Bijen weten van niets

Niet alleen mensen hebben kennis van non-existentialisme, ook onze vliegende honingverzamelaars kennen het verschil tussen één en nul. Dat stellen onderzoekers van de Australische technische universiteit RMIT.

Voor een proef gebruikten de professoren kaartjes met een wisselend aantal symbolen erop. Ze trainden vervolgens bijen om op die kaartjes te landen waarop het minste aantal afbeeldingen te zien waren; de insecten bleken in staat om het verschil te maken tussen één en géén afbeelding. De universitaire krachten noemen hun bevinding opzienbarend omdat bijen minder dan een miljoen neuronen in hun hersenen hebben (in onze menselijke grijze massa hebben we bijna 86-duizend keer zoveel verbindingen). Het onderzoek helpt in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, zeggen de professoren, omdat bewezen is dat zelfs met beperkt denkvermogen abstracte kennis te verwerken is.

Nobelprijs voor de Geneeskunde voor nieuwe immuuntherapie tegen kanker

Amerikaan James P. Allison en Japanner Tasuku Honjo hebben de Nobelprijs voor de Geneeskunde gewonnen. Zij krijgen de prijs voor het onderzoek dat ze deden naar een nieuwe immuuntherapie-behandeling tegen kanker.

“Een mijlpaal in het gevecht tegen kanker”, zo noemt het Nobelcomité het onderzoek van de twee. Allison en Honjo deden onderzoek naar het functioneren van bepaalde eiwitten in het immuunsysteem. Eiwitten zorgen ervoor dat het immuunsysteem in werking wordt gezet en bacteriën en virussen afweren. Bij kanker werkt het immuunsysteem echter niet afwerend, het valt niet aan en merkt het niet op.

Allison en Honjo kwamen erachter dat dit komt door bepaalde eiwitten die een remmende werking hebben op dit systeem. Door een stof toe te voegen aan het lichaam kan deze rem eraf worden gehaald en kunnen de eiwitten worden ingezet om tumoren te bestrijden.

Nobelprijs voor de Natuurkunde

De winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde werd dinsdag bekendgemaakt. Deze prijs gaat naar een onderzoek over laserfysica, uitgevoerd door Arthur Ashkin, Gérard Mourou en Donna Strickland. Laatstgenoemde is daarmee de derde vrouw ooit die de Nobelprijs voor de Natuurkunde in ontvangst mag nemen.

De Amerikaanse Ashkin, die met zijn 96 jaar de oudste Nobelprijs winnaar ooit is, ontwikkelde bij dit onderzoek een optische pincet waarmee deeltjes, atomen en moleculen kunnen worden gevangen tussen laserstralen. Hierdoor kunnen deze deeltjes met lichtstralen worden onderzocht en zo nodig gemanipuleerd zonder ze daarbij te beschadigen. De Fransman Mourou en Canadese Strickland ontwikkelde vervolgens de laserstraal. Zij werden door het comité geroemd omdat ze hiermee de weg vrijmaken voor nieuw onderzoek.

Grootmoeders zilver in strijd tegen plastic soep

Amsterdamse kroegtijgers zijn inmiddels al een tijdje gewend aan het idee dat ze hun gin&tonics, bacos en wodka-sodas zonder plastic rietje moeten wegzetten. Nu moeten ook camping-gangers het stellen zonder hun favoriete eetgerei. Na een proef in de hoofdstad gaat al het plastic bestek in Europa immers in de ban.

Met deze maatregel wil de Europese Commissie de vervuiling van de wereldzeeën, of in elk geval dat deel waarvoor we op het continent verantwoordelijk zijn, met 50% terugbrengen. UNEP, de milieuclub van de Verenigde Naties, bracht begin dit jaar naar buiten dat vervuiling van het wateroppervlak met plastic niet alleen hele schadelijke gevolgen heeft voor de natuur en zeedieren, maar dat ook de mens wordt bedreigd: kleine, vaak onzichtbare stukjes plastic hechten zich aan gifstoffen. Besmette vis kan bij consumptie tot ernstige gezondheidsklachten leiden en in sommige gevallen dodelijk zijn.

‘Zeestofzuiger’

De Delftse superuitvinder Boyan Slat, die vier jaar geleden een ‘zeestofzuiger’ bedacht om de plastic soep te verkleinen die op de oceanen drijft, stelde eerder al in Dirty Science dat zeevervuiling een van de ernstigste milieuproblemen van deze tijd is.

Overigens handelt de EU niet alleen uit wereldverbeterende motieven; ook geld speelt een rol. De totale schade als gevolg van plasticvervuiling van de oceanen loopt volgens Brussel de komende decennia op tot ruim 250 miljard euro. Opvallend is wel dat de EU allang niet meer tot de grootste viezerikken op aarde behoort; in de top-20 komt geen enkel Europees land voor. China, Vietnam en India behoren tot de grootste vervuilers, zo blijkt uit cijfers van UNEP; bij elkaar kieperen de landen jaarlijks enkele honderden miljoenen tonnen aan plastic in de zee.

In een ronkend persbericht waarin het afschaffen van plastic bestek wordt aangekondigd, wijzen Brusselse ambtenaren op een breed aantal alternatieven, waaronder papieren en houten rietjes, mesjes, lepeltjes en vorkjes en het eetgerei uit oma’s zilverla.

Mammoet-kloon moet klimaatverandering tegengaan

Onderzoekers wringen zich in de gekste bochten om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar een groepje wetenschappers van Harvard University maakt het wel heel bont: het team wil de duizenden jaren geleden uitgestorven mammoet tot leven wekken om vegetatie in het voormalige leefgebied van het metersgrote beest te helpen ontwikkelen.

Het harige monster is bestand tegen kou en in zijn trek ploegt hij met zijn enorme poten sneeuw om waardoor de grond bloot komt te liggen en planten eerder kunnen uitbloeien. Daardoor bloeit de steppe op en is het groen in het gebied in staat om meer koolstofdioxide uit de lucht op te nemen, zo is de theorie. De mammoet vreet bovendien kleine boompjes op die een verscheidenheid aan plantensoorten beperken.

De Amerikaanse geleerden kloonden een jaar terug al meerdere cellen van het prehistorische dier. Op een congres in de vroege zomer stelden ze dat ze nog vóór 2020 in staat moeten zijn om een levend embryo te maken. De mammoet – die eigenlijk niet écht mammoet mag heten, het is een kruising met een Afrikaanse olifant – kan worden gedragen in een kunstmatige baarmoeder.

De laatste mammoet blies 2.000 jaar voor onze jaartelling zijn laatste adem uit. Cynisch genoeg zijn wij mensen waarschijnlijk de reden. Ook een verandering van het klimaat droeg bij aan het uitsterven van de mammoet. De geleerden maken voor hun ‘nieuwe mammoet’ gebruik van de Crispr/Cas9-methode; een techniek afkomstig uit onderzoek naar bacteriën.

Nederlandse uitvinders wederom de beste

Chips in onze telefoons, computers en auto’s zijn een stuk kleiner, sneller en goedkoper door onderzoek van Nederlandse ontwikkelaars. En daar mogen we eigenlijk best wel een beetje dankbaar voor zijn. Of ja, dat zijn we eigenlijk ook. Techneut Erik Loopstra, werkzaam bij het Eindhovense ASML, kreeg deze zomer voor zijn baanbrekende werk de Europese Uitvindersprijs uitgereikt samen met zijn Russisch-Nederlandse collega Vladim Banine. De onderscheiding van het Europese Octrooibureau geldt als de hoogste eer voor moderne uitvinders.

Loopstra en Banine droegen in hoge mate bij aan de ontwikkeling van Extreme Ultraviolet Lithography, een techniek waarmee bouwtekeningen voor chips tot nanoprojectie verkleind kunnen worden. Een kleiner ontwerp betekent in de praktijk ook kleinere chips.

Nederlandse wetenschappers en techneuten liggen goed bij de Brusselse uitvindersclub. Vorig jaar nog ging medicus Jan van den Boogaart er met de prijs vandoor. De Nederlander bedacht een test waarmee malaria sneller opgespoord kan worden en het sterftecijfer als gevolg van de ziekte flink kan worden teruggebracht. Het jaar ervóór mocht landgenoot en uitvinder van stabiliteitsprogramma’s voor autobestuurders Anton van Zanten de bokaal op zijn schoorsteenmantel zetten.

Mars was wellicht tóch bewoond

Er is mogelijk toch leven geweest op de Rode Planeet. Dat stelt de Nederlandse astrobiologe Inge Loes ten Kate. De hemeltuurder en haar collegae publiceerden in de juni-uitgave van tijdschrift Science een artikel waarin ze met bewijzen komen dat 3 miljard jaar terug organische moleculen op Mars aanwezig waren en zelfs bouwstenen voor leven.

De wetenschappelijke wereld ging er lange tijd vanuit dat Mars een dode planeet was, of liever gezegd een levenloze massa in het heelal. In de jaren zeventig namen de eerste Marsvoertuigen grondmonsters mee waarin geen organische resten ontdekt werden. Maar uit opgravingen van het NASA-ruimtewagentje Curiosity, dat in 2012 op onderzoek werd gestuurd op de planeet, komen dergelijke sporen wel naar voren.

Ten Kate is overigens voorzichtig om de resten in het mulle Mars-zand direct als bewijs voor leven aan te merken. In haar betoog stelt de wetenschapper nadrukkelijk dat organische stoffen géén levende stoffen zijn, maar dat het zich wel had kunnen ontwikkelen tot leven. “Het hád gekund”, aldus de Utrechtse professor.

Mars staat de laatste jaren in groeiende belangstelling van internationale ruimtevaartorganisaties. Het hemellichaam lijkt meer dan andere planeten op de aarde en geld als serieuze uitwijkmogelijkheid voor als het leven hier door klimaatverandering niet meer mogelijk is. Dan moet het met de temperaturen op aarde overigens nog wel een stukje erger worden. In de zomer geniet je op Mars van een aangename 20 graden, in de poolwinter echter daalt het kwik tot -120. Reden voor die wisseling is de dunne atmosfeer op de planeet waardoor warmte snel opstijgt.

De allesetende haai

Bij haaien denken we toch al snel aan snelle vleesetende jagers, die de oceaan afspeuren voor een zeehondje of zeeschildpad. Een buffet van zeegrassen hoort daar niet bij. Toch hebben Amerikaanse onderzoekers ontdekt dat de kaphamerhaai met alle liefde een weekdier inruilt voor een stukje zeegras.

De kaphamerhaai maakt onderdeel uit van de hamerhaai-familie (roofhaaien) die voorkomen in de Grote en Atlantische oceaan. Dat deze haai vaker te vinden is bij zeegrassen was voor de onderzoekers bekend, al gingen zij er vanuit dat de haai daar op zoek was naar kleine zeediertjes en het zeegras per ongeluk binnenkregen. Samantha Leigh, een van de onderzoekers van de Universiteit van Californië, wilde dit fenomeen verder onderzoeken.

Speciaal dieet

Om erachter te komen hoeveel plantaardig materiaal de haaien kunnen verteren haalde Leigh een vijftal kaphamerhaaien uit de zee die ze in een aquarium onderbracht. Drie weken lang werden een aantal van deze haaien op een speciaal dieet gezet van 90 procent zeegras en tien procent inktvis. Het resultaat was verrassend. Het gewicht van de kaphamerhaai nam toe, daarnaast kwamen de onderzoekers erachter dat de haaien even goed zijn in het verteren van zowel vezels als plantaardig voedsel. Zelfs beter dan een panda. Daardoor konden de onderzoekers concluderen dat de kaphamerhaai zich onder de omnivoren mag scharen, wat best opmerkelijk is aangezien zij verwant zijn aan haaien die alleen maar dierlijke producten tot zich nemen.

“Internet is mislukt”

Nee, ’t is toch niet helemaal geworden wat hij er van gehoopt had. Tim Berners-Lee, die op 12 maart 1989 het internet oprichtte – of in elk geval voor het eerst contact legde met een andere computer in zijn provisorische netwerk – heeft spijt van zijn vinding. Online was, zo zei hij aan het begin van de zomer op de Alan Turing-lezing in Amsterdam, bedoeld om verschillende culturen met elkaar contact te laten hebben om zo meer begrip te kweken. Tegenwoordig echter maken gebruikers vooral lokale contacten, stelt Berners-Lee.

Wellicht is de Brit enigszins verbolgen over het feit dat hij pas twee jaar terug de Alan Turing-prijs won, een onderscheiding die bekend staat als de officieuze Nobelprijs voor de Informatica.

Overigens is Berners-Lee niet alleen pessimistisch over het internet; in een vraaggesprek aan de UvA waar de lezing gehouden werd, zei hij dagelijks op Wikipedia te zitten, “een eindeloze bron van informatie”. Voor digitale reuzen Google en Facebook is er hoop, maar dan zullen ze hun koers, die nu nog gericht is op het maken van winst en niet op ontwikkeling, danig moeten aanpassen, aldus de prijswinnaar. “Net als in de industriële revolutie in de negentiende eeuw hebben we met de huidige nieuwe uitvindingen ook problemen, van grove misstanden tot uitbuiting en enorme milieuvervuiling. Tweehonderd jaar terug hebben we die problemen overkomen, dat kan nu ook.”

Het ‘syndroom van Stockholm’

Heb je toevallig geen vrienden in Stockholm wonen, die jou kunnen vertellen waar je lekker uit eten kunt gaan? Lees hier de tips van Kristina Nyberg, die acht jaar lang in Nederland woonde en werkte, maar nu weer studeert in Stockholm. In haar vrije tijd schrijft ze als Local Guide eetrecensies, dus als iemand weet waar we moeten eten, is zij het wel.

Tekst: Marius Hille Ris Lambers

Nee, dit artikel gaat niet over het effect dat gijzelaars sympathie kunnen gaan koesteren voor hun gijzelnemers, een verschijnsel dat voor de eerste keer werd waargenomen tijdens de gijzeling in de Stockholmse Kreditbanken in 1973. Dit artikel gaat over een heel ander syndroom. Het syndroom van Stockholm is dat de hoofdstad van Zweden, die met haar 14 eilanden het Venetië van het Noorden wordt genoemd, in de toerismestatistieken in geen enkel lijstje voorkomt. Of het moet ergens onderaan de lijstjes zijn. Toeristen gaan liever naar het geijkte Londen, Parijs, Rome, Barcelona, Wenen of Amsterdam dan dat ze deze mooie, ruime, groene en schone stad met een bezoek vereren. Een gemiste kans!

Wie zich heeft wel heeft laten verleiden tot een meerdaagse citytrip naar deze archipel, ontdekt in Stockholm veel leuke en betaalbare plekken om lekker te eten. Kristina Nyberg: “Allereerst moet je je bedenken dat in Zweden een typische lunchcultuur heerst. Waar Nederlanders alleen een broodje halen, nemen de Zweden een lange lunchpauze waarin ze socializen en een warme maaltijd gebruiken. De Dagens is in deze lunchcultuur een complete warme maaltijd die besteld kan worden tussen 10 uur ’s ochtends en 2 uur ’s middags en vaak zeer betaalbaar is.”

Oh ja, als een Zweed je voor een fika uitnodigt, niet meteen het ergste denken’

“Stockholm is een uitgestrekte stad, die duizenden eilandjes omvat. De infrastructuur is goed, je reist snel en makkelijk van het ene gedeelte naar het andere. Gamla Stan is het oudste gedeelte van de stad. Hier vind je de oude geel en oranje gekleurde huizen, oude kerken en het koninklijk paleis. Wie na het bekijken hiervan trek krijgt, gaat bijvoorbeeld naar het vroeger arme maar tegenwoordig hippe Södermalm (afgekort Söder), het eiland ten zuiden van Slussen, de sluis bij Gamla Stan. Hier zijn veel goedkopere eetcafés te vinden. Vegetariërs gaan naar De Herman, carnivoren naar Meatballs for the People.“

“Heb je meer geld te besteden, dan ga je naar het conservatievere Ostermalm, noordelijk van Gamla Stan. Bij Proviant is het eten niet alleen erg lekker, maar ook mooi gepresenteerd. Hier at ik als nagerecht het lekkerste ijs ooit! Bij Tak eet je fantastisch als je van Japans houdt of wil genieten van het mooie uitzicht.”

“Oh ja, als een Zweed je voor een fika uitnodigt, niet meteen het ergste denken. Fika is de bijna heilige tweemaal-daagse koffiepauze, die ervoor zorgt dat Zweden de minst gestreste werknemers ter wereld schijnen te zijn.”

Ben jij al een merk?

De ‘BV Ik’ moet vooruit. Dat gaat niet vanzelf en niemand anders gaat dat voor jou doen. In een wereld vol flexcontracten, targets, pitches en concurrenten moet je jezelf verkopen. Niets aan te doen. Wie succesvol wil zijn, moet een merk worden. Test nu of jij al een merk bent.

  1. De ‘BV Ik’ heeft een grote nieuwe opdracht binnengesleept, of een nieuwe baan gekregen. Wat doe je?
  1. Je belt je vader om het te vertellen. Daarna direct aan het werk. (3)
  2. Je telefoon staat niet stil. Je contacten overstelpen je met felicitaties. (9)
  3. De handtekening onder het contract is live op Twitter te volgen via Periscope. Dan snel een foto op Instagram en een post op Facebook. Linkedin bijwerken en iedereen die reageert bedanken met een overdosis aan emoji’s. (6)
  1. Op een website breng je je eigen kwaliteiten onder de aandacht. Dan wordt het:
  1. Allemaal lekker vet aangezet. Van een beetje bluffen is nog niemand ooit doodgegaan. (6)
  2. Zoals het is. Wat je ziet, krijg je ook. Niet fraaier, maar ook niet minder. (9)
  3. Bescheiden. Want zo bijzonder ben je nou ook weer niet. En wie houdt er van opscheppers? (3)
  1. De ‘BV Ik’ kan zichzelf op veel manieren aan de wereld presenteren. Jij hebt:
  1. Een visitekaartje met je telefoonnummer en mailadres. (3)
  2. dat visitekaartje, een website met een actueel blog, diverse keurig bijgehouden social-media accounts, een catchy slogan, een videokanaal, een aansprekende huisstijl met bijpassend logo, een elevator pitch die je kan dromen en een perfect gestylede foto. (6)
  3. Je voornaam. Meer heb jij niet nodig. (9)
  1. Onverwacht kom je iemand tegen die uitstekend in jouw netwerk zou passen. Deze vip moet je binnenhalen, als het niet voor nu is, dan voor later. Wat doe je?
  1. Je stamelt en hakkelt een vage tekst en produceert een verfrommeld visitekaartje. Voor je dat opgediept hebt, is de vip alweer gevlogen. (3)
  2. Die perfecte pitch die je dag en nacht hebt geoefend, rolt er als een waterval uit. De vip neemt beleefd jouw kaartje aan en zegt: “Dank je wel. Ik moet nu verder”. (6)
  3. Als je je naam genoemd hebt, zegt de vip: “Ik ken je wel. Laten we een keer afspreken”. (9)
  1. Het persoonlijke merk van de ‘BV Ik’ moet authentiek zijn. Een klus goed uitvoeren, dat kunnen er meer. Jouw connecties hebben een bepaald gevoel bij jou. Dat bereik jij doordat:
  1. Je ze eindeloos vertelt over jouw hobby’s. MIsschien is er wel iemand anders die van paardrijden houdt. (6)
  2. Je er onberispelijk uitziet. (3)
  3. Die hartelijke lach die je altijd laat klinken. Jouw gedreven verhalen. Of iets anders wat echt bij jou hoort. (9)

Welk merk ben jij?

Merkloos (15-24 punten)

Je valt niet op tussen al die duizenden anderen. Mensen hebben niet direct bepaalde associaties bij jou. Ook al doe je je werk nog zo goed, het beklijft niet echt. Neem eens gezellig een appeltaart mee als je ergens op gesprek gaat.

Huismerk (25-34 punten)

Je bent de Volvo onder de professionals: degelijk maar een beetje saai. Niemand kan zich een buil aan je vallen en je begint hier en daar zelfs wat kleur op de wangen te krijgen. Leg de nadruk op wat jou bijzonder maakt. Maar met sociale media kun je ook overdrijven. En hou je boodschap betrouwbaar.

A-merk (35-45 punten)

Je hebt een duidelijke boodschap, een persoonlijke toon die in al je uitingen online en in real life naar voren komt. Alles wat je doet past in het beeld van jouw ‘BV Ik’. Zo hoort het in de ratrace. Bij jou krijgen mensen direct een speciaal gevoel. De keerzijde: sommigen horen jouw voornaam en wenden zich snel af.

Op reis? Reserve-onderdelen mee!

Jakop Ahlbom is theaterregisseur van Zweedse origine, maar woont en werkt al jaren in Nederland. Zijn voorstellingen bieden een visueel spektakel, met elementen van toneel, dans, special effects, surrealisme en muziek. Zijn doorbraak kwam met het stuk ‘Vielfalt’ in 2006. De Jakop Ahlbom Company treedt in augustus op tijdens de Biënnale in Venetië, waarna een tournee van vijf weken door Australië volgt met de voorstelling ‘Horror’. De openingsvoorstelling is in het Sydney Opera House.

Door: Marius Hilleris Lambers

“Wat ik met Horror op tournee meeneem, naast mijn onderbroek, sokken en t-shirts, is natuurlijk die onvergetelijke bel van Jack Torrance, de conciërge van het Overlook Hotel in The Shining. Ook moet ik een paar reserve-lichaamsdelen meenemen voor het geval dat we er een paar kwijtraken; soms worden ze meegenomen door een hond. Gelukkig heb ik Thing mogen lenen van The Addams Family. Die jaagt meestal de hond weg. Ik heb ook altijd twee mooie pakken bij me, voor bijzondere gelegenheden waar geen bloed in voorkomt. Maar als ik echt aan het werk ga heb ik mijn met bloed besmeurde overhemd en stofjas bij de hand. En drie jerrycans bloed; er kan nooit genoeg zijn. Ook neem ik natuurlijk onze mascotte mee, een dvd van Sam Raimi’s Evil Dead 2. Zonder die film was er nooit een horrorvoorstelling geweest.”

Emotionele achtbaan

Jakop Ahlbom praat ronduit over zijn bijzondere vorm van theater maken. “Je kunt het geen toneel noemen, want er is geen tekst. Je kunt het geen dans noemen, want ik ben geen choreograaf. Ook al ben ik vanaf mijn jeugd gefascineerd door goochelen en gebruik ik in mijn voorstellingen de nodige special effects, ik ben ook geen goochelaar. Maar ik vind het wel leuk om dingen fysiek te uiten, om daarmee associaties te leggen die je in meer gebruikelijke vormen van theater minder goed kwijt kunt. Ik hou ervan de bezoekers aan mijn voorstellingen visueel te prikkelen, ze een emotionele achtbaan te laten ondergaan.”

“Uitgangspunt in mijn voorstellingen is iets reëels, wat gebogen wordt, waardoor je er intuïtief een betekenis aan kunt toevoegen. In ‘Horror’ worden reële angsten tot leven gewekt. Zoals in een droom, waarin je absurdistische gebeurtenissen ook als echt ervaart. ‘Horror’ zal in het najaar weer in de Nederlandse theaters te zien zijn.

Danslokaal

Op dit moment zijn de voorbereidingen aan de gang voor de nieuwste voorstelling van Jakop Ahlbom die in 2019 zijn première zal gaan beleven, ‘Le Bal’. Een groots gemonteerde voorstelling, geïnspireerd door de gelijknamige film van Ettore Scola. Een voorstelling, die een dwarsdoorsnede biedt van hoe we leefden in de afgelopen 100 jaar, met als rode draad een danslokaal waarin de mensen samenkomen, op zoek naar liefde, gezelschap en vertier. Gedurende de voorstelling zien we de tijd verstrijken. Dit bijzondere spektakel zal in zijn eigen kenmerkende en beeldend-fysieke stijl uitgevoerd worden, met een mix van mime, dans, slapstick, special effects en vervreemdende, betoverende en poëtische elementen. Het geheel wordt muzikaal ondersteund met bekende wereldhits, live uitgevoerd door de band Alamo Race Track.

Essentials

* Onderbroek, sokken en t-shirts
* Twee mooie pakken voor niet-bloederige gelegenheden
* Reserve-lichaamsdelen
* Jerrycans met bloed
* Thing (uit The Addams Family, 1964)
* De bel van Jack Torrance (uit The Shining, 1977)
* Dvd van Sam Raimi’s Evil Dead 2

De lege oogkas van Claudius Civilis

Rembrandt behoort tot zonder twijfel tot de geniale vernieuwers die gehele generaties kunstenaars in hun ban hielden. Al tijdens zijn leven was hij internationaal beroemd. Toch werden zijn werken soms afgewezen of geweigerd door opdrachtgevers. En ondanks zijn vaak extreem goed betaalde opdrachten ging hij op zeker moment failliet en stierf hij compleet berooid.

Door: Bart van Ratingen

Iedereen kent Rembrandt van het enorme schilderij De Nachtwacht, maar eigenlijk is De Samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis het grootste en meest prestigieuze schilderij dat hij gedurende zijn lange carrière maakte. Het reusachtige doek, oorspronkelijk liefst 550 cm hoog en 550 cm breed, schildert Rembrandt in 1661/1662 in opdracht van de burgemeesters van Amsterdam. Het zou deel uit gaan maken van een reeks van acht even grote schilderijen over de roemrijke geschiedenis van de Bataven, bedoeld om het nieuwe Amsterdamse stadhuis (het tegenwoordige Paleis op de Dam) op te luisteren.

Zou, want kort nadat het in het boogveld in de zuidoosthoek van de grote galerij was opgehangen, ontstaat discussie tussen Rembrandt en zijn opdrachtgevers. Die laatsten zijn namelijk weinig gelukkig met de manier waarop Rembrandt zijn thema – het moment waarop de Batavenhoofdman Claudius Civilis andere stamleiders en dappere strijders toespreekt tijdens een maaltijd in een heilig bos en hen oproept een eed te zweren op een verbond tegen de Romeinen – heeft verbeeld. Het doek gaat retour, met het verzoek om wijzigingen aan te brengen.

‘De Samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis was het grootste en meest prestigieuze schilderij dat Rembrandt gedurende zijn lange carrière maakte’

Welke wijzigingen dat precies waren, is een bron van decennialange speculatie, maar feit is dat de kunstenaar met deze vorm van kritiek blijkbaar niet makkelijk om kan gaan. Hij weigert veranderingen aan te brengen, steekt een dikke middelvinger op naar de vroede burgervaders en snijdt de centrale scène uit het werk om dat als los werk door te verkopen.

Ruzie met alles en iedereen

Rembrandt zit op het moment dat het doek terugkeert in zijn atelier al tot over zijn oren in de financiële problemen. Hij is enkele jaren eerder failliet verklaard en woont in een kleine huurwoning op de Amsterdamse Rozengracht. Zijn vrouw Hendrickje en zoon Titus runnen daar een kunsthandel om voor de nodige inkomsten te zorgen. Rembrandt werkt voor deze vennootschap om te voorkomen dat al het verdiende geld naar zijn schuldeisers vloeit.

Dat hij als schilder minder in trek is, komt mede door de manier waarop Rembrandt met opdrachtgevers omgaat. Hij laat opdrachten gedurende jaren aanslepen en levert schilderijen pas af als hij geld nodig heeft – om vervolgens doodleuk het dubbele van de afgesproken prijs te vragen.

Rembrandt zit op het moment dat het doek terugkeert in zijn atelier al tot over zijn oren in de financiële problemen’

Maar niet alleen zijn neiging om met alles en iedereen ruzie te maken zorgt voor financiële perikelen: hij kan ook domweg niet met geld omgaan. Hij leeft jaren op te grote voet, speculeert verkeerd, koopt voor veel te veel geld een huis in de Sint-Anthonisbreestraat in de Joodse wijk en omringt zich met dure spullen, waaronder kunstwerken en kostuums die hij regelmatig in zijn schilderijen afbeeldt. De afwijzing van de grootste opdracht in zijn leven maakt de zaak er niet beter op (al was hij wel bekend met het fenomeen: ook De Nachtwacht werd bij oplevering in 1642 door de opdrachtgever, de Amsterdamse Doelen, geweigerd).

Eigen interpretatie

Dat Rembrandt dus zelfs onder zeer moeilijke omstandigheden weigerde zich aan zijn opdrachtgevers te conformeren, zegt veel over zijn opstandige karakter. Hij zou namelijk 1.200 17e-eeuwse guldens krijgen voor het schilderij: twee keer het jaarinkomen van een geoefend ambachtsman. Voldoende reden om een paar concessies te doen, zou je zeggen. Maar nee.

Het zegt ook iets over Rembrandts kunstenaarschap. Hij laat de reeds gemaakte schetsen van Govert Flinck (een vroege leerling van hem, die in eerste instantie deze opdracht in zijn geheel had gekregen maar vroegtijdig overleed) totaal links liggen en kiest voor zijn eigen interpretatie: Claudius Civilis frontaal weergegeven, met weelderig kostuum, indrukwekkend hoofddeksel en… één blind oog.

Vandaag de dag geldt ‘Claudius Civilis’ als een van Rembrandts meesterwerken, met name door het vernieuwende gebruik van belichting om een dramatisch effect te creëren’

Of het nu die felrealistische uitbeelding was, de kroon (die in republikeinse ogen misstond), de donkere en lege achtergrond (waardoor het schilderij in stijl erg afweek van de meer conventionele schilderijen eromheen) of die lege oogkas: het werd niet begrepen – en dus niet gewaardeerd.

Het duikt pas in 1734 weer op, op een veiling in Amsterdam, waar het wordt gekocht door het echtpaar Nicolaas Kohl en Sophia Grill. De dochter van Grill neemt het doek ruim dertig jaar later, in 1766, mee naar Stockholm en schenkt het aan de plaatselijke Koninklijke Zweedse Academie voor Schone Kunsten. Vanaf 1865 hangt het doek daar als langdurig bruikleen in het Nationaal Museum.

Vandaag de dag geldt ‘Claudius Civilis’ als een van Rembrandts meesterwerken, met name door het vernieuwende gebruik van belichting om een dramatisch effect te creëren. Wie dat met eigen ogen wil zien, moet helaas naar Stockholm.