Ruzie om reuzefotolijst

Indrukwekkend is hij zeker: de onlangs onthulde Dubai Frame. Deze disproportionele uitkijktoren in vorm van een fotolijst van meer 150 bij 90 meter is – hoe kan het ook anders in de miljonairsstaat – van de buitenkant bedekt met gouden platen. Heel origineel lijkt het bouwwerk echter niet.

De Mexicaanse architect Fernando Donis zegt dat het ontwerp voor de fotolijst van hem is. In 2008 won de in Delft afgestudeerde bouwmeester een ontwerpwedstrijd van de Duitse liftenbouwer ThyssenKrupp met een nagenoeg identiek idee; de schets echter werd niet in stenen omgezet. Donis spande twee jaar terug al in New York een zaak aan tegen Dubai. Het bleek echter niet mogelijk om de Verenigde Arabische Emiraten in de regio zelf voor het hekje te krijgen. Eind 2017 leek er schot in de zaak te zitten – in december trok de Mexicaan zijn aanklacht in, waarna de site van het Dubai Frame Donis als ontwerper aanwees. Na onthulling van het monument echter, sputterde de architect in de vakmedia dat hij tot op heden nog geen dirham uit Dubai ontvangen had.

Geld verdienen met grenzen verleggen

Van auto’s en jurken tot websites en games: de faam van Nederlandse designers reikt tot ver over de landsgrenzen. Wat hebben onze ontwerpsterren met elkaar gemeen, wat drijft ze en what’s next?

Op 24 april 1947 schetste Ben Pon in zijn agenda een busje. Met zijn potloodtekening legde de Volkswagenimporteur uit Amersfoort de basis voor de Transporter, het welbekende ‘hippiebusje’, waarvan er zes generaties later meer dan twaalf miljoen exemplaren verkocht zijn.

De internationale automotive-industrie wordt al decennialang overspoeld met Nederlands designtalent. De lijst is eindeloos: de gepensioneerde Harm Lagaaij was medeverantwoordelijk voor de wederopstanding van Porsche in de jaren negentig , Fedde Talsma was tien jaar lang exterior chief designer bij Volvo en Laurens van den Acker is sinds 2009 hoofdontwerper bij Renault. Niet alleen exterieurs, maar ook veel interieurs komen uit de koker van een van onze landgenoten: Ivo van Hulten en Doeke de Walle werken bij Porsche, Mattijs van Tuijl en Sarkis Benliyan bij Audi en Amko Leenarts bij Ford. Al kunnen we onze chauvinistische sentimenten even niet op het Nederlands elftal botvieren, er is genoeg om trots op te zijn.

Lange kap, korte kont
Van de Nederlandse ontwerpelite zit Adrian van Hooydonk (53) het langst bij dezelfde werkgever. Na zijn studies Industrieel Ontwerp in Delft en Automotive Design in het Zwitserse Vevey, begon de geboren Limburger in 1992 als ontwerper bij BMW. Met de Z9 GT introduceerde Van Hooydonk in 1999 de strakke, gesculpteerde lijnen die van blijvende invloed zouden zijn op de modellen die in daaropvolgende jaren uit zijn pen vloeiden. De iconische platte grille, de lange motorkap, de korte kont en de ‘vleugel’ achterop – allemaal ontsproten aan zijn verbeelding.

Dankzij zijn innovatieve en tegendraadse designvisie, gecombineerd met een groot organisatie- en communicatietalent, schopte Van Hooydonk het tot hoofdontwerper van de hele BMW Groep. Hij stuurt honderden mensen aan in designteams over de hele wereld en drukt al meer dan vijfentwintig jaar zijn stempel op het straatbeeld. “Ik wil dat design emotie losmaakt”, vertelde Van Hooydonk in 2015 aan Het Financieele Dagblad nadat hij de Global Innovation Award had gewonnen. Zijn adagium is niet ‘form follows function’, maar ‘form ascends function’. “Wij weten uit onderzoek bij BMW dat design voor onze klanten het eerste is waar ze op letten bij een aankoop”, tekende het FD uit zijn mond op. “Het ontwerp moet duidelijk maken hoe een product functioneert. Hier worden geen compromissen over gesloten. Het ontwerp is altijd modern en emotioneel zonder dat het functionele nadelen heeft.”

Jurken van plexiglas
De winnende combinatie van creativiteit en ondernemerschap die Nederlandse auto-ontwerpers tot grote hoogten katapulteerde, wierp ook in de mondiale modewereld zijn vruchten af. Viktor & Rolf, Addy van den Krommenacker en Jan Taminiau werkten een clientèle van wereldniveau bij elkaar, dertigers Mattijs van Bergen, Pauline van Dongen en Iris van Herpen (33) volgden in hun voetsporen.

Laatstgenoemde vierde vorig jaar de tiende verjaardag van haar merk; in 2007, na haar stage bij wijlen Alexander McQueens in Londen, presenteerde de ArtEZ-alumnus haar eerste collectie tijdens de Amsterdam Fashion Week. Sinds 2011 is Van Herpen met haar haast buitenaardse ontwerpen vaste gast op de Paris Haute Couturekalender. Haar vooruitstrevende werk – gelijke delen mode, kunst en technologie – werd aangekocht door gezaghebbende musea en leverde haar de laatste jaren de ene na de andere grote modeprijs op: de Andam Fashion Award (250.000 euro) in 2014, het Cultuurfonds Mode Stipendium (50.000 euro) in 2016 en de Johannes Vermeer Prijs (100.000 euro) in 2017.

Eén blik op Van Herpens creaties is voldoende om in te zien dat deze dochter van hippieouders tot de eredivisie der vaderlandse ontwerpers behoort. Ze was de eerste die een 3D-geprinte jurk maakte; grenzen verleggen is haar handelsmerk. “Ik onderzoek nieuwe vormen van vrouwelijkheid en nieuwe vormen van vakmanschap, om van couture een bron van innovatie te maken”, aldus Van Herpen vorig jaar in een interview met Vogue.com. “Mijn werk is precies het tegenovergestelde van de hedendaagse mode.” Ze combineert het vakmanschap van vroeger met de technologieën van nu om tot het gewenste eindresultaat te komen: uiterst verfijnde jurken en kledingstukken waarin plexiglas, roestvrij staal en Swarovskikristallen net zo vanzelfsprekend een rol spelen als polyester, kant en leer.

A-sterren als actrice Tilda Swinton en topmodel Cara Delevingne staan in de rij voor de ‘New Couture’ van Van Herpen. De Nederlandse kleedde Scarlett Johansson in de film Lucy en Beyoncé in de videoclip bij het nummer Mine. Voor de Opéra de Paris en het New York City Ballet maakte ze kostuums. Internationale faam is al lang haar deel, dus what’s next? “Ik wil couture nieuwe betekenis en relevantie geven in het technologische tijdperk”, aldus Van Herpen op Vogue.com. “Ik zie couture als het laboratorium voor ready-to-wear mode. Een plek waar innovatie en samenwerking dienen als aanjager van productietechnieken, materiaalgebruik en duurzaamheid – als motor van vooruitgang.”

Vaasje van snot
Met haar onconventionele designethos is Iris van Herpen zonder meer schatplichtig aan Marcel Wanders (54). Als student aan de Design Academy in Eindhoven werd Wanders al snel naar huis gestuurd; de daar gedoceerde klassieke Bauhausprincipes gingen er bij hem niet in. De industrieel ontwerper brak in 1996 internationaal door met zijn 1,5 kilo lichte ‘Knotted Chair’, gemaakt van door epoxy-gehard touw in samenwerking met de TU Delft. Zijn eclectische en extravagante ontwerpstijl verleidde The New York Times er in 2011 toe hem de “Lady Gaga van de designwereld” te noemen.

Interieurontwerp – van een vaasje van snot tot complete hotels in Amsterdam, Mallorca en Qatar – speelde altijd een belangrijke rol in Wanders’ carrière, maar was nooit zijn enige focus. Met evenveel overgave stortte hij zich de afgelopen jaren op een kunstboek over het Rijksmuseum, slofjes die helpen tegen wiegendood en duurzame mondmaskers voor de Chinese markt. Aan het FD legde de artistieke veelvraat in 2016 uit dat hij voor de breedte kiest, omdat hij het leuk vindt om dingen te doen die hij niet kan of kent. “Iedereen zegt altijd tegen mij dat ik me moet concentreren op mijn talent. Ik zeg: je talent groeit als je de onvermijdelijke hindernissen niet uit de weg gaat, maar bestudeert en aanvecht.”

Net als de gelauwerde Nederlandse auto- en modeontwerpers weet Wanders hoe je met eigenzinnig design geld verdient. Samenwerkingen met gevestigde merken als Puma, Alessi en KLM gaven hem de financiële slagkracht om zich gedurende zijn vijfentwintigjarige loopbaan te blijven ontwikkelen als ontwerper. In 2001 richtte hij designstudio Moooi op, met showrooms in New York, Londen, Tokio en Amsterdam, waar behalve zijn eigen creaties ook werk van gelijkgestemde designers uit binnen- en buitenland wordt verkocht.

Er is geen Nederlandse ontwerper met een zo veelomvattend portfolio als Wanders: van het kleinste theelepeltje tot volledige woontorens. In een interview met Luxurylondon.co.uk onthulde hij zijn megalomane droomproject: een moskee in het Midden-Oosten. “Het zou geweldig zijn als een hedendaagse, Europese ontwerper het vertrouwen krijgt om zo’n belangrijk gebouw te doen”, aldus Wanders. Hij behoort inmiddels dan wel tot de veteranen van het Nederlanders designersgilde, maar er is nog zoveel te doen en er zijn nog zoveel grenzen op te rekken. “Ik wacht op de dag dat ze Lady Gaga de ‘Marcel Wanders van de muziek’ noemen.”

Ruimtes van rust
Eenzelfde visie op vorm en functie treffen wij aan bij Harald Dunnink (36), mede-oprichter van digitaal ontwerpbureau Momkai en het creatieve brein achter journalistiek platform De Correspondent. Bij de start van Momkai in 2002 kozen hij en zijn compagnon Sebastian Kersten ervoor om projecten voor commerciële klanten met dezelfde hartstocht aan te vallen als minder lucratieve opdrachten en eigen producties. “Als je voor grotere (inter)nationale klanten werkt, krijg je de ruimte en het budget om te maken wat je echt wilt”, lichtte Dunnink die keuze in 2014 toe in designtijdschrift Dude. “Ik ben er altijd van uitgegaan dat het succes van dat werk zou afstralen op het volgende.”

Tot op de dag van vandaag leeft Dunnink naar de Momkaivisie die hij zelf vormgaf: creatief vooruitstrevend zijn zonder afbreuk te doen aan de zakelijke belangen van het bedrijf. Het heeft hem op beide vlakken geen windeieren gelegd. Opdrachtgevers in binnen- en buitenland eten uit zijn hand: Van Red Bull en Nike tot kinderwagenfabrikant Bugaboo en het Italiaanse modehuis Ermenegildo Zegna.

In een artikel voor De Correspondent, waarvan hij behalve creative director ook medeoprichter is, zette Dunnink in 2016 zijn ‘ontwerpfilosofie voor de moderne tijd’ uiteen. Het kernwoord: rust. “Want in de gefragmenteerde realiteit van digitale media dringen berichten en beelden zich in hoog tempo aan je op”, schreef hij. “Zelden ervaar je nog de rust om aandachtig één boodschap tot je te nemen. Daarom zie ik het als onze taak om online ruimtes van rust te creëren.” Een geslaagd ontwerp is voor Dunnink een “totaalervaring met een eigen identiteit”, die helderheid creëert en context geeft. “Maak je werk niet moeilijker dan het is en maak het helemaal af. Koester de details. Zij maken dat je het verhaal in wordt gezogen, want het ontwerp staat in dienst van de boodschap.”

De filosofie van Momkai, gestoeld op ongeremd creëren en buiten de kaders denken, werkt. Webdesigners wereldwijd kunnen een voorbeeld nemen aan de manier waarop Dunnink gebruikersgerichte creativiteit koppelt aan slim ondernemerschap, met veel ruimte voor zelfgeïnitieerde projecten. De Correspondent dient als lichtend voorbeeld. Het platform heeft inmiddels meer dan 60.000 betalende leden en donaties, die vele tonnen bedragen, stromen via vele kanalen binnen.

Robotdinosauriërs
Als er één designdomein is waar de gebruiker centraal staat, dan is het wel in de hoek van de first-person shooters en role-playing games. 2017 was ontegenzeggelijk het jaar van Horizon Zero Dawn, een action-RPG van de Nederlandse gameontwikkelaar Guerrilla Games, naar een idee van Jan-Bart van Beek. De Studio Art Director werkte zich na zijn studie toegepaste fotografie in Den Haag op van 3D-kunstenaar en animator tot gamedirector voor de immens populaire Killzonefranchise.

Toen het derde deel in 2010 zijn voltooiing naderde, kregen de medewerkers van Guerrilla Games een opdracht: verzin een nieuwe game. Uit meer dan dertig pitches werd die van Van Beek gekozen. Hij zag een post-apocalyptische wereld voor zich, waarin de natuur onze planeet heeft heroverd, robotdinosauriërs heersen en de met pijl en boog bewapende alleskunster Aloy de hoofdrol speelt. Na vijftien jaar Killzone wilde Van Beek weg van de klassieke shooter en toe naar een open wereld à la Fallout 3. Een beleving waarin de gebruiker de baas is, met een sterk karakter en meer actie.

Zijn idee was precies wat Guerrilla nodig had om relevant te blijven in de krankzinnig competitieve gamewereld. “We ontwerpen niet meer alleen rollercoasters, maar hele pretparken”, aldus Van Beek in een interview met gamesindustry.biz. Zijn wens om een uniek universum te scheppen, deed hem besluiten om andere games en trailers voor nieuwe titels te mijden. “Dat is heel belangrijk, om te focussen op het creëren van een eigen visuele identiteit. Je moet vaak terug naar de tekentafel om helemaal opnieuw te beginnen.”

Als geestelijk vader bewaakte Van Beek het verhaal en de identiteit van Horizon Zero Dawn met hand en tand gedurende de zes jaar dat hij en zijn team aan de game werkten. Hij spreekt van een “kooi” waarbinnen de developers hun ding mochten doen. “Er was veel ruimte voor beweging, maar die kooi was altijd aanwezig.”

Van Beeks lef en toewijding betaalde zich vorig jaar uit. Horizon Zero Dawn werd overladen met positieve reviews, talloze industrieprijzen en een Gouden Kalf in de categorie ‘Beste Interactive’. Maar belangrijker: in de eerste twee weken na de release in maart ging het spel 2.6 miljoen keer over de toonbank. Inmiddels gaat de teller richting de 4 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd.

Van de auto- tot de game-industrie: zeventig jaar na de schets van Pon staan de Nederlands designers er internationaal goed op. En niet alleen door hun eigenwijze ontwerpen. Een glasheldere visie, tomeloze ambitie en gevoel voor ondernemerschap speelden een minstens zo cruciale rol in hun rise to fame. Om te komen waar nu zijn, durfden Van Hooydonk, Van Herpen, Wanders, Dunnink en Van Beek gecalculeerde risico’s te nemen, uitgaande van een doortimmerde designfilosofie. Van roekeloosheid kun je ze derhalve niet betichten. Hoogstens van een gebrek aan faalangst.

Veel stof doen opwaaien

De ongemakken van stofzuigen zijn eenieder bekend: het apparaat staat eigenlijk overal in de weg, achtervolgt je als een recalcitrant olifantenkalf en aan het eind van de schoonmaakbeurt heb je het idee eigenlijk alleen maar stof door de kamer verplaatst te hebben. Daar komt nu verandering in met de Dyson V8 Absolute.

Deze stofzuiger heeft namelijk geen snoer en dat beweegt een stuk makkelijker door de kamer. Dan wordt het onder ogen zien van die moeilijk bereikbare plekjes toch een stuk minder intimiderend. Daarna hang je het apparaat weer makkelijk op in het oplaadstation. Dat scheelt weer ruimte in huis.

De krachtige motor in de Dyson V8 Absolute kan wel 40 minuten mee. Reken maar dat je huis dan spik en span is, want de stofzuiger heeft een bewonderenswaardige zuigkracht. De gemotoriseerde vloerzuigmond helpt daar een handje aan mee. Dat haalt wel wat van de accutijd af, maar dan heb je wel zachte, ronddraaiende borstels die zowel grote stukken vuil als fijn stof verwijderen..

Dyson V8 Absolute
Prijs: €629
www.dyson.com

Ben van Berkel: “Meer een lab dan een ontwerpbureau”

Foto Ben van Berkel, door Els Zweerink

Ben van Berkel is de starchitect die samen met zijn businesspartner Caroline Bos doorbrak met de Erasmusbrug. Hij doceert aan Harvard, vergaarde wereldfaam met het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart en zag onlangs eindelijk het nieuwe Centraal Station van Arnhem geopend worden. Bij UNStudio in een kruipdoor-sluipdoorpand aan de Amsterdamse Stadhouderskade werken meer dan 150 mensen uit de hele wereld.

In Frankfurt werkt UNStudio momenteel aan een heel nieuw stadsdeel met vier grote torens. Daarmee bepalen jullie de leefomgeving van duizenden mensen. Dat is nogal een verantwoordelijkheid.
“Zeg maar gerust 10.000 mensen. Ik weet het. Daarom vind ik ook dat je als architect een publieke verantwoordelijkheid hebt om te communiceren over je werk. Omdat het betrekking heeft op heel veel gebruikers. Wij proberen altijd mensen te verbinden en een gebouw sociale kwaliteiten te bten genereren. In Frankfurt gaan we verschillende functies bij elkaar brengen: wonen, werken, sporten, cultuur, het city-for-all idee met grote dakparken en nieuwe technologie.”

UNStudio staat bekend om zijn brede visie op architectuur. Sociaal, technologisch en met veel uitwisseling met de wetenschap. Vanuit welke filosofie steek je zo’n project in?
“Ik hoop dat het resultaat flexibel wordt, sustainable en gezond. Want we hebben het veel over de planeet als het gaat om duurzaamheid, maar we vergeten vaak het indoor-klimaat. We brengen 80% van onze tijd binnen door. In de meeste kantoren en ook huizen is de luchtkwaliteit enorm ongezond. Onlangs hebben we in Groningen in kantoren een afzuigconstructie gebruikt die eigenlijk bedoeld is voor de operatiekamers van ziekenhuizen, waarbij de lucht via de vloer verdwijnt en bacteriën zo niet door de lucht dwarrelen. Ze hebben daar nu 10 procent minder ziekteverzuim. Dan weet je dat je op de goede weg bent als architect. De nieuwste generatie opdrachtgevers – de start-upgeneratie – richt zich gelukkig op die meerwaarde van architectuur, voor de maatschappij en het bedrijf. Dat is een een ongekende verandering, ook voor ons.”

Soms – zoals bij Arnhem Centraal Station – zit er wel 20 jaar tussen ontwerp en uitvoering. Hoe anticipeer je op de toekomst?
“Dat is het leukste onderdeel van het vak: dat je zeker vijf, vaak wel tien jaar vooruit moet kijken. We hebben intern een Future Department. Daar verzamelen we hoogwaardige kennis over duurzaamheid, gezonde materialen en doen we voorspellingen over hoe wonen en mobiliteit zich gaan ontwikkelen. We zijn inmiddels meer een lab dan een ontwerpbureau. Je kunt niet alles voorspellen, maar we weten wel vaak met behulp van patronen en ervaringen uit het verleden waar we op moeten letten. Ik vind het een heel groot compliment dat men het station in Arnhem, dat dus al 20 jaar geleden bedacht is, nog steeds futuristisch vindt.”

Maar dan zit je opeens wel opgescheept met lelijke toegangspoortjes.
“Ach, die verdwijnen wel weer. Natuurlijk is het vervelend als een mooi gebouw te maken krijgt met dit soort aanpassingen, maar ik ben een ongekende optimist. We puzzelen net zo lang tot ik zeker weet dat je niet meer ziet dat het geen onderderdeel was van het oorspronkelijke ontwerp. Dat lukt niet met alles, maar het is wel het streven.”

Volgen jullie het gebruik van gebouwen die al gebouwd zijn?
Lacht: “Goede vraag! Dat vragen veel opdrachtgevers niet eens. Ja, dat doen we, omdat we willen leren. Soms werkt een ontwerp niet zoals je wilt, of zoals opdrachtgevers willen. We werken al aan ideeën voor het aanbieden van een maintenancepakket, waarin je na enkele jaren kunt bijsturen.”

UNStudio heeft een lange staat van dienst. Helpt die berg ervaring?
Van Berkel knikt nadrukkelijk. “Oh já. Design is trained judgement. Ik merk dat ik de laatste jaren veel sneller kan werken, keuzes maak en meer meesurf op de kennisstroom van hoe je ontwerpen waarde kunt geven. Ik heb ook geleerd om op die kennis te vertrouwen. Als er iets in het ontwerp zit wat een opdrachtgever graag wil maar wat niet werkt, dan ga ik niet akkoord. Veel architecten hebben teveel respect voor de opdrachtgever. Voor mij geldt dat de dialoog moet kloppen. Dat bepaalt of ik klus aanneem of niet.”

Heb je nog een echte droomklus?
“Ik zou graag een groot vliegveld ontwerpen. En een ziekenhuis. Ik haal veel kennis uit ziekenhuizen, ik vind het zo’n mooie interessante wereld.”

Caventou wil de Tesla van het meubilair worden

De markt voor zonnecellen is de snelst groeiende ter wereld. Toch heeft die markt nog zaken die moeten worden opgelost. Het kan er bijvoorbeeld nog veel beter uitzien. Ontwerper Marjan van Aubel wil met haar bedrijf Caventou zonne-energie op een mooie manier integreren in het alledaagse leven en zo de Tesla van het meubilair worden.

“Caventou is vernoemd naar Joseph Caventou, de ontdekker van het chlorofyl – het groene materiaal in bladeren dat fotosynthese mogelijk maakt. Ik begon het bedrijf met Peter Krige, hij was een jaargenoot van me aan het Royal College of Art in Londen, waar ik mijn master in Design Products volgde. Hij was een technische tovenaar, en ik wist dat we iets met zonne-energie moesten doen. Zo begon ons bedrijf, dat was in mei 2015. De eerste resultaten waren een raam en een tafel met daarin gekleurde vensters. Die vensters waren tegelijkertijd zonnecellen die energie opwekten. Esthetisch verantwoord: het zijn mooie objecten. In het begin was het hard werken, ik stopte alles in mijn bedrijf. Een keer ben ik naar een gaarkeuken op straat gegaan zodat ik echt zoveel mogelijk geld in Caventou kon stoppen.’

‘Ik was altijd al door zonnecellen gefascineerd. Toen ik nog aan de Rietveld studeerde maakte ik een vogelhuisje waar een camera in zat die door een zonnepaneel van energie werd voorzien. Zo kon je altijd zien wat er binnenin het huisje gebeurde. Later deed ik er meer onderzoek naar. Zonne-energie is de toekomst omdat het gratis is en er meer dan genoeg voor is. Elk uur geeft de zon voldoende energie af om de hele aarde een dag lang te voorzien. Waarom zijn er dan nog zo weinig toepassingen voor die onuitputtelijke bron? Een van de redenen daarvoor is dat er niet genoeg mooi design is. Zodra deze toepassingen makkelijker en goedkoper en mooier in het dagelijks leven worden geintegreerd, zal het een nog grotere vlucht nemen. Iedereen kan zelfvoorzienend leven. Door middel van je eigen omgeving energie opwekken vind ik een fantastisch vooruitzicht.’

‘Caventou heeft net een beurs gewonnen van Enterprise NL. We hebben geld gekregen om mee te doen aan een accelerator programma waarmee we ons als onderneming snel verder kunnen ontwikkelen. Investeerders dienen zich aan, zodat we onze bestaande producten verder kunnen ontwikkelen en we aan ons nieuwe project kunnen beginnen: een kas met zonnecellen aan de buitenkant. Uiteindelijk willen we dan een heel huis ontwerpen, een heel interieur. Veel jonge mensen die in de stad wonen hebben geen eigen huis, voor hen is zonne-energie nog onbereikbaar en onaantrekkelijk. Het punt met zonne-energie is nu dat de focus op kostendaling ligt, maar nog niet genoeg op integratie. Daar werken wij aan.’

‘Natuurlijk ben ik een duurzame ontwerper, en ik word ook zo gezien. Tegelijkertijd is iedereen nu een duurzaam ontwerper. Kijken hoe we de toekomst gaan ontwerpen, hoe de wereld er over een paar jaar uit ziet. Het moet mooi zijn en de vorm moet kloppen, maar als het niet duurzaam is hoef je het sowieso niet te maken. Als we niet snel gaan veranderen, zijn we er over een paar jaar niet meer. 

Marjan van Aubel
Marjan van Aubel studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam voor ze haar master in Design Products behaalde aan het Royal College of Art in Londen. Daar richtte ze Caventou op. Haar werk is tentoongesteld in o.m. het Boijmans van Beuningen en het Stedelijk Museum. Ze won in 2016 de WIRED Innovation Award en kreeg van Swarovski de Designer of the Future Award 2017.

3x comfortabel design

Per dag zitten we nogal wat uurtjes aan ons bureau. Zelfs na de werkdag kruipen we nog regelmatig achter de computer. Het uitkiezen van een bureaustoel verdient aandacht, zodat je een ergonomisch maar ook esthetisch verantwoord model uitkiest. Dirty Science organiseerde een middagje stoelendans en testte drie bureaustoelen voor je uit.

Goede werkhouding
Ondanks het minimalistische uiterlijk van deze stoel, is het zitcomfort uiterst comfortabel. De stoel vraagt je vriendelijk een goede houding aan te nemen, in tegenstelling tot de dwang die andere zetels daarachter zetten. Door de mooie vormen, het zachte leer en de luxe afwerking zul je merken dat je stelselmatige uitstelgedrag ook afneemt. Vanaf nu heb je weer zin om te werken.

Hay About a Chair AAC 25 in Leather Silk
Prijs: €819
www.hay-amterdam.com

Succesverhaal

Veel mensen werken aan hun eettafel en daar bleek de bestseller eetkamerstoel Doulton van Zuiver een favoriet. Daarom heeft het merk een kantooreditie van de stoel uitgebracht. Omdat je zo lekker zit, hoef je je alleen maar druk te maken over het werk voor je. De combinatie van grijs stof en bruin leer doet vintage aan, maar door de moderne vormgeving past de stoel in bijna elke werkkamer.

Zuiver Doulton office chair
Prijs: €319
www.zuiver.com

Op z’n Italiaans

Eigenlijk is het jammer dat je deze stoel niet ziet als je erop zit. Ontwerper Jean Marie Massaud maakte dit ontwerp voor MDF Italia om je werkkamer een Italiaanse inslag te geven. Wij kunnen geen nadelen ontdekken aan deze stoel: hij zit heerlijk en de mooi vormgegeven kuip is bekleed met zachte kussens die in verschillende kleursamenstellingen te krijgen zijn.

MDF Italia Flow Slim Chair
Prijs: €918
www.mdfitalia.com

Piramide op Manhattan

Ze zullen enigszins lacherig of op zijn minst verbaasd gereageerd hebben: een zilveren piramide, in Manhattan? Lekker efficiënt gebruik van de grond! Maar hij staat er, aan de Hudsonrivier: VIA 57, naar ontwerp van de Deense opkomende architect Bjarke Ingels.

Egypte heeft er natuurlijk meerdere. Maar ook Londen heeft er een. En Las Vegas. Sinds enkele decennia ook het klassieke Parijs. Bouwmeesters en ontwikkelaars zijn altijd gefascineerd geweest door piramides als bouwvorm. Voor een wereldstad als New York, waarin gevochten wordt om iedere vrije vierkante meter, is het ontwerp echter niet het meest praktisch: piramides vragen om een groot oppervlakte en zijn beperkt in hun hoogte. Daarbij is de constructie een stuk kostbaarder dan rechttoe-rechtaan wolkenkrabbers. Ingels kreeg desondanks de handen op elkaar voor zijn gewaagde schetsen. Hij presenteerde zijn ontwerp tien jaar geleden; het bouwwerk werd in 2016 geopend.

Sindsdien raken inwoners van de metropool niet uitgepraat over ‘hun’ piramide. New York Times noemde het complex een van meest opvallende toevoegingen aan de toch al wereldberoemde skyline. Vorig jaar kreeg ontwerp VIA 57 The International Highrise Award, een prestigieuze vakprijs voor hoogbouw. De jury van het Deutsche Architektur Museum in Frankfurt roemt de piramide om zijn innovatieve design en functionaliteit, en opmerkelijk genoeg ook om de wijze waarop het gebouw aansluit bij de rest van de stad en de (redelijk) beperkte kosten voor de aanleg.

Lichtgroen
Ingels tekende niet alleen strakke lijnen, maar gebruikt ook veel natuurlijke ronde vormen in zijn ontwerp. Door de grote ramen in de gevel ogen de openbare ruimten en 709 appartementen een stuk lichter dan andere gebouwen in New York. Een flinke hap uit een van de zijden van de 130 meter hoge woontoren biedt ruimte aan balkons en een grote patio. Door het specifieke ontwerp heeft 80% van de appartementen ’s avonds zicht op de ondergaande zon.

VIA 57 moet ook een van de groenste gebouwen worden in de miljoenenstad. Op de binnenplaats zijn enkele tientallen bomen aangelegd en een serie vijvers. Op hun site, waar nog enkele woningen worden aangeboden tegen een startprijs van zo’n 2 miljoen dollar, roepen de ontwikkelaars nieuwe bewoners op om de planten op hun balkon en in hun kozijnen ‘welig te laten groeien’.

Gokje
VIA 57 moet niet alleen een voortrekker worden op het gebied van duurzaam bouwen in New York, Ingels wil met zijn team ook een voorbeeld stellen van een nieuwe vorm van wonen. Appartementen zijn kleiner dan je van de prijs mag verwachten, maar daartegenover staat dat bewoners van een groot aantal ruimten in het complex gebruik mogen maken. ‘We verwachten meer sociale interactie tussen buren dan in traditionele gebouwen en buurten’, aldus de bouwmeester. VIA 57 beschikt over verschillende lounges, een panoramadek, een externe keuken, spelletjeskamers, een gigantische fitnessruimte en zowaar ook een pokerkamer.

BIG-BIGGER-BIGGEST
Bjarke Ingels is een 43-jarige architect uit Kopenhagen. In 2005 richtte hij zijn eigen bouwfirma BIG op, en heeft inmiddels meer dan 600 mensen in dienst. Wall Street Journal noemde Ingels in 2009 de grootste innovator op het gebied van architectuur. BIG leverde de bouwtekeningen voor het Deense complex op de Wereldtentoonstelling in Shanghai (2010) en het Maritiem Museum in de Deense hoofdstad (2013).

Omstreden sekshuizen terug naar NDSM

Foto: screenshot Youtube

‘Domestikator’, het aanstootgevende kunstwerk van Joep van Lieshout, is vanaf maart weer te zien aan de Amsterdamse dokken. De rode huisjes die tevens gezien kunnen worden als seksende mensen in doggy-style, keren terug uit Parijs, na een korte trip van krap zes maanden. Ze maakten deel uit van een expositie in museum Centre Pompidou. Voorafgaand aan de tentoonstelling ontstond er een behoorlijke discussie over het werk in de Franse kunstscene. Het Louvre weigerde Domestikator in het park Jardin des Tuileries te plaatsen, waarop de concurrent het ‘monument tegen censuur’ overnam.

Nieuw design van heel mooi afval

Foto Dirk van der Kooij, gemaakt door Loek Blonk

In het hoofdkwartier van zelfproducerend ontwerper Dirk van der Kooij gaan eindeloze hoeveelheden gebruikt kunststof naar binnen en komen nieuwe designmeubels naar buiten. Van hergebruikt plastic creëert hij nieuwe onverwoestbare tafels, stoelen, lampen. Van der Kooijs spullen gaan de wereld over: Maxima en Willem hebben zijn “Chubby Chairs” in privébezit. High-end recycling uit de pers en 3D-printer.

Als Dirk van der Kooij (1983) de deur van de oude industriële loods op het Zaanse Hemhaventerrein opent, heeft hij zijn stofmasker nog op. Hij was een wand in de fotostudio aan het schuren.  In een afgesloten deel van de loods spuiten grote 3D-printrobots nieuwe voorwerpen op uit plasticpasta: stoelen, vazen, lampen. In een zelfontwikkelde smeltpers veranderen oude tuinstoelen in robuuste tafels. Fabriek, showroom, fotostudio en opslag: alles zit hier onder een dak. Achterin bevindt zich een stoffenatelier, waar de zittingen en kussens voor de stoelen gemaakt worden. We gaan zitten aan tafel. Niet op een stoel, maar op een groot houten krat vol glimmende inhoud: cd’tjes die klaar zijn om zo versmolten te worden. Hij kijkt om zich heen: “Het wordt alweer een beetje klein hier.”

Hoe is dit zo gekomen?
“Ik was altijd al aan het bouwen en besloot op mijn 14e naar het hout- en meubileringscollege te gaan. Ik wilde vooral met mooie materialen werken. Maar toen ik die opleiding had afgerond, kwam ik erachter dat je in de praktijk  vaak juist met lelijke en goedkope grondstof moet werken in plaats van met mooi hout. Toen ben ik naar de Designacademie in Eindhoven gegaan. En daar kwam ik in contact met gerecyclede kunststof, een ondergewaardeerd en eerlijk materiaal.”

Wat is het bijzondere aan werken met kunststof?
“Het is een übermateriaal: stevig, massief, onverwoestbaar, en smeltbaar. Dat maakt ook dat je nooit iets hoeft weg te gooien: alle kunststof die hier binnenkomt wordt gebruikt. Alles wat ik maak is ook weer recyclebaar. Ik ben kunststof gaan bakken in omgebouwde pizzaovens. Als het afkoelde, rimpelde het en kreeg het een soort nerfstructuur zoals hout. Ik keek ernaar vanuit het perspectief van een meubelmaker en zag meteen er de mogelijkheden van.”

Waar komt de hergebruikte kunststof vandaan?
“Ik heb een directe lijn met veel kunststofboeren, maar het is steeds een uitdaging om goed restmateriaal te vinden. Alleen hoogwaardige kunststof is goed te recyclen. De stoelen maken we van kunststof uit oude koelkasten, die is heel gelijkmatig. We verwerken het liefst de resten van onze stoelen in de tafels. Maar die op zijn, werken we met oud tuinmeubilair. De lampen maken we van andere hoogwaardige restkunststof: productieafval van een fabriek. Heel mooi afval. Mooie recyclebare kunststof is overigens net zo duur als ‘nieuw’, die zit boven de schrootprijs. Er komen ook regelmatig bedrijven die me materiaal aanbieden. Dat mag, maar dan mogen ze het eerst wel helemaal deassembleren. Ik zou ook best computers willen persen, maar dat is niet te doen.”

Als afstudeerproject van de Designacademie ontwikkelde Van der Kooij een 3D-printer waarmee hij kunststof meubels kon printen. De inmiddels iconische ‘endless chair’ was het eerste product: een stoel die niet glad is, maar waarbij je juist de printranden ziet.   “Nieuwe 3D-printers printen heel glad, heel naadloos. Ik wilde expres een beetje ‘boers’ printen, met een lage resolutie als ornament, de structuur van de printer als onderdeel van het resultaat. Vandaar dat ik zelf mijn printers bouw.”

Wat is je belangrijkste inspiratiebron?
“Het materiaal en het experiment. Ik ben wel met esthetiek bezig, maar ik probeer vooral echt nieuwe dingen te maken. We rekken eerst de mogelijkheden van de techniek op – ik knutsel graag aan de robots en machines – en dan mogen we pas ontwerpen. We hebben nu weer een compleet nieuwe zelfgemaakte machine, waarmee we kunststof kunnen persen tot tafels met een terrazzoachtige look. Als je met grote stukken werkt, dan zie je ze vlammen, bijna een soort schilderij. De tafels zijn vier centimeter dik, dus goed voor meer generaties. Als er krassen op zitten kun je ze opschuren.”

Hoeveel uur werk je per week?
“Eerlijk? Eigenlijk werk ik altijd. Ik heb een huis in het centrum van Zaandam, maar regelmatig slaap ik ook hier boven de werkplaats. Ik vind het fijn om lang door te werken. Dat trek ik soms misschien wel door tot in het extreme, maar voor mij voelt het niet als werk. Inmiddels is het ook een soort familiebedrijf: mijn broer is de studiomanager, mijn vader werkt ook hier, net als een paar oude vrienden.”

Wanneer is een ontwerp af?
Alles ontstaat uit prutsen en testen, maar dan moet je er nog lang aan werken voor iets af is. Kijk bijvoorbeeld naar de sunflowerlamp: een holle lamp van doorschijnend kunststof. Ik heb een fetisjisme voor dikke lijnen, maar het proces om die te creëren is megamoeilijk te controleren. Bovendien wilde ik een ledlamp ontwikkelen die veel licht geeft, maar toch prettig is om in te kijken. Een fijn lichtbeeld. Ik moest vanuit het materiaal op zoek gaan naar de unieke eigenschappen, het lichtversterkende van het kunststof. Dat ontwikkelproces heeft uiteindelijk wel een jaar geduurd. Ik kon het níet loslaten. Dan is ontwerpen niet per se leuk, nee.”

Wanneer wel?
“Als mensen je werk waarderen. Dat is wel de grootste beloning.”

Je werk is over de hele wereld te zien, van de receptiedesk van fancy hotels tot in musea. Heb je ook nog de ambitie om voor anderen te ontwerpen?
“Ik word regelmatig gevraagd om voor andere merken te ontwerpen, maar dat lukt me niet, ik moet de productie in eigen handen hebben. De dingen waar ik mijn naam onder zet, moeten ook kloppen op het gebied van duurzaamheid en milieubewustzijn. Ik vind het lelijk en vulgair om zomaar iets aan de markt toe te voegen en te verkopen. Daar word ik niet gelukkig van.”

Dirk van der Kooij
Deze designer produceert zelf zijn meubels, vazen en lampen in een eigen studio. Zijn afstudeerproject  (2009) aan de Design Academy in Eindhoven was een gigantische robotarm die grote objecten kon maken, zoals meubels, waarmee hij de eerste ter wereld was. Hij maakt gebruik van gerecyclede materialen die hij verwerkt met zelfgebouwde 3D-printers.

Oude façade voor Nieuw Berlijn

Berlijn krijgt er een historische publiekstrekker bij. In 2019 wordt het grootse Stadtschloss van de Duitse hoofdstad geopend, na jaren van reconstructie. De aanleg van het kapitale pand is niet geheel onomstreden. Ontwikkelaars, architecten, cultuurhistorici en marketeers gaan dan ook heel zorgvuldig te werk.

Eeuwig zonde?
Bijna 17 jaar aan bouwtijd is er voor het gigantische project gereserveerd. Nog veel langer discussiëren Duitsers over de herbouw van het barokke Stadtschloss in het centrum van Berlijn. Voorstanders zeggen dat reconstructie van het voormalige woonpaleis van de keizerlijke familie Hohenzollern vele honderdduizenden bezoekers zal trekken. Anderen vinden zo’n kapitaal gebouw niet in de hoofdstad passen; het slot zou Duits nationalisme aanwakkeren – en dat blijkt bij onze oosterburen zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog altijd een gevoelig punt. Weer anderen hadden liever gezien dat het gesloopte Volkspalast uit de DDR op diezelfde centrale plek aan de stadsrivier de Spree was blijven staan. Volgens hen doen de gemeente en architecten met dit project aan geschiedvervalsing. Maar de critici zullen zich erbij moeten neerleggen: volgend jaar wordt het grootse paleis geopend. Het is omgedoopt tot Humboldt Forum en zal een museum voor niet-Europese kunst gaan huisvesten.

Barokke grootheid
De winterresidentie van markgraaf en keurvorst van Brandenburg en het latere woonpaleis van de Duitse keizer werd in het midden van de zeventiende eeuw gebouwd in een zich rap ontwikkelend Berlijn. Het gebouw van architect Andreas Schlüter gold drie eeuwen als het grootste barokke bouwwerk van Duitsland en was gezichtsbepalend voor de vooroorlogse Duitse hoofdstad. In 1918, nadat de Keizerlijke familie verdreven was, werd het een museum. Het werd in 1950 gesloopt, na in de Oorlog deels verwoest te zijn door de bombardementen op de stad. De nieuwe machthebbers in Oost-Berlijn, de Sovjets, vonden het ‘feodale’ Stadtschloss niet in hun nieuwe hoofdstad van Duitsland passen. Ze braken het paleis af en vervingen het door een modernistische betonpuist: Het Volkspalast. Dat werd in 2003 gesloopt.   

Klei, plastic, gips en zandsteen
Een van de meest arbeidsintensieve werkzaamheden in de reconstructie van het Stadtschloss is de aanleg van drie rijkversierde buitenmuren- de vierde muur aan de zijde van de Spree wordt in moderne stijl aangelegd. Een groot team aan ambachtslieden werkt momenteel aan bijna 3.000 beelden en ornamenten. Een handjevol van deze versieringen is bewaard gebleven in de archieven; het overgrote deel wordt op basis van oude foto’s en filmopnamen nagemaakt. De vaak metersgrote kunstwerken – adelaars, koppen van rammen en leeuwen, gigantische engelen – worden eerst met klei vormgegeven. Vervolgens worden hiervan plastic mallen gemaakt die gebruikt worden als gietvorm voor de uiteindelijke gipsen afdrukken. Voor het fundament van het bouwwerk zelf is 9.000 kubieke meter zandsteen naar Berlijn gehaald. De kosten voor de kunstwerken alleen bedraagt bijna 60 miljoen euro.

Publieke investering
De aanleg van het Stadtschloss komt voor een belangrijk deel voor rekening van de Gemeente Berlijn en het Duitse Ministerie voor Cultuur. De departementen hebben zo’n 600 miljoen euro voor het project begroot. In deze cijfers zijn de kosten voor de collectie van het Humboldt-Forum en de inrichting van het museum zelf nog niet meegerekend. De rijke versiering van het bouwwerk wordt niet door de overheid betaald. Hiervoor is een delegatie van kunstexperts al bijna 10 jaar lang op weg om wereldwijd geld op te halen. Private geldschieters hebben naar verluidt al bijna 90 procent van het benodigde kapitaal opgebracht. Via de site kunnen liefhebbers een donatie doen voor één of meerdere specifieke beelden of ornamenten aan de rijkversierde gevel.

Bouwmeester
Het Stadtschloss wordt aangelegd door de Italiaanse architect Franco Stella. Die bouwmeester was eerder betrokken bij een aantal omvangrijke projecten waarbij oud en nieuw gecombineerd werden, waaronder een uitbreiding van de historische stadsbibliotheek in Stockholm (1995) en de aanleg van twee expositieruimtes in de oude binnenstad van het Italiaanse Padua. Stella leverde in 1994 een ontwerp voor de nieuwe Rijkskanselarij in Berlijn; dat werd toen afgewezen. De Duitse kunsthistoricus Manfred Rettig gaat over de reconstructie van kunstobjecten en beelden, en is betrokken bij de aanleg van de historische buitenmuren van het Humboldt-Forum.

Meer informatie over het gebouw en geplande exposities vind je op: Humboldtforum.com

Vervoer je kinderen nóg makkelijker met deze elektrische bakfiets

Vraag aan jonge ouders hoe het is om (kleine) kinderen te hebben en ze antwoorden vrijwel allemaal hetzelfde: ‘druk!’ ’s Ochtends moet je vroeg uit de veren om ze aangekleed en wel naar school te brengen en enkele uurtjes later haal je ze op en zorg je er tot ’s avonds laat voor dat ze niks tekortkomen. Om ervoor te zorgen dat ze met jouw hulp veilig en wel naar school – en andere plekken – komen, wordt er veelal gebruikt gemaakt van een bakfiets. Handig, maar ook zeer vermoeiend.

Daarom heeft Urban Arrow de elektrische bakfiets ontworpen. Het Nederlandse bedrijf – opgericht in 2009 – heeft deze elektrische variant in het leven geroepen met als doel om ‘de stad stiller te maken en te vergroenen met elektrische transportfietsen.’ Een nobel streven en in de jaren dat Urban Arrow actief is hebben ze hun business al over negentien landen verspreid.

Soorten bakfietsen

In hun arsenaal hebben ze drie varianten op de elektrische bakfiets. De eerste is de Family. Deze heeft elektrische trapondersteuning, zodat je de kinderen eenvoudig(er) door het drukke verkeer manoeuvreert. Door het aluminium frame is het ook nog eens een stuk lichter en dus ook wendbaarder. Heb je liever een stoere woon-werkfiets, dan is er de Shorty. Niet alleen visueel aantrekkelijk, maar ook heel erg snel, met als bijkomend voordeel dat je hiermee – in tegenstelling tot een scooter – veel bagage kunt vervoeren. Wil je echter alleen spullen vervoeren, dan is de Cargo jouw man. Snel, efficiënt, geluidloos én hij stoot geen fijnstof uit, wat hem ontzettend milieuvriendelijk maakt.

De fietsen van Urban Arrow zijn verkrijgbaar bij de betere fietsspeciaalzaak. Kijk voor een overzicht van de verkooppunten op www.urbanarrow.com

‘Ik speel met mijn eigen perfectionisme’

Sommige ontwerpen van de Eindhovense ontwerper Tom Frencken lijken regelrecht uit Alice in Wonderland te komen. Ze hebben iets achteloos: bijna niets is recht. Maar schijn bedriegt. De ontwerpen hebben allemaal een bijzonder hoog afwerkingsniveau: ‘Juist omdat ze scheef zijn, moet ik extreem netjes werken.’

Tekst: Renske Schriemer & Cor-Peter Pasma, fotografie: Tom Frencken

Zeg je Tom Frencken, dan denk je aan…
‘Mijn Furniturecollectie. Die meubels hebben een hele duidelijke uitstraling die mensen vaak wel onthouden. Ze vallen op omdat ze niet lijken te kloppen. Soms denken mensen zelfs dat ze optisch voor de gek worden gehouden, maar ze zijn echt zo scheef.’

Hoe ben je erop gekomen om stoelen en kasten te maken die scheef zijn?
‘Die specifieke collectie heb ik bedacht om een manier te verzinnen om betaalbare unica (enkele stuks, red.) te kunnen maken. Vaak zijn unica erg duur. Ik wilde goedkoper werken door één plaat op te zagen in brede stroken en er dan iets van te maken. Het is ten dele gelukt. Door het hoge afwerkingsniveau zijn ze namelijk toch niet heel goedkoop.’

En hoe werk je? Teken je eerst alles uit en maak je dan een prototype?
‘Nee, ik maak geen tekening vooraf. Natuurlijk schets ik wel van alles; ik kom op die manier op een idee voor een vorm. Die schets probeer ik dan te vertalen naar de werkelijkheid. Maar het is eigenlijk een puzzel die tijdens het werken ontstaat, volledig op het oog. Enorm leuk om te doen. Soms levert dat hele mooie resultaten op die niet zo zijn bedoeld. Een prototype maak ik dus niet, ik maak meteen het werk.’

Slaat de collectie aan?
‘Ja, ik vind van wel. Zo mocht ik voor kunstuitleen De Krabbedans in Eindhoven het hele interieur op die manier in elkaar zetten. Dat was mooi, omdat het concept daardoor nog beter tot zijn recht komt. Volgens mij is mijn kracht dat ik speel me uitgesproken archetypische vormen die mensen direct herkennen, maar die dus ook net niet kloppen. Qua vorm dan, want ik ben een perfectionist. Dat het scheef is wil niet zeggen dat het niet past. Juist dan moet alles kloppen en beter zijn gemaakt.’

Is dat je doel ook, mensen met je ontwerpen op het verkeerde been zetten?
‘Nee, het is geen doel op zich. Maar mijn ontwerpen hebben wel vaak een cartoonesk ogende twist; ik zoek in mijn werk eigenlijk altijd naar contrasten. Dat hoeft niet altijd in vorm, het kan ook in de keuze van het materiaal zitten. Ik hoop op een ingetogen glimlach, maar wil ervoor waken dat dat het enige is wat mijn ontwerpen oproepen. Ze moeten ook mooi en functioneel zijn.’

Hoe doe je dat precies?
‘Mijn werk moet geen grap zijn. Dan lach je één keer, en als je de grap dan kent, is de lach voorbij. Ik probeer toch echt iets te maken waar mensen altijd blij mee zijn. Dus een stoel moet goed zitten en alles moet goed werken.’

Dat klinkt wel weer heel functioneel.
‘Zo bedoel ik dat niet. Ik houd juist ook van de schoonheid alleen. Daar begint het voor mij. Bij sommige ontwerpers lijkt het wel alsof je iets vies zegt als je alleen voor de schoonheid gaat. Daar ben ik het niet mee eens. Zo maak ik ook bijvoorbeeld sieraden of licht absurdistische objecten zoals het Flying Cabinet: een huisje zonder deuren en ramen dat lijkt te kunnen vliegen. Maar ik zorg er wel voor dat alles wat ik maak tot in de puntjes is afgewerkt. Je zou dus ook kunnen zeggen dat ik speel met mijn perfectionisme.’

Dus soms is dat genoeg: alleen maar gaan voor de schoonheid van de dingen?
‘Ja, dat vind ik wel. Zo heb ik ook de Odes gemaakt: objecten die eruit zien als stoelen, maar waar je niet op kunt zitten. Alle drie de ontwerpen zijn een ode aan beroemde stoelen van Eames en Stam. En, hoewel je toch duidelijk ziet dat ze niet bedoeld zijn om op te zitten, zijn er toch mensen die vragen hoe je ze moet gebruiken. Ik vind ze gewoon mooi.’