Beweging in de Amsterdamse kunstmarkt

Adriana Gonzales Hulshof, dochter van een Peruaanse vader en een Nederlandse moeder, is internationaal georiënteerd op hedendaagse kunst. Maar ze maakt ook grote naam met haar stichting Capital A binnen de Nederlandse kunstwereld. Zo organiseert Gonzeles jaarlijks het goedbezochte kunstevenement Amsterdam Art Weekend, dat zich er op richt om de hoofdstad in de kijker te houden van internationale kunstenaars, verzamelaars en galeries.

Adriana Gonzales is oprichter van Capital A, een stichting die zich inzet ter bevordering van hedendaagse kunst in Amsterdam. Gonzales werkt hierin nauw samen met de Rijksacademie voor beeldende kunst, zij en haar compagnon hebben een kantoor in het gebouw van de academie. En met ruim 30 nationale en internationale galeries. ‘Capital A heeft als doel om kunstenaars met galeries in contact te brengen. En om het brede publiek op een creatieve manier in contact te brengen met hedendaagse kunst.’

Hiervoor organiseert Gonzales sinds 2012 het jaarlijkse Amsterdam Art Weekend (AAW)– een serie openingen, tentoonstellingen en lezingen over hedendaagse kunst. ‘En om Amsterdam als kunststad op de kaart te houden.’ En met succes: de tweede editie van het evenement trok ruim 15.000 bezoekers. Mede door samenwerking met het internationale documentaire festival IDFA.

 

Subtiliteit

Gonzales groeide op in Zuid-Amerika; op haar tiende verhuisde ze naar Nederland. ‘Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in de wetenschap in Peru. Mijn vader was econoom en bijzonder politiek betrokken’. Na enkele jaren in Lima gewoond te hebben, verhuisde het gezin naar Mexico. Acht jaar later vertrok Gonzales met haar ouders terug naar Nederland. Naar Gouda om precies te zijn. Gonzales: ‘In Latijns Amerikaanse landen is er veel meer subtiliteit in gewoonten. Mensen ogen warmer en gastvrijer. Ik kan me herinneren dat ik na school niet met vriendjes mee mocht eten. Dat is in Peru en Mexico ondenkbaar. Je schuift gewoon aan’. Ook de plattere hiërarchische verhoudingen in Nederland vielen de jonge Gonzales op: ‘In Zuid Amerika heb je groot respect voor je docenten. Je gaat naast je bureau staan als je een vraag hebt. Hier roept iedereen in de klas door elkaar heen.’

In 2000 begon Gonzales aan een studie kunstgeschiedenis. Eerst in Utrecht, later in Amsterdam. ‘Ik vind de hoofdstad een geweldige plek om te leven. Het is er groen, veilig en schoon. En ondanks dat de stad maar klein is, heeft Amsterdam een geweldig ontwikkelde culturele sector.’ De jonge studente koos er voor om naast haar studie ook direct werkervaring op te doen in de kunstsector. ‘Ik adviseerde bedrijven – vooral kleine financiële instellingen en banken – over de aankoop van kunstcollecties’. Daarnaast liep Gonzales stage bij veilinghuis Christie’s in Amsterdam. En werkte de kunsthistorica bij galerie Paul Andriesse aan de Prinsengracht.

 

Mexicaanse kunst

In 2010 vertrok Gonzales terug naar Mexico. ‘Ik wilde mijn horizon verbreden en zien hoe de kunstwereld in Latijns Amerika ontwikkeld is, en in het bijzonder hoe de relatie is tussen kunstenaars en Musea.’, aldus Gonzales, ‘Mijn bezoek was echt een eyeopener; Mexico trekt kunstenaars vanuit de hele wereld. De rijk ontwikkelde cultuur en ook de natuur geeft veel inspiratie. Opvallend is ook dat in Mexico veel jonge kunstenaars succesvol zijn. Een aantal daarvan is inmiddels doorgedrongen tot de internationale top en exposeert op beurzen als Art Basel in Miami.’ Die ervaring bracht Gonzales er toe om zich ook na terugkomst in Nederland in de Latijns Amerikaanse kunstwereld te blijven verdiepen. ‘Ik ben gaan werken voor het Prins Clausfonds – een instelling die zich richt op het bevorderen van culturele manifestaties op het zuidelijk halfrond en om exposities van werk uit de regio in Nederland te tonen.’ Gonzales heeft voor het Prins Clausfonds diverse tentoonstellingen begeleid en opgezet. ‘Cultuur is echt een bindende factor. Het maakt gesprekken mogelijk tussen mensen met verschillende achtergronden.’

 

AAW

Aankomende editie van het AAW staat gepland voor oktober. Ook dan verwacht de initiator vele duizenden bezoekers en bijna 45 partijen in de kunst te kunnen betrekken.

‘Amsterdam, en in het bijzonder de Rijksacademie hebben een grote naam wereldwijd. Er gaat niet zoveel geld in om als in andere wereldsteden. Maar je bent hier, door de goede opleidingen in staat om jong talent te scouten; de kunstenaars van de toekomst’. Gonzales verzet zich dan ook sterk tegen bezuinigingen in de culturele sector: ‘De politiek kijkt vooral naar bezoekersaantallen van musea. Maar dat is niet de enige factor van waarde voor cultuur. Wil je als samenleving een kunstwereld in stand houden dan moet je niet alleen kijken naar populair werk, maar ook investeren in jonge opkomende kunstenaars met wellicht minder naam. Die voedingsbodem is door dramatische bezuinigingen ernstig aangetast.’