorzien om hun netwerk te activeren, is het zaak om dagelijks enkele nieuwe berichten te schrijven. Eindeloze historische betogen waarin het onrecht dat jou en zoveel anderen wordt aangedaan, kunnen gewichtig overkomen, maar zijn het veelal niet. Gebruik populaire hashtags op sociale media en vraag Bekende Nederlanders – die mogelijk sympathie hebben voor jouw zaak – om je bericht te delen. Blijf schrijven, zelfs al groeit je populariteit; om sympathisanten actieve deelgenoten te maken moet je ze blijven bedienen met informatie. Vraag onderzoeken op die jouw doelstelling sterken. Deel die. Schrijf een poll uit over één onderdeel van je campagne. Stel niet meteen het einddoel ter discussie, dat kan nog weleens hele pijnlijke gevolgen hebben.

Put your money where your mouth is

Vraag om geld

Als beginnend online-activist ontwikkel je vanzelf een soort van melancholisch gevoel naar the good ol’ days waarin je als demonstrant met alleen een beschilderd stuk karton of een oud laken met daarop een slogan gekalkt de straat op kon. Alles op het internet kost immers geld: van je platform tot de hosting en het adverteren op sociale media. Facebook, Twitter en LinkedIn positioneren zich misschien als bedrijven met het hart op de goede plek, ze zijn echter niet bereid om voor het uitdragen van jouw boodschap aan meer dan alleen jouw vrienden af te wijken van hun commerciële tarieven. Maak een berekening van alle kosten en vraag je medestanders vriendelijk edoch dringend om een bijdrage; voeg een doneerknop toe aan elke mail en onder elk bericht. Zorg ook voor een sponsorpagina op je site. Geef duidelijk aan hoeveel je nodig hebt en waar al het binnenkomende geld aan besteed wordt (met jouw € 25 euro slagen we er in om,…’). Actievoeren is een eindeloze smeekbede – gemiddeld genomen betaalt minder dan 1% van alle clicks zich uit.  

De media zijn je beste vrienden

Zorg voor aandacht in de pers

Zelfverzekerd als je bent, slaag je er na een tijdje heel behoorlijk in om je boodschap over het voetlicht te brengen. Niets werkt echter zo goed als anderen die over jou praten, in het bijzonder als die anderen journalisten zijn. Schrijf persberichten als je écht iets te melden hebt en stuur deze naar een aantal relevante media. Bel de betreffende broodschrijvers ook even na om te vragen of ze je boodschap ontvangen hebben (bij de meeste info@- en redactie@-adressen eindigt je gepassioneerde betoog veelal in de spamfolder) en of je ze nog met extra informatie van dienst kan zijn (of dat ze wellicht geïnteresseerd zijn in een interview). Bedenk dat journalisten niet zitten te wachten op een voorgekauwd marketingverhaal en (misschien) niet eens jouw hardbevochten stelling delen; jouw verhaal kan nog wel net iets anders uitgeschreven worden dan je voor ogen hebt. Dat is niet erg – ook voor de doorgewinterde activist geldt: there’s no such thing as bad publicity.

Vergeet niet waarvoor je het doet

Vraag om verandering

Met enkele maanden op de teller, tienduizenden volgers, een goedgevulde campagnekas en een serie journalisten onder de snelbelknop zit je in een comfortabele positie. Zó comfortabel dat je nog weleens de neiging hebt om te vergeten waarvoor je het allemaal doet. Je bent uit op het realiseren van jouw belangrijke doel, en niet op de oprichting van een belangenclub of de wording van een stem in het publieke debat. Schrijf de Tweede Kamer aan, met duizenden handtekeningen van jouw volgers en vraag om een debat. Boekt dat geen of maar beperkt resultaat, dan moet je terug naar je achterban en meer lawaai maken. Net zolang tot je bij de juiste politici en bestuurders effect resulteert.

Sluiproute

Actievoeren is niet voor iedereen weggelegd. Misschien schrijf je niet goed genoeg, ben je niet in staat om anderen te motiveren of blijken de tegenargumenten het elke keer weer van jouw goedgeformuleerde boodschap te winnen. Bedenk dan dat er professionals bestaan die de hele dag niets anders doen dan andermans standpunten bij de betreffende decisionmakers aan te kaarten. Lobbyisten kunnen heel effectief zijn. Maar er is een reden waarom ze vooral voor grote bedrijven en kapitaalkrachtige belangengroepen werken: hun rekeningen zijn doorgaans erg hoog.