Energie voor verandering

Klimaatverandering en beperkte voorraden van fossiele brandstoffen dwingen bedrijven in de energiesector tot ingrijpende veranderingen. “Komende decennia moeten we in Nederland niet alleen minder energie gaan gebruiken, opwekking moet ook vooral op duurzame manier plaatsvinden”, meent Ed Nijpels, voorzitter van het Energieakkoord, het nationale samenwerkingsorgaan dat toeziet op naleving van internationale klimaatafspraken. “Traditionele energieleveranciers worden dienstverleners. Daarbij ontstaat veel ruimte voor ondernemers in de cleantech-industrie. Voor achterblijvers is in de nieuwe realiteit geen plaats”, aldus Nijpels.

 

Ed Nijpels is voorzitter van de borgingscommissie van het Energieakkoord; een samenwerking van 47 partijen in Nederland om de uitstoot van CO2 door burgers en bedrijven te verminderen en duurzame opwekking te bevorderen. In het tweede kabinet Lubbers eind jaren tachtig was Nijpels vier jaar lang VVD-minister op het departement van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordering en Milieu (VROM); in die hoedanigheid deed de politicus veel ervaring op over energie en klimaatverandering. Daarnaast legde Nijpels contacten tussen een groot aantal partijen binnen het vakgebied. Na een aanstelling als bestuursvoorzitter van pensioenfonds ABP (2009-2010), werd de liberaal in 2014 benoemd tot kroonlid van de Sociaal Economische Raad en voorzitter van het Energieakkoord. Die aanstelling loopt eind maart 2016 af.

 

Het Energieakkoord heeft hoge eisen gesteld aan politiek, burgers en bedrijven.

We zetten in op een besparing van het energieverbruik van gemiddeld 1,5 procent per jaar – een daling met zo’n 100 petajoule in 2020. Daarnaast moet het aandeel van duurzaam opgewekte energie toenemen tot 14 procent in 2020 en 16 procent drie jaar later. Daarvoor is een massieve aanpak noodzakelijk.

 

Anders dan in andere disruptieve ontwikkelingen ligt het initiatief voor verandering niet bij de consument.

Er is een groeiende behoefte aan duurzame energieoplossingen. Maar ik zie tegelijkertijd dat de achtergrond van die noodzakelijke verandering, namelijk klimaatverandering, nauwelijks in de hoofden van de mensen leeft. De problemen veroorzaakt door CO2-uitstoot zijn onzichtbaar en niet voelbaar. In ieder geval tot grote incidenten zich voordoen. Bewustzijn van de ernst van de zaak moet voortdurend top-down worden bijgebracht.

Die druk om te veranderen lijkt vooral uit de politiek te komen.

Het Energieakkoord is een samenwerking die bedoeld is om internationale afspraken in Nederland op een gecoördineerde manier na te leven. Overeenkomsten zoals eind vorig jaar in Parijs zijn gesloten, zijn juridisch bindend; daar komen we niet onderuit. Ik zit niet alleen met het kabinet aan tafel, maar ook met werkgevers- en werknemersorganisaties, bedrijven in de energiesector, woningbouworganisaties en een groot aantal belangenpartijen. Voor oprichting in 2014 is bijna driekwart jaar flink onderhandeld.

 

Dat is een behoorlijke aanloop. Is het zo ingewikkeld om overeenstemming tussen alle betrokken partijen te krijgen?

Mijn 47 gesprekspartners, die vele duizenden bedrijven en organisaties vertegenwoordigen, verschillen vanzelfsprekend op veel vlakken. Maar het is eenieder duidelijk dat het energiegebruik moet veranderen. Dat de rommelige en inconsistente aanpak van een aantal jaar geleden, geen standhoudt. In de praktijk blijken de meeste problemen in naleving van het energieakkoord veroorzaakt te worden door belemmerende afspraken en regelgeving, niet zozeer in de onwil van politiek, burgers en bedrijven. De sluiting van vijf kolencentrales in 2015 bijvoorbeeld werd onmogelijk gemaakt door eerdere overeenkomsten tussen de overheid en bedrijven. Ik zet in op een snelle aanpak om dit toch mogelijk te maken.

Overigens zijn er ook veel positieve verassingen: de reductie van de prijs voor de aanleg van windmolens gaat veel sneller dan verwacht. Eerder planden we een korting van 40 procent, de meeste turbines worden nu aangelegd voor ruim 47 procent minder.

 

Bedrijven zullen miljarden moeten investeren en ingrijpende reorganisaties moeten doorvoeren om een energietransitie mogelijk te maken.

Absoluut. Het Energieakkoord is een verregaande overeenkomst met grote gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ik zie dat sommige multinationals met buitenlandse eigenaren moeite hebben om die investeringen in ons land te maken. De meeste grote bedrijven blijken zich echter goed bewust van de noodzakelijke verandering; die hebben jaren eerder al ingezet om een stingent klimaatbeleid nog voor de politiek met harde eisen kwam.

 

Nederland en Europa kunnen dan wel vooraan lopen qua verandering. Bent u er zo zeker van dat ook de VS en China – wereldwijd de grootste energieverbruikers – zich aan internationale afspraken zullen houden? Anders gezegd, brengen we onze nationale bedrijven niet om zeep door harder dan anderen in te zetten op strenge energie-normen.

China en de VS hebben voor het tekenen van het Klimaatakkoord eind 2015, als grootste economieën ter wereld samen een overeenkomst gesloten om minder CO2 uit te stoten.

China beseft zich heel goed dat het iets moet doen aan de enorme vervuiling en de grote energiebehoefte: het land is nu al de grootste investeerder in zonnen- en windenergie. De centrale overheid in het land toont zich standvastig in zijn aanpak. De Amerikaanse president Barack Obama wil ook graag doorpakken. Al wordt zijn beleid nog vaak getorpedeerd door conservatieve krachten in de senaat.

 

Wat nou als bedrijven niet in staat blijken die kosten te dragen?

Ze móeten wel. Voor achterblijvers is in de nieuwe realiteit geen plaats. Voor MKB-bedrijven met onvoldoende middelen is overigens 2 miljard beschikbaar van het Nationale Investeringsinstelling (NII) om energieverbruik terug te dringen. Die investering van die organisatie van pensioenfondsen, banken en verzekeraars wordt terugverdiend met een flinke kostenbesparing op de energierekening van bedrijven.

 

Voor bedrijven is het aanpassen of omvallen.

Dat is een economische realiteit en niet anders dan afgelopen jaren. Wat opvalt is dat de veranderingen tegenwoordig een stuk sneller gaan. De levensduur van de 500 grootste bedrijven, zoals in kaart gebracht door Standard & Poor, ligt nu op 18 jaar. Honderd jaar terug was die verwachting nog bijna 90 jaar. Dat wil overigens niet zeggen dat bedrijven massaal omvallen, ze veranderen alleen, of worden samengevoegd of opgekocht. Neem bijvoorbeeld Philips; dat bedrijf is in een decennium van een traditionele elektronicaproducent getransformeerd in een van de koplopers van de medische tech-industrie.

 

Hoe ziet u die verandering voor bedrijven in de energiesector?  

De energiemarkt gaat er op korte termijn totaal anders uit zien. Allereerst wordt het gebruik van fossiele brandstoffen volledig teruggebracht. Over krap 35 jaar moet ons land volledig CO2-neutraal zijn. De grootste energieproducten in Europa RWE en Vattenfall hebben voor deze transitie miljarden afgeschreven. Wereldwijd zijn de kosten die gemoeid zijn met de verandering nog vele malen hoger; als we ons aan internationale afspraken houden is 35 procent van de oliereserves, 50 procent van de gasvoorraden en 90 procent van de steenkool niet meer te gelden te maken.

 

Er wordt niet alleen afgeschreven, er moet ook worden geïnvesteerd in duurzame energiebronnen.

En dat gebeurt ook op grote schaal. Energiebedrijven en andere organisaties zijn hard bezig om in 2023 bijna acht miljoen huishoudens te voorzien van elektriciteit die gewonnen is door windmolens. Opvallend is ook dat steeds meer consumenten zélf energie op gaan wekken met zonnepanelen. Door die ontwikkeling worden energiebedrijven dienstverlener in plaats van leverancier.

Hoe ziet u die rol van energiebedrijven.

Er zijn nog grote uitdagingen op het gebied van opslag en distributie van energie en systeemcommunicatie. Energiebedrijven, maar ook andere partijen, besteden nu al veel onderzoek aan het oplossen van dat soort vraagstukken. Tesla en BMW bijvoorbeeld hebben onlangs een accu gelanceerd waarmee consumenten energie kunnen opslaan wanneer er op het net onvoldoende vraag is. In deze ontwikkeling is naast bestaande bedrijven veel ruimte voor nieuwe ondernemers, zogenoemde cleantech-bedrijven. De koppeling van ICT en energie is hierin leidend. Het Energieakkoord zet in op 15.000 nieuwe banen bij vooral dit soort start ups die een derde industriële revolutie mogelijk maken.

 

Creatieve oplossingen hebben de toekomst

Absoluut. En onze Nederlandse verwachtingen zijn hoog. In 2020 moet de omzet van de cleantech-sector zijn verviervoudigd. Daarmee moeten we tien jaar later tot de mondiale top behoren. Ik ga in de verandering van de energiemarkt uit van het positieve en geloof dat we ook in staat blijken te zijn om steeds grotere aanpassingen te maken. Het Energieakkoord strekt tot 2023, en is maar de opmaat voor veel grotere veranderingen die tot 2050 noodzakelijk zijn.

 

Van Parijs naar energieparadijs

Tijdens de klimaatconferentie van Parijs (of officieel de ‘2015 United Nations Climate Change Conference’) werd in december 2015 besloten tot een flinke reductie van de CO2-uitstoot in de wereld om zo klimaatverandering (en in het bijzonder de opwarming van de aarde) tegen te houden. Het overleg dat van 30 november tot 12 december plaats had leidde tot het Akkoord van Parijs dat dit jaar in New York door alle 195 betrokken landen zal worden ondertekend.

Als onderdeel van de afspraken is besloten dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet meer dan 2 graden mag stijgen, de uitstoot van broeikasgassen verminderd moet worden en gevolgen van klimaatverandering gezamenlijk worden aangepakt. Om het akkoord door alle betrokken uitvoerbaar te maken zullen de rijkste ondertekenaars tot 2025 jaarlijks meer dan 90 miljard euro ter beschikking stellen.

Nederland en Europa kunnen dan wel vooraan lopen qua verandering. Bent u er zo zeker van dat ook de VS en China – wereldwijd de grootste energieverbruikers – zich aan internationale afspraken zullen houden? Anders gezegd, brengen we onze nationale bedrijven niet om zeep door harder dan anderen in te zetten op strenge energie-normen.

China en de VS hebben voor het tekenen van het Klimaatakkoord eind 2015, als grootste economieën ter wereld samen een overeenkomst gesloten om minder CO2 uit te stoten.

China beseft zich heel goed dat het iets moet doen aan de enorme vervuiling en de grote energiebehoefte: het land is nu al de grootste investeerder in zonnen- en windenergie. De centrale overheid in het land toont zich standvastig in zijn aanpak. De Amerikaanse president Barack Obama wil ook graag doorpakken. Al wordt zijn beleid nog vaak getorpedeerd door conservatieve krachten in de senaat.