Photoshop: sprookjes en politieke afrekeningen

Een foto zegt meer dan duizend woorden. Maar die woorden hoeven lang niet altijd waar te zijn.

Honderd jaar geleden haalden de twee Britse nichtjes Cottingley de pers met hun beelden van ‘elfen’ in hun achtertuin. Onderzoeker Sir Arthur Conan Doyle, die tot dan toe een behoorlijke wetenschappelijke carrière achter de rug had, zou zelfs zijn verdere wetenschappelijke onderzoek in dienst stellen van het zoeken naar bewijs voor de sprookjesfiguren. Hij zou dat doen tot aan zijn dood. Pas toen de Cottingley’s bejaard waren, in 1983, gaven zij toe gelogen te hebben en dat de foto’s vervalsingen waren.

Door de beschikbaarheid van Photoshop en verschillende fotoapp’s is het vandaag de dag een stuk makkelijker om beeld te bewerken en daarmee om ‘bewijs’ te maken voor fake news. Regelmatig duiken er dan ook foto’s op waarvan achteraf toegegeven moet worden dat ze niet echt zijn. In 2004 bijvoorbeeld publiceerde de Britse krant The Mirror – tegenstander van de Tweede Golfoorlog – een serie portretten van Britse soldaten die zich in Irak schuldig zouden maken aan mishandelingen van gevangenen. Nep. Vier jaar terug drukte de Spaanse krant El Pais op zijn voorpagina een serie exclusieve beelden af waarop de dode Venezolaanse dictator Hugo Chavez te zien was. Ook die beelden bleken nep. De gehate Chavez was overigens wel overleden, bleek later.

Ook in Nederland gaan nepfoto’s – al dan niet opzettelijk – rond. Denk maar eens aan de foto van Alexander Pechtold die Geert Wilders vorig jaar ‘bij wijze van grap’ de wereld in slingerde. Hierop was te zien Pechtold samen met orthodoxe moslims zou demonstreren voor invoering van de Sharia. De D66-voorman gaf aan dat de foto hem vele bedreigingen had opgeleverd van PVV-aanhangers.

Omdat ze niet meer blindelings kunnen vertrouwen op de authenticiteit van foto’s, maken de meeste grote mediabedrijven alleen nog maar gebruik van vaste fotografen en gevestigde beeldbanken als AP en Reuters. Daarnaast gebruiken nieuwsmakers speciale software waarmee (amateuristische) bewerkingen te herkennen zijn.

De beste Nederlandse ‘fake news’ sites

1. Despeld.nl (satire)
Regionaal, nationaal en internationaal nieuws met een knipoog.

2. Ninefornews.nl
Zegt vrij en onafhankelijk te zijn.

3. Degladiool.nl (satire)
Zo nep dat het af en toe grappig is.

4. Journaalflash.wordpress.com
‘Uw dagelijkse bron voor betrouwbaar nieuws’? Juist.

5. Nieuwspaal.nl (satire)
Niet iedere Nederlandse site is even leuk. Nieuwspaal bericht veel, maar lang niet altijd grappig.

Buchmessetaal voor beginners

Van 11 tot 15 oktober wordt de jaarlijkse Frankfurter Buchmesse gehouden. Houd jezelf staande tussen alle literaire hotshots met een lijstje namen en powertermen.

Albert Camus: Ok, meteen in het diepe: de Duitse boekenbeurs heeft dit jaar als thema ‘Frankrijk’. Camus (1913-1960) is een van de bekendste Franse schrijvers door zijn werk l’Étranger (de vreemdeling). Wil je echt indruk maken in Frankfurt, citeer dan vrijelijk de eerste regel uit het beroemde boek: Ce matin ma maman est morte,… Zo, die korting bij je boekeninkoop is binnen.

Boekenweek: boekenbacchanaal in de Stadsschouwburg. Jaarlijkse samenkomst van schrijvers van naam voor een hapje en een heel veel drankjes.

Didier Decoin: Een jonge nieuwe Franse avonturenromanschrijver met een voorliefde voor Japan. De hit onder tout progressief Parijs! Zie: Michel Houllebecq.

Existentialisme: je bent zelf verantwoordelijk voor al je daden. Dat zegt Jean-Paul Sartre, een van de grootste existentialistische schrijvers.

Fonds: de stijl van een uitgeverij, kan zijn: kinderboeken, literatuur, politieke stukken, etc.

ISDN: een uniek dertiencijferig nummer waaraan een boek te herkennen is.

(post)Modernisme: geen mooischrijverij meer – maar boeken om het moderne leven te verbeelden. Een stroming (en het vervolg er op) in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Marcel Proust: grote Franse schrijver met een nog groter oeuvre. Verantwoordelijk voor À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd). Titel wordt duidelijk als je het laatste van de zeven delen (geschreven tussen 1913 en 1927) uit hebt. Zie: Tour de force

Michel Houllebecq: een provocatieve moderne politieke schrijver die bekend werd met een roman waarin hij schetst hoe Frankrijk een Islamitische president krijgt. Veel lezers in het kamp Le Pen. Zie: Didier Decoin.

Monologue interieur: wanneer de schrijver of personage in gedachten tegen zichzelf praat. Ook wel stream of conciousness. Stream of wat? … een interne monoloog dus.

Novelle: een roman, maar dan kort. Zeg een pagina of 100.

Proza: taal zonder regeltjes over zinslengte, toon en metrum.

Ramsj: uitverkoop van onverkochte boeken. ‘Dat boek is rijp voor de ramsj’ wil dus eigenlijk zeggen: dat is niet echt een goed boek.

Tijdverdichting: zo’n beetje wat in films een montage heet (een muzikaal tussenstuk waarin de tijd vooruit spoelt).

Tour de force: een krachtsinspanning die nodig is om je bijvoorbeeld door een boek van Proust heen te werken. Vrijelijk te gebruiken in literaire praatjes.

Van horen zeggen: Tokyo

Leuk hoor, een toeristengids of een reisblog, maar de beste tips over een stad of land komen toch van de insider, iemand die de plek uit eigen ervaring kent als zijn of haar broekzak. Marc Wesseling vertrok vijftien jaar geleden naar Tokyo om daar in de reclame te gaan werken en ging er nooit meer weg.

Tekst: Floor van Dijck

Vertel. Tokyo. Waar moeten we zijn?
“Dat is bijna onmogelijk om zo te zeggen. Tokyo is een enorme stad: het gebied heeft 36 miljoen inwoners, twee keer zoveel als Nederland. Het is een aaneenschakeling van allemaal losse kernen, met allemaal hun eigen tentjes en hun eigen karakter. Concrete tips geven is dan ook niet te doen: het is hier steeds in beweging, wat nu hot is kan volgende maand weer weg zijn. Wat ook niet helpt is dat alles hier verstopt zit en bijna niets staat aangegeven. In Shinjuku heb je hoge gebouwen waar op elke verdieping wel een barretje zit. Ik raad je aan om je gewoon te laten meevoeren door de stad, verder te lopen dan waar de boekjes je brengen, dan kom je vanzelf wel ergens uit. Let wel op als je een Airbnb boekt logeer niet ergens in een buitenwijk, dan ben je elke dag uren onderweg.”

En wat als ik honger krijg?
“Onder de treinstations heb je veel izakayas, kleine eettentjes waar ze yakitori, spiesjes, en andere hapjes serveren. Daar zit je op een kratje, drinkt een biertje of een sake en eet wat, terwijl boven je hoofd te treinen voorbij denderen.”

Waar ga je zelf graag heen?
“Mijn lievelingswijk is Harajuku, een wijk vol excentriek geklede mensen. Daar heb ik ook gewoond, zodat het voelt als mijn thuis. En toch, tegelijkertijd: de stad is leuk, maar het Japanse platteland is pas echt te gek. Bezoek bijvoorbeeld een van de eilanden rondom Tokyo, daar ben je zo en ze zijn prachtig. Of ga slapen in een klooster in de bergen.”

En wat nou als ik toch echt iets toeristisch wil doen?
“Het beroemde robotrestaurant in Shinjuku is echt heel leuk. Ga niet voor het eten – dat is heel middelmatig – maar reserveer een plek voor de laatste show als late-nightentertainment en ga daarna door naar de Golden Gai, een klein wijkje met zes straten vol barretjes. In de karaokebars die daar zitten, kun je voor 100 yen een nummer kiezen. En voor je het weet sta je met nieuwe Japanse vrienden keihard hits mee te blèren.”

Bioscoopagenda september, oktober: wat zijn de kaskrakers?

Spaak
Vanaf 7 september
Een Nederlandse wielrenner die na zijn profcarrière aan de slag gaat als producent van synthetische drugs. Af en toe best spannend.

IT
Vanaf 7 september
Als je de eerste versie van Stephen Kings clownthriller de moeite waard vond, dan is deze remake (met meer speciale effecten) aardig.

Safari
Vanaf 14 september
Schokkend tijdsbeeld over de (illegale) jachtpartijen van Europeanen en Amerikanen op groot wild in Afrika. Om woedend van te worden.

The Fox
Vanaf 21 september
Operatie Glaudio, een plan van de Amerikanen om na de Tweede Wereldoorlog een guerrillastrijd tegen de communisten te beginnen, wordt misbruikt om van Nederland een politiestaat te maken.

Walk with Me
Vanaf 28 september
De Zuid-Franse leefgemeenschap van de boeddhistische leermeester Thich Nhat Hanh leeft zonder bezittingen. Een anderhalf uur durende documentaire.

Du Forsvinder
Vanaf 5 oktober
Deens Drama over een schooldirecteur van wie het karakter sterk verandert door een hersentumor. Net als in alle Scandinavische films tegenwoordig heeft Michael Nyqvist een rol.

HHhH
Vanaf 12 oktober
Een verfilming van het gelijknamige boek over het moordcomplot op nazikopstuk Reinhard Heydrich. Met een bijrolletje voor de Nederlandse acteur Barry Atsma.

Wonders of the Sea: 3D
Vanaf 19 oktober
Een schitterende natuurdocumentaire van Fabien Cousteau, de kleinzoon van de wereldberoemde Franse zeebioloog Jacques Cousteau.

‘Uncharted: The Lost Legacy’: Drakes erfenis nog niet verloren

10 mei 2016 was een bitterzoete dag voor de fans van Nathan Drake, de sympathieke dief, schattenzoeker én hoofdrolspeler van de Unchartedserie. Op die bewuste dag verscheen namelijk het langverwachte Uncharted 4: A Thief’s End. En met die game kwam de actie- en avonturengamereeks tot een einde. Dacht men.

Tekst: Jan Meijroos

Maar blijkbaar konden de makers nog geen afscheid nemen van de serie en verschijnt nu Uncharted: The Lost Legacy. Drake is zoals verwacht nergens te bekennen: alles wat gamestudio Naughty Dog wilde vertellen rond boegbeeld Drake, was gezegd. Hij is echt met pensioen. Maar twee dames die in eerdere Unchartedgames een bijrol vertolkten, eisen nu de hoofdrol op: Chloe Frazer en Nadine Ross.

Voor lezers not in the know: de Unchartedserie is een exclusieve serie voor de PlayStationspelcomputer. Er zijn ruim 37 miljoen games van verkocht. De reeks zag drie delen op de PlayStation 3, een op de PlayStation Vita, en de voorlaatste, Uncharted 4: A Thief’s End, voor de (huidige) PlayStation 4. De gameplay van Uncharted is te omschrijven als een ode op Indiana Jones en Tomb Raider waarbij klimmen en klauteren, schietgevechten en (simpele) puzzels elkaar afwisselen, terwijl exotische locaties over de hele wereld worden bezocht. Naughty Dog wist echter als geen ander de filmische actie spectaculair in beeld te brengen in combinatie met sterke personages. In ieder deel werd veel tijd ingeruimd voor veelal humoristische dialogen. Neem daarbij de prachtige, adembenemende decors en spelers kregen het gevoel mee te spelen in een Indiana Jonesfilm.

Dit alles geldt opnieuw voor Uncharted: The Lost Legacy; exclusief voor de PlayStation 4. Het spel speelt zich qua verhaallijn na de avonturen van Uncharted 4 af, met in de schijnwerpers de door de wol geverfde huurling Nadine Ross en oude bekende Chloe Frazer. Samen vormen ze een krachtig duo dat tegen wil en dank met elkaar optrekt. Spelers besturen Chloe die we nog kennen uit Uncharted 2: Among Thieves en Uncharted 3: Drake’s Deception, maar beide karakters worden uitgebreid uitgediept. Ze zijn in India op zoek naar de ‘Golden Tusk of Ganesh’; een eeuwenoud relikwie van onschatbare waarde. De vrouwen zijn echter niet de enigen: ze worden op de hielen gezeten door de sluwe wapenhandelaar en rebellenleider Asav en diens minileger.

Wat volgt is een typisch Unchartedavontuur: het ene moment ben je een verloren gewaand Indiaas tempelcomplex aan het beklimmen, op zoek naar clues die je verder helpen in je zoektocht naar het waardevolle artefact; het andere moment moet je wegduiken voor mitrailleursalvo’s en terugschietend, springend en slingerend je hachje redden. Bekende kost voor kenners van eerdergenoemde titels, maar The Lost Legacy is een overrompelend, oogstrelend en avontuurlijk spektakelstuk met twee ijzersterke ‘leading ladies’. Drake wordt eigenlijk minder gemist dan je vooraf zou hebben gedacht.

Ontwikkelaar: Naughty Dog
Uitgever: Sony Interactive Entertainment
Platform: PlayStation 4, PlayStation 4 Pro
Prijs: € 39,99

Sportief en gemakkelijk: Porsche Panamera Sport Turismo

Zeker. Porsche heeft zijn Panamera eindelijk afgemaakt door er een soort stationwagen of shooting brake van te maken. Behalve 50 liter extra bagageruimte zitten er nu drie stoelen achterin. De middelste is wel een beetje aan de kleine kant. Verder heeft deze Panamera heeft een meesturende achteras, waardoor het model nog beter stuurt. Het interieur wijkt niet af van de ‘gewone’ Panamera. Dat betekent een enorm beeldscherm voor de chauffeur. In de Panamera Turbo Sport Turismo ligt een 4.0 liter V8 biturbo die 550 pk levert.

OV Terminal Breda: het station dat eigenlijk geen station is

Een treinterminal, een busstation, een parkeergarage, een kantoorkolos, een winkelcentrum en woonflat. Het enorme zandstenen en marmeren complex dat in 2016 in het hartje van de historische Breda verrezen is, mag eigenlijk geen station heten. Het is veel meer dan dat, zeggen opdrachtgevers van de West-Brabantse gemeente. Wethouders spreken liever over ‘een stadsuitbreiding’, een modern overdekt deel van het centrum.

Tekst: Floris Müller

De OV Terminal Breda (zoals het complex in gemeentefolders genoemd wordt) kenmerkt zich door gigantische zuilen die als de poten van een wild peest tot ver in de oude stad reiken. Het complex heeft geen officiële ingang of uitgang. Het interieur valt vooral op door de vele verschillende indrukken en stijlen; het ene moment bevind je je in de adembenemende stationshal, het andere word je door het shoppende publiek meegenomen richting het warmere winkeldeel van de terminal. Weer even later sta je in de strak-ingerichte parkeerzone.

De onthulling van het mega project is niet onopgemerkt gebleven. Op sociale media bevechten voor- en tegenstanders van het gebouw zich. De ene vindt het prachtig, de ander schuwt van ‘het betonnen gevaarte dat niet aansluit bij het historische karakter van de stad.’ De inwoners van Breda mogen er het hunne van vinden, volgens Nederlandse bouwmeesters van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA) is het complex het beste wat afgelopen jaar uit de grond gestampt is. Een vakjury koos het ontwerp van architect Koen van Velsen uit ruim 121 inzendingen.

Het levensverhaal van UseClark-oprichter Mark Tigchelaar

Van zwaar dyslectische psychologiestudent tot autoriteit op het gebied van leesvaardigheid en concentratievermogen. Het is het levensverhaal van Mark Tigchelaar, ondernemer en oprichter van UseClark.

Tekst: Floris Müller

“Ik heb net nog een concentratietraining gegeven aan een groep atoomgeleerden. Mannen die nota bene verantwoordelijk zijn voor het bewaren van de Russische nucleaire geheimen”, lacht dertiger Mark Tigchelaar. UseClark, het bedrijf van de enthousiaste ondernemer, heeft het afgelopen decennium wereldwijd naam gemaakt met cursussen die het concentratievermogen verbeteren en de leesvaardigheid maximaliseren.
Voor dat laatste biedt het bedrijf ook speciaal ontwikkelde software: een programma dat net als bij karaoke een balletje over je scherm laat lopen, waardoor je ogen gericht blijven op tekst. Onlangs tekende de honderdduizendste klant zich in bij UseClark. Het bedrijf helpt juristen, consultants en ondernemers behalve in Nederland, ook in Rusland, China, Zuid- Korea, Brazilië, Italië en het Midden Oosten.
Tigchelaar: “Wij gaan mee in het zelfhulpnetwerk van schrijver Steven Covey en zijn marketingzoon Covey, de absolute top in ons vakgebied.” Voor cursussen steunt UseClar voor een belangrijk deel op lokale krachten, maar de ondernemer reist ook zelf de wereld over om in zijn methode te onderwijzen.

Scannen
“Wij leiden en masse aan wat ik noem Modern Analfabetisme”, meent Tigchelaar. De term komt rechtstreeks uit het manuscript van zijn nieuwste boek, dat eind volgend jaar gepubliceerd zal worden. Het is het vijfde in een reeks goedverkopende zelfhulpwerken van Tigchelaar. “Het overgrote deel van alle berichten die we op ons afgevuurd krijgen, scannen we”, stelt hij. “Dat is nogal kwalijk: belangrijke beslissingen zijn daarmee veelal gebaseerd op aannames.”
De ondernemer leert je niet alleen de hoeveelheid informatie te verminderen – zijn eerste advies is om het aantal ontvangers in mailtjes te verminderen – maar helpt je ook om informatie effectiever te verwerken.
Tigchelaar ontwikkelde hiervoor een methode, waarvoor hij de basis legde als jonge student psychologie. “Ik had grote moeite om alle boeken die voorgeschreven werden, door te spitten. Ik kon me niet concentreren en sloeg maar een heel klein deel op.” Tigchelaar werd gediagnosticeerd met een zware vorm van dyslexie en bleek door de frustratie over zijn achterstand in de collegezalen ook tegen een burn-out aan te zitten.

16.000 leerlingen
Hij besloot zich te verdiepen in de wetenschap van snellezen, sprak met tientallen deskundigen binnen het vakgebied en worstelde zich daarvoor – ironisch genoeg – door zo’n beetje alle wetenschappelijke publicaties heen die voorhanden bleken. Uit zijn bevindingen ontwikkelde Tigchelaar een eigen methode. “En die bleek succesvol: mijn studie heb ik uiteindelijk afgerond in minder dan 20 procent van de voorgeschreven tijd.” Na zijn klasgenoten te hebben overtuigd, richtte hij in 2013 UseClark op.

Het eerste wapenfeit van de ondernemer werd een grootschalige samenwerking met onderwijsinstelling LOI. “Zonder nog één letter op papier, overtuigde ik het bedrijf ervan twee boeken van mijn hand af te nemen.” LOI ging akkoord, dus moest Tigchelaar aan de slag. Zijn eerste werken werden uiteindelijk meegegeven als welkomstcadeau aan 16.000 leerlingen. Tigchelaars naam was gemaakt.

Meetbaar
De markt voor zelfhulp heeft traditioneel gezien geen goede naam. “Er zitten behoorlijk wat charlatans tussen”, vindt ook Tigchelaar. “Mijn methode is anders; de resultaten zijn meetbaar. Onze eerste twee lessen zijn gratis. Merken cursisten geen resultaat, dan kunnen ze altijd opstappen.” Dat gebeurt overigens maar zelden, vertelt de ondernemer. Daarbij moet gezegd dat de prijs voor de diensten van UseClark laag is: de abonnementskosten voor de snellerlezensoftware bedragen maar 6 euro per maand. Als je dat vergelijkt met deelname aan een gemiddelde zakelijke cursus, is dat erg weinig: die kost vaak al zo’n 450 euro per persoon per dag.

Om geconcentreerd te kunnen lezen, moet je sneller lezen, adviseert Tigchelaar. “Hoe meer hersencapaciteit je gebruikt, des te minder ruimte houd je over om over andere dingen na te denken.” Dat klinkt simpel, maar vraagt enige training. Een ander punt uit de lesmethode van UseClark is het beperken van het aantal zaken waarmee je gedurende de dag bezig bent. “Onze hersenen zijn maar in staat om met vier of vijf dingen tegelijk bezig te zijn. Bij meer impulsen word je verstrooid en slordig”, aldus Tigchelaar. Om zijn hoofd leeg te maken, gebruikt de ondernemer sinds enige tijd de handige app Brain Toss, die de losse gedachten en ideeën die hij heeft, uitschrijft en verstuurt naar zijn inbox.

Schokkend nieuws: een verbruik van 21 biljoen wattuur?!

Vorig jaar gebruikten we wereldwijd zo’n 2% meer stroom dan in 2015. Het grootste deel van de groei in energieconsumptie komt voor rekening van China, India en andere ontwikkelende landen, samen goed voor een stijging van zo’n 5% tot 9000 terawattuur. Opvallend is de dalende trend in elektriciteitsafname van grootverbruikers in VS en Canada. Energieverslaafde Amerikanen namen voor het vijfde jaar op rij minder stroom af door het gebruik van zuiniger apparaten: zo’n 4400 terawatt. In Europa is het gebruik in 2016 gestabiliseerd op 3300 terawatt. Het globale gebruik van elektriciteit is nog altijd buitengewoon hoog; je zou er in theorie een 40 watts gloeilamp ruim 60 miljard jaar op kunnen laten branden.

Hoe Bas de Koeijer uitgroeide tot de pindakaasman

Nergens wordt zoveel pindakaas gegeten als in Nederland. Het mag dan ook geen verrassing heten dat hoofdstad Amsterdam sinds enkele jaren een heuse pindakaaswinkel heeft. Met chili-, koffie- en limoengraspindakaas. Een gesprek met een van de oprichters van deze goedlopende nieuwe onderneming Bas de Koeijer.

Tekst: Floris Müller

De buurt rond de lange Czaar Peterstraat in Amsterdam-Oost bood tot ver in de jaren negentig een weinig florissante aanblik. Sinds de gemeente en projectontwikkelaars de ‘no-go-area’ enkele jaren terug onder handen namen, geldt de buurt echter als een van de hipste van de hoofdstad. Studenten en yuppen staan er in de rij voor de nieuwe en opgeknapte voormalige arbeiderswoningen. En ook ondernemers lijken hun draai gevonden te hebben in de omgeving. Bijna iedere maand gaat er een nieuwe koffiewinkel, vinotheek, ambachtelijke slagerij of conceptstore open aan de Czaar Peterstraat. Een van de meest opvallende van die zaken is de Pindakaaswinkel, een bedenksel van ondernemers Bas de Koeijer, Michiel Vos en Chiel Spruitenburg.

“Sinds de opening heb ik journalisten uit binnen- en buitenland over de vloer gehad. Ik ben op televisie geweest, op de radio en heb interviews gegeven aan alle mogelijke bladen: van modetitels tot grote zakelijke tijdschriften, allemaal benieuwd naar het verhaal achter dit concept”, aldus Koeijer.

Boer in Amsterdam
De bijna-dertiger is alles wat je van een jonge ondernemer in Amsterdam mag verwachten: hij komt op een bakfiets vol dozen naar onze afspraak bij zijn winkel. De Koeijer draagt geen strak pak, maar een simpele trui en trainingsbroek. Zijn haar zit frivool in de war.

Toch is de ondernemer naar eigen zeggen ‘een nieuwkomer in de grote stad’. De Koeijer groeide op het platteland op, in de landelijke Flevopolder op een uur reizen van Amsterdam. Tot enkele jaren terug was hij boer: “het allermooiste beroep dat er bestaat”, en bracht geregeld zijn ‘wilde groenten’ naar de markt. Zijn liefde voor de hoofdstad groeide. De Koeijer besloot zijn asperges, broccoli, sla en tomaten behalve bij groenteboeren ook via een serie eigen winkels aan de man te brengen: “Ik wilde het aantal stappen in de voedselketen verminderen, maar ook mijn boodschap van duurzaamheid direct aan klanten verkopen”. Met een compagnon startte hij zo in 2012 een keten gezonde traiteurs: Juice & Salad.

Twee jaar terug stelde hij voor om bij wijze van grap ook eigen pindakaas te produceren en deze in een winkel voor zijn huis te verkopen. “De meeste mensen verklaarden ons voor gek”, grapt De Koeijer: “Are you nuts?”.

2.500 potten
Het verhaal van De Koeijer sluit nauw aan bij een brede ontwikkeling in het bedrijfsleven in Amsterdam. Jonge ondernemers laten zich sinds de crisis niet leiden door goedkope productie, het verhogen van marges en winst om zo internationaal te kunnen groeien, maar vooral door de liefde voor hun product. Duurzaamheid, lokale productie en direct contact met de klant zijn key, zo erkent ook De Koeijer.

Bij ons bezoek is de Pindakaaswinkel gesloten. Maar De Koeijer leidt ons bij wijze van uitzondering graag langs de schappen met daarop vele tientallen potten pindakaas. Onze aanwezigheid in de winkel blijft niet onopgemerkt. “Goedemi…”, enkele minuten na binnenkomst stapt al een geïnteresseerde de zaak binnen. “Het spijt me, we zijn vandaag niet open”, lacht De Koeijer vriendelijk, om vervolgens verder te gaan met zijn tour door de pindakaaszaak. “Het gaat beter dan ik ooit verwacht had. Maandelijks hebben we vele honderden klanten. Mensen zijn benieuwd naar wat zich hier allemaal afspeelt”.

Uit de jaarcijfers van het jonge bedrijf blijkt dat De Koeijer en zijn collegae zo’n 2.500 potten pindakaas per maand produceren. Het overgrote deel daarvan wordt via het internet besteld en aan klanten over de hele wereld verzonden. “Onze marges zijn klein”, legt de ondernemer uit. “Deze aantallen hebben we nodig om de zaak draaiende te houden.”

Vermalen pinda’s: heel simpel
Op een tafel in het midden van de winkel staat een rij potten opgesteld met daarin de tien variaties van het opkomende merk: pindakaas met zeezout en karamel, met koffiesmaak, met limoengras en chili – de zogenoemde proefpotten. De Koeijers standaardproduct kost €5,95 voor 300 gram, speciale edities gaan voor een euro meer over de toonbank. “Pindakaas is een heel generiek product, maar gek genoeg hebben de meeste grote fabrikant het nooit aangedurfd om met smaken te experimenteren”, aldus de pindakaasboer.

Klanten van het bedrijf zijn overwegend jongeren tot een jaar of veertig. “Pindakaas is voor de meesten een nostalgisch product dat terug doet denken aan de tijd van een boterhammetje met pindakaas mee naar school”.

Het aantal vrouwen dat een beroep doet op De Koeijer is bovengemiddeld. “Pindakaas is gezond. Het bevat essentiële bouwstoffen en overwegend goede vetten”, aldus De Koeijer. In tegenstelling tot de bekende merken voegt de ondernemer geen conserveringsmiddelen, smaakstoffen en suiker toe. “We kopen onze pinda’s in bij een groothandel, branden ze, vermalen ze en stoppen de puree in een potje”, lacht hij. “Eigenlijk heel simpel.”

Bestellen bij de boer
Voor de toekomst heeft De Koeijer ondanks zijn speelse voorkomen ambitieuze plannen. “Onze pindakaas moet bij alle grotere speciaalzaken te krijgen zijn. We hebben nu al een samenwerking met een online supermarkt”, legt hij uit. Ook wil hij de ‘achterkant’ van zijn operatie onder controle krijgen. “Ik wil pinda’s direct bestellen bij de boer in Argentinië.” Het is bovenal zaak, zo meent De Koeijer, om de bekendheid van zijn product verder te vergroten. “Onze pindakaas is geen gimmick, maar een oernormaal product dat met liefde gemaakt wordt. Zo moeten mensen ons ook gaan zien.”

Filmisch

Bij filmmuseum EYE geniet je niet alleen van een keur aan interessante filmvoorstellingen, maar ook van tentoonstellingen over het werk van vermaarde cinematograven en de geschiedenis van filmproductie. Het futoristische museum aan de noordoever van ’t IJ, een uitzonderlijk architectonisch bouwwerk uit 2012, is ook vanwege zijn schoonheid het bezoeken waard.

Nederlanders zijn enorme fans van film. Van spetterende block busters uit Amerika tot vage arthouse-producties en alles daar tussen in. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Amsterdam al bijna 37 jaar lang een heus filmmuseum kent. EYE, gelegen aan de noordoevers van ’t IJ is een walhalla voor filmkenners, geinteresseerden in cinematografische geschiedenis en eenieder op zoek naar een leuke besteding voor een regenachtige dag. Geniet van een van de 20 per dag voorstellingen vanaf 10 uur, maar ook van presentaties en een serie tentoonstellingen in dit opmerkelijke museum.

Architectonisch hoogstandje

Een witte hoekig gebouw dat als een zwaan aan de oevers van ’t IJ neergestreken is – een hoogtepunt aan de horizon van het snel ontwikkelende Amsterdam-Noord. Het moderne filmmuseum EYE is alleen al vanwege zijn bijzondere architectuur het bezoeken waard.

Uitgetekend door het vermaarde Oostenrijkse ontwerpersduo Roman Delugan en Elke Delugan-Meissl, werd het moderne complex in 2012 opgeleverd als een van de voortrekkers in de stedelijke ontwikkeling van het gebied tegenover het Centraal Station. EYE heeft vier filmzalen en een tentoonstellingsruimte van maar liefst 1.200 vierkante meter. Het gebouw beschikt daarnaast over verschillende onderwijsruimten, een laboratorium waar oude films onderzocht en hersteld worden en een ruim opgezet cafe-restaurant met panoramisch terras aan het water. De nieuwbouw is een waardig opvolger van het gebouw waar het filmcollectie tot enkele jaren terug plaats had: het renaissancistische Vondelparkpaviljoen dat vanwege ruimtegebrek na 37 jaar verlaten werd. Rondleidingen door het gebouw van EYE worden iedere zaterdag georganiseerd.

Bioscoopervaring

EYE heeft vier filmzalen waar een keur aan voorstellingen gegeven wordt; van arthouse tot stille film en beroemde klassiekers tot avant-garde. Daarvoor put het museum voor een belangrijk deel uit de eigen collectie van ruim 40.000 films die over een periode van 70 jaar bijeengebracht werd. Iedere filmzaal in EYE heeft zijn eigen unieke karakter en originele toepassingen.

Cinema 1, het grootste theater van EYE heeft ruim 300 stoelen. De zaal wordt vaker gebruikt voor premieres van nationale en internationale filmproducties. In de zaal is een orgel geplaatst – afkomstig uit een historische filmzaal in Den Haag – voor de begeleiding bij stomme films. Cinema 2 beschikt over een electrisch inschuifbare tribune waarmee een grote vloer gecreeërd kan worden voor liveoptredens en lezingen. De zaal er naast, Cinema 3 – ook wel ‘The Black Box’ genoemd – is geispireerd op ‘Invisible Cinema’ van de Oostenrijkse experimentele filmmaker Peter Kubelka; de ruimte kan in zijn geheel verduisterd worden waarmee een ultieme filmbeleving geboden wordt. De vierde zaal is een kopie van Cinema Parisien een historische bioscoop die eens aan de Nieuwendijk in het centrum van de stad gevestigd is geweest; een van de eerste filmzalen van Amsterdam in art deco-stijl.

Exposities

Behalve heel veel films toont Eye ook bijzondere verzamelingen en exposities. Het Panorama op de benedenverdieping van het complex wordt in verschillende interessante attracties uitgebreid ingegaan op de geschiedenis van films en filmproductie.

Zo kunt u alle mogelijke camera’s, projectoren en pre-cinema-apparaten aanschouwen die door cinematograven vanaf begin vorige eeuw gebruikt zijn. In 360-degrees bent u omringd door vele honderden fragmenten uit het omvangrijke oeuvre van EYE met als thema slapstick, ontdekkingsreizen en filmsterren. Verderop vindt u een serie felgele mini-bioscoopjes of Pods waarin klassiekers en zogenoemde ‘parels uit de filmgeschiedenis’ bekeken kunnen worden: producties van Jacques Tai, Martin Scorsese en Stanley Kubrick. Met de Green Screen, zoals die tegenwoordig in de meeste grote filmproducties gebruikt wordt, kunt u meespelen in een film. Opnamen zijn na uw optreden via sociale media of mail te verzenden.

Filmwerk

Naast de vaste tentoonstelling is in EYE een groot aantal tijdelijke exposities te zien. In Celluloid – een groepsexpositie van kunstenaars Tacita Dean, João Maria Gusmão & Pedro Paiva, Rosa Barba, Sandra Gibson en Luis Recoder – geniet u van een fraaie verzameling 16mm en 35mm-filmbeelden. In de verschillende filmvertoningen wordt op een bijzondere manier ingegaan op het bijzondere karakter van de filmproductie.

Begin volgend jaar (van 21 januari tot en met 7 mei 2007) is een overzichtstentoonstelling te zien van het werk van de Hongaarse filmmaker Béla Taar, de meester van de zogenoemde lange shot. EYE toont niet alleen veel filmbeelden, maar ook decorstukken en rekwisieten uit het omvangrijke oeuvre van de kunstenaar.

 Kinderfilms

Neem uw kinderen vooral mee op uw bezoek aan EYE. Voor de allerjongsten is er van alles geregeld in het filmmuseum. Zo wordt een speurtocht aangeboden waarmee kinderen vanaf zeven jaar met schrijf-, puzzel en knutselwerk kennis maken met film en filmgeschiedenis. Eye Explore More biedt een serie optische illusies en apparaten waarmee beweging in beeld wordt uitgelegd. In de EYE Walk – een dertig minuten durende videotour voor kinderen tussen 7 en 12 jaar -komen spannende films tot leven en krijgen de jongste filmliefhebbers het hele gebouw te zien. Cinemini is een wekelijkse filmvertoning op zondagochtend voor de allerkleinste bioscoopbezoekers. Ouders zijn vanzelfsprekend ook welkom om mee te kijken bij de bijzondere vertoning. Alle kinderactiviteiten zijn via de kassa te boeken.

Filmmenu

Wilt u voor de film, of tijdens uw bezoek aan een van de vele exposities nog een hapje eten – dan kan dat in het ruim ingerichte restaurant van EYE. U bent vanzelfsprekend ook welkom voor een borrel of een kopje koffie in de fraaie ingerichte ruimte en (bij mooi weer) op het spectaculaire terras aan ’t IJ. Het restaurant van EYE heeft een keur aan smakelijke gerechten als gebakken sint jacobsschelp met bloemkoolcréme, appel en kappertjes, pompoencarpaccio met geitenkaas, rib-eye met paddenstoelen, gerooste kabeljauwhaas met broodkorst, mosselen en langoustine-saffraansaus en (onze persoonlijke favoriet: ) bloemkoolrisotto met hazelnoot, rodenbietenschuim en rodenbeitenchips. Vergeet niet bij uw diner of lunch een van de heerlijke wijnen op de kaart te bestellen.

 Shop

In de ruim gesorteerde Museumwinkel vindt u alles op het gebied van films: fimboeken en biografieën over de meeste vermaarde filmmakers en grootste sterren van het witte doek, prachtige (historische) filmposters, dvd’s, ansichtkaarten en t-shirts en een groot aantal originele filmpgadgets maar ook een ruime voorraad van originele cadeautjes voor uw allerkleinsten. Journalisten van de Britse krant The Guardian, die het museum en de bijbehorende boetiek bezochten, roemen het aanbod niet voor niets als ‘een schatkamer voor filmfans’.