Groene schoen moet ‘footprint’ sportindustrie verkleinen

Wat tot voor kort een ‘maatschappelijk verantwoorde onderneming’ heette, en eerder een ‘goed werkgever’, wil tegenwoordig vooral als ‘groen’ te boek staan. Bedrijven doen er alles aan om in de smaak te blijven vallen bij de steeds kritischere consument; door kwaliteit en prijs naar een optimum te duwen maar vooral ook door de onderneming zelf als ‘juist’ in de markt te zetten.

Sportschoenenfabrikant Nike moet wat dat betreft een behoorlijke stap zetten; afgelopen jaren kwam de Amerikaanse gigant vaker in het nieuws omdat het zijn hippe muiltjes in derdewereldlanden liet produceren – volgens critici door onderbetaalde kindertjes. Om dat negatieve PR-tij te keren, zet Nike in op duurzaamheid. Daarvoor ontwikkelden knappe kopen binnen het concern een methode waarmee het restleer, die delen van de koeienhuid die normaliter ongebruikt werden weggegooid, tot een nieuw weefsel te verwerken, het zogenoemde Flyleather. Chief Operating Officer Eric Sprunk maakte de ‘big breakthrough’ bekend op de Copenhagen Fashion Summit.

Door meer leer te verwerken hoeven minder koeien te worden gefokt en is de uitstoot aan koolstofdioxide een stuk minder, is de theorie. Daarbij is het verschil met origineel leer met het blote oog amper te zien. “Sustainable design doesn’t have to be ugly”, aldus de grote baas. Een fijne boodschap aan de collega-confectieondernemers op de beurs die al jaren actief zijn om hun industrie minder vervuilend te maken.