Zo herken je ‘fake news’ beter dan Donald Trump

1. De argumentatie
Een van de beste manieren om fake news te spotten is door de argumentatie te onderzoeken: is het artikel van een blogger of journalist logisch opgebouwd en zijn alle redeneringen goed te volgen? Of is er sprake van een cirkelredenering: het is zo omdat het zo is? Dit is geen legitieme onderbouwing voor een nieuwsverhaal.

2. De verspreiding
Je kan je vrienden niet altijd vertrouwen en al helemaal niet als nieuws wordt verspreid via sociale media. Kijk goed naar welke figuren bepaalde berichten allemaal oppikken. Vertrouwen veel anderen in je omgeving een post of artikel niet, doe dat dan ook niet.

3. De uniciteit
Wordt een bijzondere gebeurtenis niet opgepikt door andere media en krijg je bij een zoekopdracht bij Google maar enkele duidelijke hits, dan is hij waarschijnlijk niet waar. Toch biedt ‘uniciteit’ niet altijd uitsluitsel: sluwe makers van fake news posten hun onware bericht vaak op meerdere kanalen tegelijk. Daarbij verspreiden populaire nepartikelen zich tegenwoordig razendsnel via sociale media en blogs.

4. De auteur en het medium
Waar wordt een bericht gepubliceerd? Grote kranten en online nieuwsorganisaties zijn betrouwbaarder dan kleine, dat is duidelijk. Let ook op de achtergrond van de schrijver of diegene die het bericht in de wereld brengt: schrijft hij vaker stukken die moeilijk te geloven zijn – over de onechtheid van de foto’s van de maanlanding, zogenoemde chemtrails en theorieën over de macht Bilderberggroep bijvoorbeeld -, dan kan je het ‘nieuws’ naast je neerleggen.

5. De bron
Van horen zeggen betekent niets. Om echtheid van nieuws te bewijzen heb je bronnen nodig. Heeft een artikel online geen links of leiden die naar duistere blogs, dan is het twijfelachtig of een feit waar is. Ook video’s of foto’s (‘Spot de fake foto’) zijn niet altijd als bron te vertrouwen. Hetzelfde geldt voor getuigen, experts en allerhande professoren. Check de academische instantie waarvoor die laatsten zeggen te werken. Is de universiteit van de hoogleraar gevestigd in een garagebox (kijk op Google Maps), dan is het bericht hartstikke nep.

Tropenjaren: Hubud House in Bali

Als ondernemer heb je tegenwoordig niet veel meer nodig dan alleen een goedwerkende laptop, een internetverbinding en elektriciteit. Je producten kunnen online worden besteld en worden direct naar je klanten verzonden vanaf de fabriek. Zakelijke besprekingen kunnen prima via Skype. Suffe kantoortuinen of weinig inspirerende bedrijfsflats zijn daardoor verleden tijd. Maar soms kun je kiezen voor een wel heel bijzondere werkomgeving.

Tekst: Floris Müller

Een authentieke Indonesische paalwoning, bijvoorbeeld.
Enkele jaren terug startten de Australische expats Peter Wall, John Alderson en Steve Munroe een coworking space op het paradijselijke Bali: Hubud. Dit bedrijfsverzamelgebouw in de paalwoning ligt ongeveer tien kilometer afstand van de bewoonde wereld, maar heeft snel internet, een printer, een scanner, een kopieerapparaat en verschillende vergaderruimten. Om te ontspannen hebben de huurders tevens de beschikking over een gigantische tuin met verschillende baden.

Verwacht overigens geen luxe.
Koeling komt vooral van provisorische ventilatoren. En doordat het pand gebouwd is van bamboe, kan het bij een tropische regenbui ook nog weleens lekken. Daarbij worden de werkenden niet zelden vergezeld door apen uit het omliggende woud: Hubud is gevestigd in het zogenoemde Monkey Forest. Maar een kniesoor die daarop let. Hubud trekt niet alleen veel lokale ondernemers en starters met behoefte aan rust en inspiratie, maar ook veel reizende bedrijfseigenaren die tijdens hun vakantie een of meerdere dagen willen werken.

Hubud is 24 uur per dag open. Een plekje in de open ruimte van het bedrijf bedraagt 60 dollar voor 25 uur per maand. Voor 275 dollar kunnen ondernemers onbeperkt in- en uitlopen bij deze bijzondere werkplek.

Een boom met een verhaal

Een klein beetje leven in een eindeloos landschap van betonnen vloeren en kale wit gestucte museummuren. Een kunstmatig gefabriceerd natuurwerk waarvoor tientallen stukken hout van vooral Aziatische bomen bijeen gespijkerd zijn. En dat in het midden van Parijs. Tree 2010 is een kunstwerk van Ai Weiwei. Het maakt deel uit van de permanente tentoonstelling van museum Foundation Louis Vuitton (FLV). Een aantrekkelijk en fris complex aan de rand van stadspark Bois de Boulogne.

Tekst: Frans Wildschut

FLV is anders dan de meeste andere musea in de Franse hoofdstad: het toont geen archeologische artefacten, geen meesterwerken uit vroeger tijden, geen beroemde schilderijen uit het fin de siècle, maar vooral moderne voorstellingen en objecten van Chinese kunstenaars. Deze komen uit de collectie van Bernard Arnault, een van de schatrijke oprichters van Louis Vuitton. Wellicht een cadeautje van de topman aan zijn trouwe doelgroep. Het vlaggenschip van het parfum- en modehuis aan de Champs-Élysées, enkele kilometers verderop, draait namelijk al jaren een topomzet van vele honderden miljoenen euro’s, vooral door Chinese toeristen. De vraag is of dit publiek voldoende bevredigd wordt met de boom van Ai Weiwei.

Museumkaartje
Voor de meesten blijft het werk immers niets meer dan een doodgewone boom. Een nietszeggend object en een verspilling van kostbare tentoonstellingsruimte. Een belediging van het publiek, volgens sommige bezoekers. Voor wie zich verdiept in de boom – en vooral ook in het leven van de maker – wordt het kunststuk echter een waardevolle aanvulling op het aanbod in Parijs: het toont de heimwee van de kunstenaar naar zijn vaderland. Maar Tree is ook een protest tegen de dictatuur van de communistische partij in China, de politiek waar het overgrote deel van de bezoekers zijn ruime inkomen aan te danken heeft. Het confronteert: de boom toont de keerzijde van de eeuwige groei van het rijk in het oosten.

Huisarrest
Kunstenaar Ai Weiwei is een van de meest productieve en veelzijdige kunstenaars van dit moment. ‘Een multitalent’, volgens de Franse krant Le Soir: ‘Hij werkt op allerlei manieren met alle mogelijke gereedschappen.’ De Chinees schildert, fotografeert, ontwerpt en is zelfs actief als architect. In goede tijden was hij zelfs als een van de ontwerpers verbonden aan de aanleg van het ‘Vogelnest’ – het Olympisch Stadion in Beijing. Ai is bij het grote publiek echter vooral bekend als activist, journalist en opiniemaker. Zijn blog – volgens het Amerikaanse tijdschrift ‘een dagboek waarin politieke boodschappen in moderne kunst worden verpakt’ – heeft vele honderdduizenden (geheime) volgelingen in China en de rest van de wereld. Hij schuwt de controverse niet. Boven de blogtekst verwelkomt de kunstenaar zijn bezoekers met een foto waarop hij zijn middelvinger opsteekt naar de Verboden Stad op het Tiananmenplein, een heiligdom voor veel conservatieve landgenoten.

Erfgoed
Ai Weiwei werd geboren in Beijing in de late jaren vijftig, op het hoogtepunt van de culturele revolutie in China, een periode waarin de kunst alleen partijpropaganda en afbeeldingen van Mao Zedong mocht afbeelden. In zijn jeugd moest hij het meermaals zonder steun van zijn vader stellen; de beroemde provocatieve schrijver, dichter en schilder Ai Qing (1910-1996) zat als ‘vijand van het volk’ vele jaren in de gevangenis. De jonge kunstenaar leefde onder erbarmelijke omstandigheden in een gat in de grond. Dat veranderde toen de rigide Maocultus uitdoofde en zijn vader uiteindelijk werd vrijgelaten. Na zijn achttiende mocht Ai Weiwei zelfs met steun van de partij aan een opleiding aan de filmacademie in Beijing te beginnen. Vastbesloten de wereld te zien, verhuisde Ai na afronding van zijn academische programma naar New York. Na tien jaar keerde hij huiswaarts, tot grote ontzetting van de communisten op wie hij het in zijn werk vooral voorzien leek te hebben.

Lego
In 2013 lanceerde Ai Weiwei een massief kunstwerk dat bestond uit 1800 blikjes babyvoeding, een protest tegen de verontreiniging van melkpoeder en het onvermogen van de Chinese regering om controle te houden op de voedselindustrie. “Ons land schiet satellieten de ruimte in, maar kan intussen zijn eigen kinderen niet voeden”, verklaarde hij. Twee jaar terug liet de kunstenaar een gigantisch gebouw van LEGO oprichten met portretten van Chinese politieke dissidenten. Toen de Deense speelgoedfabrikant afzag van levering van bouwstenen omdat het bedrijf ‘niet wenste mee te werken aan politieke acties’, riep de kunstenaar zijn volgers op om legosteentjes in te sturen. In Nederland plaatste fotomuseum FOAM een open auto aan de gracht vóór zijn expositieruimte waar mensen hun afgedankte lego in konden werpen. Ai Weiwei verzamelde zo in enkele weken honderdduizenden steentjes. In 2016 organiseerde fotomuseum FOAM uit Amsterdam een grote overzichtstentoonstelling van het werk van de Chinese kunstenaar.

Hoe machtig is Anonymous nog?

Scientology, PayPal, Wall Street en IS: allemaal zijn ze aangepakt door de hackers van Anonymous. Veiligheidsdiensten werden nerveus als het anonieme collectief een nieuw doelwit aankondigde. Inmiddels is hacktivisme een wijdverspreid machtsmiddel geworden, maar dat lijkt gek genoeg ten koste te gaan van Anonymous. Wanneer slaan de rebellen met de Guy Fawkesmaskers terug?

Tekst: Jeroen Mirck

“We are Anonymous. We are Legion. We do not forgive. We do not forget. Expect us.” Deze befaamde woorden boezemden jarenlang angst in. Ze klonken in videoboodschappen met een hakkelende robotstem die uitsprak welke organisatie er nu weer van langs zou krijgen. Een voorbeeld van zo’n –inmiddels klassieke – actie: toen PayPal, MasterCard en Visa stopten met het verwerken van betalingen voor WikiLeaks, zag Anonymous dit als een aanval op het vrije verkeer van informatie en volgde een DDoS aanval op de websites van deze betaaldiensten.

Recenter is de online vergelding na de aanslagen in Parijs. Anonymous verklaarde Islamitische Staat de oorlog en hield woord: een lijst met gegevens van jihadi’s werd onthuld en de IS-website vervangen door een webshop voor antidepressiva. Een aanval met een knipoog, maar zonder meer spraakmakend.

Occupyhipsters
Het probleem van Anonymous is dat het een totaal ongestructureerd collectief is. Er is geen organisatie, er zijn geen formele leiders. Sterker nog: zelfs in de ondernomen acties is niet echt lijn te ontdekken. Veelgeroemd is de bijdrage van Anonymous aan Occupy Wall Street in 2011. Wat aanvankelijk werd weggelachen als ongeleid gezelschap van frisbeegooiende hipsters, groeide uit tot een krachtig collectief dat het digitale protest goed wist te koppelen aan de fysieke demonstratie. Met dank aan de hackers. Anonymouslid ‘Jackal’ zei daarover tegen The Guardian: “Dit is de nieuwe manier van protesteren. De straatprotesten gaan hand in hand met DDoS-aanvallen. We zijn een soort online flashmob.” Dit soort stoere praat wordt stevig betwist. Het digitaal platleggen van NASDAQ en de Newyorkse politie werd trots aangekondigd, maar gebeurde niet. “Anonymous is meer een boodschapper dan een schutter”, analyseert techjournalist Sean Captain, die veel direct betrokkenen sprak. “Het is vooral een PR-machine. Men wilde ook geen supporters boos maken. Het verstoren van de beurs kan ten koste gaan van ieders pensioen of spaargeld.”

Lukrake acties
Anonymous ontbeert een consistente visie, vindt antropologe Gabriella Coleman, verbonden aan de McGill University. Ze participeerde lange tijd in de chatrooms van 4Chan en leerde de hackersgemeenschap goed kennen. “Politieke operaties komen vaak lukraak tot stand, zonder zorgvuldig uitgedachte strategie. Tegelijk is die fluïde structuur ook een voordeel, want het maakt Anonymous wendbaarder dan grote traditionele instituties, zoals het bedrijfsleven en de overheid. Misschien zijn die alternatieve vormen van democratie en interactie nog wel sterker het blijvende effect van Anonymous dan dat ze daadwerkelijk de kleptocratie van grote banken bestrijden.”

Waar staan de hacktivisten anno 2017? Hoewel vaak wordt vermoed dat er nauwe banden zijn met WikiLeaks, lijkt WikiLeaks de agenda sterker te bepalen dan de hacktivisten. Anonymous haalde onlangs het nieuws met de vermeende onthulling dat NASA buitenaards leven zou hebben ontdekt. Dat lijkt eerder op een broodje aap dan op een naderende revolutie.

“De tastbare impact van Anonymous is momenteel bijzonder klein”, bevestigt Rejo Zenger, onderzoeker van privacyorganisatie Bits of Freedom. “Dit soort los- vastverbanden kunnen gemakkelijk verwateren. Ze missen een robuuste organisatiestructuur. Dan hangt het allemaal af van de betrokkenheid van de mensen die mee willen doen.”

In de toekomst van digitaal activisme gelooft Zenger zeker. “Internet speelt daarin een handige faciliterende rol. Lastiger wordt het als internet zelf het actiemiddel is. Met het DDoS’en of defacen van websites maak je iets kapot en krijg je kritiek. Daarmee schaar je niet automatisch massa’s mensen achter je. Dan geloof ik toch meer in internet als activistische spreekbuis.”

Stijlvol én duurzaam koken doe je met het fornuis van Smeg

De keuken is het hart van ieder huis, het is dé plek waar alles binnen het gezin gebeurt. Voeg daar het Portofino fornuis en de bijbehorende afzuigkap aan toe en iedere keuken zal die unieke, kleurrijke uitstraling krijgen die het verdiend.

De kleurrijke Portofino fornuizen van Smeg zijn geïnspireerd op de gelijknamige, beroemde Italiaanse kustplaats Portofino en combineren in perfecte harmonie de Mediterrane kleuren met roestvrij staal. De fornuizen zijn verkrijgbaar in de kleuren rood, geel, oranje, olijfgroen, wit, zwart, rvs en antraciet en geven de keuken een levendige uitstraling met een professioneel karakter. Smeg ontving in 2016 bovendien een aantal prestigieuze awards voor de Portofino fornuizen, zoals een Good Design Award, een IF Design Award en een Red Dot Award.

Dit 90 cm fornuis heeft een kookplaat met 6 branders, inclusief wokbrander en extra sterke brander. Dit fornuis is uniek, omdat de 90 cm oven is uitgerust met 3 ventilatoren en als enige in zijn soort in energieklasse A+ valt. Daarbij beschikt de oven over 14 functies en heeft hij een netto inhoud van 115 liter. Recent zijn er ook fornuizen met een inductiekookplaat aan de Portofino lijn toegevoegd.

Nog niet uitgeleerd over deze fornuizen van Smeg? Bekijk dan de video hieronder of ga naar hun website: www.smeg.nl

https://www.youtube.com/watch?v=mjpi8kygSfE&feature=youtu.be

Hoe schrijf je een bestseller?

Heb je er altijd van gedroomd om door te breken als auteur? Loopt je hoofd over van fantastische ideeën en kan je niet wachten om deze met een miljoenenpubliek te delen? We willen je natuurlijk niet ontmoedigen, maar dan ben je niet de enige. Naar verluidt zien anderhalf miljoen Nederlanders zichzelf als beginnend schrijver. Tweederde daarvan is al stoutmoedig aan een eerste roman begonnen. Neem onze tips ter harte om in ieder geval een groot deel van jouw schrijvende concurrentie voor te blijven.

Tekst: Floris Müller

1. Bedenk waarom je een boek wilt schrijven!
Ga je voor het grote geld, dan zit je in de printindustrie niet op de juiste plek. Het aantal miljonairs in het auteursvak is op één hand te tellen. Van de meeste boeken die in Nederland in het schap liggen, worden met geluk enkele duizenden exemplaren verkocht. Als opkomend schrijver houd je aan de verkoop van je eerste werk veelal niet meer over dan een krap maandsalaris. Hoop je door je tikwerk beroemd te worden? Ook dan is het schrijversbestaan wellicht niet het meest voor de hand liggend. Het opleveren van een boek is een stuk ingewikkelder dan bijvoorbeeld online publiceren. Als blogger ben je bovendien in staat om via sociale media actief volgers aan te trekken en geïnteresseerden in jouw gedachtengoed bijeen te brengen. De enige goede reden om aan een boek te beginnen, hoe zweverig dat ook mag klinken, is dat je voelt dat je het móet doen. “Ik weet niet waarom ik schrijf, niet als ik met een nieuw verhaal begin en zelfs niet als dat uiteindelijk in boekvorm in de winkel ligt. Ik doe het gewoon”, aldus topschrijver Stephen King bij de presentatie van zijn 200e horrorboek.

2. Bedenk of je een boek kán schrijven!
Niets zo teleurstellend als aanlopen tegen je eigen beperkingen. Voordat je een kubieke meter schrijfpapier in huis haalt en de inktreservoirs van je printer tot de deksel bijvult, is het goed om eerlijk te bekijken of je het wel in je hebt om auteur te worden – kijk al voorzichtig naar de eisen die gesteld worden in de volgende punten. Schrijftalent is een must. Ben je nog niet bekwaam in het construeren van volzinnen, alinea’s, paragrafen en mooi opgebouwde hoofdstukken, volg dan een cursus professioneel schrijven. Online of in een klasje bij jou om de hoek.
Ook als je geboren bent met een gouden pennetje in je hand, dan nog is creativiteit mooi meegenomen: wat origineel klinkt tegenover je vrienden of fantasierijk in je hoofd, hoeft op papier nog niet bijzonder te zijn. Leg de eerste delen van jouw boek daarom voor aan een kritische lezer.

3. Maak een plan. Nee, echt: maak een plan!
Plan een moment waarop je klaar wilt zijn met jouw boek. Blader naar de datum in je agenda waarop je voor jezelf een eerste deadline stelt. Schrijf diagonaal over het papier: AF, HOOFDSTUK 1. Doe hetzelfde voor het tweede deel van je meesterwerk. En het derde. En ga zo maar door.
Bedenk waarover je boek moet gaan. Koop een tiental kartonnen vellen op A3-formaat, teken daarin de belangrijkste verhaallijnen uit en hang deze om je laptop. Gebruik de borden ook voor een beschrijving van de belangrijkste karakters; door aantekeningen te maken raak je nooit de weg kwijt in je eigen verhaal en voorkom je tegenstrijdigheden. Bepaal voor je gaan schrijven ook de soort tekst en de doelgroep van je vertelling. Wordt het een roman?
Of blijf je dicht bij de waarheid en werk je aan een beschouwend non-fictieboek? Ga je voor spannend en moet er een leeftijdssticker op de voorpagina of hoop je met jouw fantasierijke verhaal juist de allerkleinsten te vermaken?
Cijfers van De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (SCPNB) laten zien dat je als beginnend schrijver de meeste kans hebt op een doorbraak met een informatief boek; ruim tweederde van de nieuwe auteurs in Nederland richt zich dan ook op dit vakgebied. Kinderboeken doen het, na een dip van ruim 10 jaar, sinds 2015 weer iets beter.

4. Zorg voor rust, in je hoofd en om je heen.
Schrijvers hebben het wilde imago van de losbandige kunstenaar die nachtenlang in de kroeg doorbrengt om in een roes van alcohol en drugs bij zijn ontwaken enkele meesterlijke zinnen op papier te zetten. De realiteit leert echter (helaas) dat de beroemdste boeken het product zijn van structuur en discipline. Plan vaste schrijfdagen, zo nodig in het weekend, en bepaal ook wanneer je bepaalde katernen af wilt hebben. Zorg ook voor een rustige werkplek: huur een goedkoop kantoortje waar je niet gestoord wordt of ruim je kelder, zolder of schuur in als schrijvershonk. Een bestseller wordt doorgaans niet geboren op een gehorig studentenkot of in de schemer van je kantoortuin na het uitklokken op je werk. Het is behoorlijk verleidelijk om, als je eenmaal in de stemming bent, tot heel laat door te werken. Het is echter maar de vraag of je werk er ook beter van wordt. Onderzoek wijst uit dat je hersenen aan het einde van de dag minder zaken kunnen verwerken en je als gevolg daarvan in de avonduren minder fantasie hebt dan wanneer je na een goede nachtrust aan je schrijfwerk begint. Alcohol en drugs zorgen voor een tijdelijke opleving – en overschatting – van je creativiteit en blijken op lange termijn niet de beste vrienden van je grijze massa.

5. Boek Brood op de plank.
Creativiteit stilt de honger niet. Of in ieder geval, niet voor eeuwig. Zorg ervoor dat je tijdens je schrijfwerk voldoende inkomsten houdt. Heb je een baan? Mooi. Geen reden om die – in afwachting van een fulltime carrière als profauteur – al op te zeggen. Heb je nog geen werk? Bekijk dan eerst het (parttime-)banenaanbod op het prikbord bij de lokale supermarkt. Eduard Douwes Dekker kreeg inspiratie voor het schrijven van de Max Havelaar door zijn aanstelling als ambtenaar in voormalig Nederlands-Indië. De Russische auteur Lev Tolstoj voltooide zijn beroemde boeken Oorlog en Vrede en Anna Karenina bij kaarslicht tijdens zijn diensttijd in het leger en als maatschappelijk werker. En Harry Mulisch, die ….Oké, Harry Mulisch noemde zich al vanaf het eerste moment schrijver en heeft nooit een andere functieomschrijving op zijn cv gehad. Maar hij is wel de uitzondering.

6. Houd vol!
Een uniek verhaal staat niet zomaar op papier. Het vraagt om doorzettingsvermogen, bloed, zweet en tranen! Van de naar schatting 500.000 mensen die jaarlijks hoopvol beginnen met het schrijven van hun boek, haalt krap een vijfde de eindstreep. Blijf regelmatig aan het werk en beperk het aantal en de lengte van onderbrekingen: het is niet waarschijnlijk dat je na een lange vakantie of wereldreis met evenveel toewijding en energie als daarvoor verder werkt aan je oude schrijfwerk. Het maakt niet uit hoe lang je over je boek doet – na rap schrijfwerk voor The Hobbit, deed auteur J.R.R. Tolkien er twaalf jaar over om bestseller Lord of The Rings af te ronden – , maar houd wel in de gaten dat je eens je laatste punt op papier zult moeten zetten.

7. Een ‘nee’ is een uitgestelde ‘ja’!
Is je meesterwerk eindelijk af, dan wordt het zaak om je boek op de markt te krijgen. In ruil voor een deel van de opbrengsten kan een uitgeverij je helpen met de druk van je boek, ervoor zorgen dat het boek in de schappen bij de boekhandel komt te liggen en reclame voor je boek maken. Dat scheelt.
Laat je dan ook niet van de wijs brengen door onbeantwoorde mailtjes, afwimpelende receptionisten (‘Nee, iedereen is écht nog steeds in bespreking) of botweg een ‘nee’ van uitgevers. Als het bij je uitverkoren uitgever niet lukt, dan misschien wel bij een andere. Of nog een andere. Jaarlijks worden in Nederland rond de 30.000 nieuwe boeken uitgegeven, waarvan zeker de helft bestaande titels zijn. Ga door waar andere beginnende schrijvers opgeven en zorg dat jouw boek tot die 15.000 behoort.
J.K. Rowling ging uiteindelijk een tiental uitgevers af voor ze een definitief ‘ja’ kreeg op de uitgave van haar Harry Potterboeken. De meeste afzeggers zagen geen brood in het moderne sprookje van de Britse schrijfster. De auteur behoort inmiddels tot de bestverkopende auteurs in de geschiedenis. Van de zeven Harry Potterdelen, vertaald in 69 talen, gingen er in totaal bijna een half miljard over de toonbank. Naar verluid zou de auteur met haar oeuvre inmiddels een groter vermogen vergaard hebben dan de Britse Koningin: Forbes Magazine schatte de rijkdom van de Rowling op ruim 630 miljoen euro in 2016. Kleine kans dat jij zoveel binnenhaalt met jouw pennenvruchten; maar je kan het natuurlij wel proberen.

Illustratie: Otto Dettmer

Drie gadgets die je vandaag moet regelen voor jouw wereldreis

Ze zijn belachelijk praktisch, extreem vernuftig en zien er nog goed uit ook, deze nieuwste elektronische snufjes en gadgets om je leven nog comfortabeler te maken. Ook op reis. Zoals een camera die de extreemste omstandigheden aankan, een espressoapparaatje voor overal en een koptelefoon met het mooiste geluid in rustgevende stilte. Kortom: je gaat op reis en dit wil je mee.

Tekst: Floor van Dijck

Klaar voor actie
Van de top van de Mont Blanc tot 30 meter onder zee, van skydive tot Dakar-Rally: de Olympus TG Tracker legt de extreemste avonturen en prestaties voor je vast. Deze HD-video- en fotocamera gaat waar jij gaat, en doet niet moeilijk over kou, druk, stof, water of ijs. Hij is klein en handzaam, maar is voorzien van alles wat je nodig hebt: extra beeldstabiliteit en schokbestendigheid, 4K-beeldkwaliteit op video, een fotokwaliteit van 7,1 megapixel en een ultragroothoeklens voor overweldigende shots. Hij zorgt niet alleen voor mooie foto’s en video’s, maar legt met een interne barometer, thermometer, gps, hoogtemeter en versnellingsmeter de hele ervaring voor je vast. Dit is dus meer dan een camera alleen. Perfect voor iedereen die graag het randje opzoekt.
Olympus TG Tracker / verkrijgbaar in groen en zwart / vanaf 345 euro.

Espresso overal
Leuk, al die ervaringen, trips en avonturen, maar er is wel één nadeel. Opstaan. Want lang niet overal beheersen ze de kunst van het zetten van een fatsoenlijke kop koffie. Dat probleem is nu getackeld met de XSPROFIX: een handzaam espressoapparaatje voor onderweg. Met één druk op de knop tovert het van wat koud water en een Nespressocup dat essentiële magische zwarte startschot van de dag tevoorschijn. Deze Australische vinding werkt op een oplaadbare lithiumbatterij, heeft ingebouwde cupruimte en een reis- en autoadapter in reisetui. Voor je favoriete shot cafeïne, overal en altijd.
XSPROFIX Portable Espresso Machine / pre-order via Kickstarter / vanaf 168 euro

Kraakheldere stilte
In het vliegtuig. In de bus. In de trein. In de helikopter. In de auto, je hotelkamer, midden in de allerdrukste straat van Bombay: op reis verlang je regelmatig naar rust. Even alleen jij en de serene klanken van, zeg, Satie. Met deze strakke noisecancelling headphones van AKG omring je je met de allernieuwste technologie op het gebied van lawaaibestrijding. Goed voor dertig uur stilte, gecombineerd met de geweldige, warme sound van een van de topmerken op audiogebied. Tussen de gevoelige noten van de muziek kun je een speld horen vallen, waar je ook bent. Is de accu leeg, dan geniet je zonder noisecancelling nog steeds van de beste geluidskwaliteit, tot je hem weer oplaadt. En ook dat kan prima op elke plek ter wereld, want de AKG N60NC heeft een speciale travelset met reislader.
AKG N60NC Noise Cancelling Headphones / vanaf 239 euro.

Bibliotheek van de nostalgie

Hoe kan een gebouw té mooi zijn, té vooruitstrevend of té groots? Veel uitzonderlijke ontwerpen van Nederlandse innovatieve architecten zijn nooit verder gekomen dan de tekentafel. Waren de plannen wél uitgevoerd, dan had het er hier zoveel anders uitgezien. Dirty Science brengt enkele van deze innovatieve ontwerpen tot leven.

Een tweede Paleis op de Dam
Willem Kromhout (1864 – 1940) was een gerespecteerde Rotterdamse architect met een kantoor in Amsterdam. Hij ontwierp ondermeer het Nederlandse paviljoen op de Internationale Tentoonstelling (wereldtentoonstelling) van 1915 en het American Hotel aan het Leidseplein in de hoofdstad.

Zijn ontwerp voor een volledige renovatie van de Dam kwam er bij het Amsterdamse Gemeentebestuur echter niet doorheen. Kromhout wilde over de gehele lengte van de Oostzijde van de Dam, op de plaats van het huidige Grandhotel Krasnapolsky, een gigantisch complex aanleggen met twee herkenbare torens en een wijde poort naar de achterliggende wijk. Het gebouw moest niet alleen plaats bieden aan appartementen, maar ook aan meerdere luxe boetieks, restaurants en een hotel. Een tweede Paleis op de Dam, zoals wethouders het ambitieuze project noemden, was volgens hen niet nodig.

Kromhout is overigens niet de enige die zich het hoofd gebroken heeft over het herstel van de oude glorie van het centraal gelegen plein. Vóór de aanleg van het paleiselijke gebouw van de Bijenkorf en, meer richting het Centraal Station, de bijna industriële Beurs van Berlage, werden eind negentiende eeuw vele tientallen ontwerpen ingeleverd voor spectaculaire nieuwbouw in het centrum. Het winnende bouwplan van Fransman Louis Marie Cordonnier voor de Koopmansbeurs aan het Damrak – een rijkversierd classicistisch bouwwerk – werd uiteindelijk afgekeurd omdat het een kopie zou zijn van het stadhuis in La Rochelle in het Zuidwesten van Frankrijk.

De vijf opkomende, duurzame bedrijven van Nederland

De afgelopen jaren lijken de social entrepreneurs als paddestoelen uit de grond te schieten. Voor deze ondernemers is winst maken niet meer het heilige der heiligen. Natuurlijk, commercieel gedreven zijn ze nog steeds, maar het gaat anno 2017 om méér dan alleen zoveel mogelijk geld verdienen. Ze willen ook iets goeds doen voor planeet en maatschappij. Hun imago heeft iets zweverigs en krijgt best wat kritiek te verduren. Ze worden vaak gezien als subsidieslurpers, of worden ervan beschuldigd met de sticker ‘duurzaamheid’ goedkope marketing te bedrijven. ‘Gewone’ bedrijven zouden ook genoeg rekening houden met het milieu.

Tekst: Stefan Vermeulen

Toch zijn ze niet meer uit het straatbeeld weg te denken: de duurzame bedrijven die niet volledig op subsidies draaien, maar wel een serieuze verandering teweegbrengen binnen hun sector. We verzamelden de vijf meest succesvolle voorbeelden van Nederland. Als we naar deze lijst kijken, vallen een paar dingen meteen op. Bloeiende duurzame bedrijven worden veelal opgericht door ondernemers die eerst rondliepen in een bestaande sector, maar besloten dat het beter kon. Duurzamer. Vrijwel allemaal hebben deze bedrijven een charismatisch uithangbord, een ondernemer die wel raad weet met TEDx-praatjes. Ze draaien met hun bedrijf een miljoenenomzet, doordat ze een product op de markt brengen waar echt behoefte aan is. En tot slot: ze worden inmiddels door de gevestigde concurrentie in hun sector gekopieerd, óf keihard bestreden. Een beter bewijs dat ze met hun bedrijf de wereld een beetje beter maken, is er niet. Of wel?

 

1. Marqt

We beginnen met de bekendste duurzame supermarkt van Nederland. Zoals bij veel sociale ondernemingen is het idee achter Marqt zó logisch dat je je afvraagt waarom het niet gewoon de standaard kan zijn: eten zonder troep verkopen en daarvoor een faire inkoopprijs betalen aan – veelal lokale – leveranciers. Marqt krijgt wel eens de kritiek dat het vooral een supermarkt is voor quinoakauwende Amsterdamse hipsters, een winkel met veel te hoge prijzen bovendien. De vraag is of dat terecht is. Als voormalig managers bij Ahold wisten oprichters Quirijn Bolle en Meike Beeren in 2008 wat ze wilden: mensen bij hun dagelijkse boodschappen een ‘eerlijk’ alternatief bieden voor Albert Heijn, Jumbo of C1000. De gevestigde supermarkten kunnen namelijk maar op één manier zo goedkoop zijn: ze betalen boeren en telers minimale prijzen, besteden beperkt aandacht aan het milieu en gebruiken veel conserveermiddelen. Bij Marqt is daarentegen van elke tomaat, zalmfilet, chocoladereep en pindakaaspot te achterhalen waar ze vandaan komen en wat er allemaal inzit.

En dat concept blijkt te werken: negen jaar na de oprichting beschikt Marqt over 15 winkels – in Amsterdam, Haarlem, Rotterdam en Den Haag – en ligt de jaarlijkse omzet ruim boven de 60 miljoen euro. Volgens Bolle, die nog altijd als uithangbord en spreekbuis van Marqt fungeert, kan het bedrijf de komende jaren doorgroeien naar 60 winkels in Nederland. ‘Ik zie Marqt als een olievlek’, zei hij onlangs tegen NRC Handelsblad. Toch moesten de oprichters de afgelopen jaren wel bewust een pas op de plaats maken: door de snelle groei waren de kosten steeds zo hoog dat Marqt pas dit jaar voor het eerst winst zal noteren.

Dit voorjaar stapten twee nieuwe aandeelhouders in: het Triodos Organic Growth Fund en Social Impact Ventures. Zij kregen een onbekend aantal aandelen en verschaften Marqt nog eens 1,2 miljoen euro groeikapitaal. Daarmee kan Marqt verder de strijd aan met eveneens goed draaiende duurzame ketens als Ekoplaza en de Natuurwinkel. Dat ook Albert Heijn en Jumbo bij steeds meer producten een duurzame en transparante indruk wekken, vindt Bolle van Marqt afgekeken, en bovendien pure misleiding. “Dat is allemaal gekopieerd”, zei hij in NRC. “Het is veel makebelieve. Dat is de armoede van de industrie, iedereen kopieert elkaar.”

 

2. Tony’s Chocolonely

Toen tv-maker Teun van de Keuken als presentator van ‘Keuringsdienst van Waarde’ in 2005 zijn chocolademerk Tony’s Chocolonely introduceerde, was dat meteen een serieuze zaak. Zijn repen waren bedoeld als tegenhanger van de bekende chocolademerken, die zich bij de productie in West-Afrika massaal schuldig maakten aan slavernij. De werknemers, vaak kinderen, doen er gedwongen en soms levensgevaarlijk werk. Tony’s Chocolonely beloofde ‘100 procent slaafvrije chocolade’. Die claim bleek al snel lastig waar te maken, maar de repen werden onverwacht een doorslaand commercieel succes. Tony’s Chocolonely groeit pas echt hard sinds voormalig Heinekenmanager Henk Jan Beltman in september 2011 de meerderheid van de aandelen kocht. Afgelopen jaar noteerde het bedrijf een omzet van bijna 30 miljoen euro. Er gingen 20 miljoen chocoladerepen over de toonbank: de felgekleurde repen met smaken als ‘karamel zeezout’ en ‘popcorn discodip’ vonden hun weg naar klanten in Nederland, Zweden, België en de VS.

Grootaandeelhouder Beltman heeft nog steeds het doel om met de eerlijke productie van chocoladerepen bij te dragen aan het uitbannen van slavenarbeid in de cacao-industrie. ‘We willen de rest van de sector precies laten zien wat we doen’, zei hij laatst in een interview in het AD. ‘We willen laten zien dat de achtduizend boeren met wie wij werken, het beter doen dan de rest. Alleen dan kunnen we impact hebben op de rest. Ons model is schaalbaar. We kunnen de hele sector veranderen.’ De topman – die zichzelf overigens liever Chief Chocolate Officer laat noemen – wordt erom gelauwerd. In 2015 werd hij EY Emerging Entrepreneur of the Year, vorig jaar werd Beltman uitgeroepen tot Marketeer van het Jaar en stond Tony’s Chocolonely bovenaan de Inspirerende 40, met daarin bedrijven die een voorbeeld zijn voor anderen.

Er is alleen één minpunt: het hardnekkige probleem van slavernij in de cacao-industrie is nog lang niet opgelost. Integendeel zelfs: volgens onderzoekers van een Amerikaanse universiteit is het aantal gedwongen tewerkgestelde kinderen in Ghana en Ivoorkust de afgelopen jaren alleen maar gestegen. Van de Keuken concludeerde daarom een tijdje geleden gedesillusioneerd dat zijn repen geen enkel verschil hebben gemaakt en dat hij de tent beter kan sluiten. Maar, zoals een van zijn medeoprichters daarop zei: ‘Een druppel op een gloeiende plaat is nog steeds een druppel.’

 

3. Vandebron

Het is niet zo moeilijk om sceptisch te zijn over de duurzame ambities van groene energieleverancier Vandebron. Oprichters Aart van Veller, Remco Wilcke en Matthijs Guichelaar zijn snelle jongens met vlotte teksten, ze zien eruit alsof ze uit een boyband komen en houden met hun startup een kantoor over drie verdiepingen aan de Herengracht in Amsterdam. Maar vergis je niet: de oprichters timmeren met het duurzame Vandebron serieus aan de weg. Ze opereren op een slimme en integere manier, en dat in een markt waar claims over ‘groene energie’ maar al te vaak op drijfzand berusten.

Vandebron pakt het anders aan dan andere energieleveranciers: het geld dat klanten voor hun groene stroom betalen, komt rechtstreeks terecht bij de leveranciers die het aanleveren, zoals lokale windondernemers. Wie klant wordt, kan op de website zien – én kiezen – welke groene leveranciers met het abonnementsgeld betaald worden. Vandebron is op deze manier een fractie goedkoper dan gevestigde namen als Nuon en Eneco: er hoeft in hun onderneming geen winst gemaakt te worden voor de aandeelhouders. Bovendien zijn klanten ervan verzekerd dat de stroom die ze gebruiken echt groen is.

Vier jaar na de oprichting heeft Vandebron al meer dan 100.000 klanten aan zich weten te binden, er lopen honderd werknemers rond en de jaaromzet ligt boven de 80 miljoen euro. Eventuele winst steken de oprichters terug in het bedrijf, vertelde Guichelaar onlangs aan Business Insider: “We zijn een groeiend bedrijf, dus alles wat we overhouden, wordt in het bedrijf geïnvesteerd.” Dat de oprichters snelle jongens zijn, komt ook van pas, want de marketing van Vandebron is slim. In hippe buurten van Amsterdam waren de straatverkopers van Vandebronabonnementen lange tijd niet voor de ingang van de Albert Heijn weg te slaan. En dit voorjaar deed het bedrijf een ludiek bod van 1 miljoen euro op de Hemwegkolencentrale in Amsterdam, naar eigen zeggen om de centrale na overname meteen te sluiten. Marketingstuntje natuurlijk. Maar het werkt wel.

 

4. De vegetarische slager

Dat je als duurzaam alternatief voor een bestaande markt een bedreiging gaat vormen, blijkt vaak als de gevestigde orde begint te protesteren. Voor De Vegetarische Slager, het bedrijf van ondernemer Jaap Korteweg, was het begin dit jaar zover. Worstenbroodjes zonder échte worst erin, kipstukjes op plantaardige basis: volgens de vleeslobby leidden de namen van vleesvervangers tot verwarring bij de consument. De VVD stelde Kamervragen. ‘Als je iets koopt, moet duidelijk zijn wat het is,’ vond Kamerlid Erik Ziengs.

Het echte verhaal was natuurlijk dat de groeiende vraag naar vegetarische alternatieven voor vlees het belang van de bestaande vleesboeren schaadt. En het overbodig maken van de bio-industrie was ook precies het idee waarmee Korteweg met enkele compagnons een paar jaar geleden aan de slag ging. Als lid van de negende generatie uit een geslacht van Brabantse boeren wist Korteweg maar al te goed waar het vlees op zijn bord vandaan kwam, en de productie vond hij dieronvriendelijk en inefficiënt. Ook niet onbelangrijk: zijn partner is Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. Na drie jaar experimenteren bracht hij daarom in 2010 de eerste vleesvervangers op de markt, gebaseerd op soja, maar dan met de smaak, textuur én de benaming van echt vlees.

‘Het idee om juíst de associatie met vlees op te zoeken pakte goed uit,’ vertelt Korteweg daar later over. ‘Daarom was De Vegetarische Slager vernieuwend en waren de mensen nieuwsgierig. Vrij snel na de opening kwam de vraag van groothandels, leveranciers en speciaalzaken of ze onze producten konden verkopen. De aversie tegen de vleesindustrie was groter dan ik had gedacht.’ Na de eerste winkel in Den Haag volgden al snel meer verkooppunten. Inmiddels zijn de producten van De Vegetarische Slager te krijgen op 2600 plekken in 15 landen, en liggen de ‘gerookte speckjes’ en ‘rauw gehackt’ ook bij Jumbo en Albert Heijn. De omzet loopt richting de 10 miljoen euro en Korteweg denkt de komende jaren hard verder te groeien. Wat daarbij helpt is dat De Vegetarische Slager eerder dit jaar een compleet nieuwe eigen fabriek opende, bij Breda. Ter financiering daarvan gaf het bedrijf obligaties uit, waarop beleggers enthousiast intekenden: de 2,5 miljoen euro die Korteweg nodig had, was in no-time binnen.

 

5. Dopper

Merijn Everaarts begon een jaar of zeven geleden zijn bedrijf Dopper om onnodig gebruik van water uit plastic flesjes terugdringen. In Nederland – en veel andere Westerse landen – is er helemaal niets mis met het drinken van kraanwater. Toch betalen mensen op het station lachend anderhalve euro voor een half litertje Spa in plastic flesje. Het lijkt er, in de woorden van Everaarts, wel eens op dat iedereen tegenwoordig uitdroogt in de trein tussen Haarlem en Amsterdam. Fijn voor de frisdrankfabrikanten, maar de gevolgen voor het milieu zijn dramatisch.

En dus ontwikkelde hij ‘Dopper’: een duurzame fles met een hip design, die in de vaatwasser kan en die je – gevuld met kraanwater – prima kunt gebruiken in de trein tussen Haarlem en Amsterdam. Of op school, of op kantoor. De flessen worden geproduceerd door het Brabantse VDL. De vraag naar het product bleek groot: Everaarts verkocht de flesjes al snel bij honderdduizenden. Afgelopen jaar gingen er 1,8 miljoen Doppers over de toonbank, in 25 landen. Die internationale uitbreiding is overigens een must, want Nederland raakt zo langzamerhand verzadigd met Dopperflesjes. Dat is het nadeel als je maar één product maakt dat bedoeld is om heel lang mee te doen. Everaarts en zijn bijna dertig werknemers richten zich momenteel met name op uitbreiding in Duitsland en de Verenigde Staten, ‘een heel grote markt en een heel grote vervuiler’, aldus de oprichter.

De omzet van Dopper bedroeg in 2016 ruim 9,3 miljoen euro. Daarvan gaat vijf procent standaard naar het goede doel: zo investeert Dopper bijvoorbeeld flink in een drinkwaterproject in Nepal. De winst wordt voornamelijk gebruikt voor de internationale uitbreidingen en wat overblijft is voor Everaarts, de enige aandeelhouder. Hij kan er prima van leven, al is het geld volgens hem niet het belangrijkste. Tegen NRC zei hij: ‘Ik heb me de eerste twee jaar elke dag druk gemaakt: verkopen we wel genoeg flessen? Dat doe ik nu niet meer.’

Illustraties: Matt Kenyon

Compact wonen in levensgrote legostenen

Architect Jurrian Knijtijzer van Finch Buildings

De meeste architecten beginnen hun presentatie met een gelikte computersimulatie of een aantrekkelijke schets van een interieur met daarin de stralende aanstaande bewoners. Ondernemer Jurrian Knijtijzer begint met een afbeelding van de wereldbol. “Architecten dienen niet alleen bezig te zijn met constructie en design”, vindt hij, “maar vooral ook met verduurzaming van de sector.” In Europa is woningbouw verantwoordelijk voor meer dan een derde van de totale CO2-uitstoot. “Dat móet veranderen”, aldus Knijtijzer.

De architect, toen al eigenaar van Bureau Knijtijzer, richtte 2015 het Amsterdamse Finch Buildings op: een onderneming die zich volledig richt op modulaire woningbouw. Het bedrijf maakt hardhouten huizen van ongeveer 20m2 groot: bouwwerken die met enige fantasie nog het meeste weghebben van levensgrote legostenen. De constructies zijn makkelijk te verplaatsen en te koppelen, waardoor grotere gebouwen ontstaan. “Met enige aanpassingen maak je zó een studentencomplex, een kantoorgebouw of verzorgingstehuis”, aldus Knijtijzer.

Productontwikkeling
Inmiddels zijn er twintig van die compacte woningen door heel Nederland te vinden, achttien die worden bewoond en twee die dienstdoen als kantoor en modelhuis voor de ondernemer. Wij worden er ontvangen voor uitleg over de grote ambities van de jonge dertiger. “Ik zie mijzelf niet zozeer als architect die steeds nieuwe ontwerpen wil maken, maar als een productontwikkelaar die zijn duurzame vinding steeds meer verfijnt”, aldus Knijtijzer. “Op den duur moet het mogelijk zijn om jaarlijks duizend van onze woningen te maken.”
Aanleg van de modulaire huizen van Finch Buildings is volgens de ondernemer klimaatvriendelijk. “Het hardhout waarmee wij bouwen, slaat CO2 op en stoot het niet uit tijdens productie – in grote tegenstelling tot traditionele bouwmaterialen.” Daarbij lijkt het natuurlijke product, waarvoor overal in Europa milieuvriendelijke plantages aangelegd zijn, genoeg om iedere vijf seconden een modulaire woning aan te kunnen leggen, ideaal om in te wonen. Hardhout is sterk isolerend, brandwerend en vochtregulerend. Daarnaast, tegen de verwachting in, schimmelt het materiaal niet. Bij afbraak van de modulaire woningen kan het hardhout bovendien zonder veel bewerking worden hergebruikt voor nieuwe projecten. “Hiermee dragen wij bij aan de circulaire economie”, vertelt de ondernemer met trots.

Minihuizen
Enkele maanden terug haalde Knijtijzer met zijn bedrijf een topnotering in de lijst van Jonge Talenten van het Financieel Dagblad. “Duurzame minihuizen”, kopten de samenstellers het artikel over het innovatieve ontwerpbedrijf. Die term vindt Knijtijzer niet zo gelukkig gekozen: “We zullen er gewoon aan moeten wennen dat we kleiner moeten gaan wonen: de wereldbevolking verstedelijkt, de grondprijzen stijgen.”
Overigens zijn de modulaire woningen van zijn bedrijf – in tegenstelling tot veel andere kleine huizen in de stad, heel betaalbaar. De kosten voor productie liggen rond 45.000 euro. “Het is uit de tijd om tientallen jaarsalarissen te lenen voor een huis”, constateert Knijtijzer. “Jonge mensen investeren liever iets minder in een woning. Die moet alleen wél van alle gemakken voorzien zijn, mooi zijn in ontwerp en bovenal: goed zijn voor het milieu.”

KORT
Sinds zijn afstuderen aan de Amsterdamse Academie voor Bouwkunst werd Jurrian Knijtijzer (33) al meermalen naar voren gehaald als een van de grootste innovators binnen zijn vakgebied. De ondernemer is eigenaar van Bureau Knijtijzer en ontwerpbedrijf Finch Buildings. De modulaire woningen van Knijtijzer worden aangelegd in samenwerking met bouwmoloch VolkerWessels.
Naast het ontwikkelen van projecten in eigen land en wellicht elders in Europa, wil de ondernemer komend jaar ook geld ophalen voor de aanleg van goedkope woningen op de Filipijnen. Knijtijzer heeft inmiddels een innovatief ontwerp afgerond voor een woning die bestand is tegen overstromingen, en heeft bouwgrond gevonden om de eerste proefmodellen te testen. Kosten voor de aanleg van de woningen liggen op ongeveer 5.000 dollar. Knijtijzer hoopt er enkele honderden te kunnen aanleggen. “Door overstromingen als gevolg van de opwarming van de aarde is komende jaren vooral in ontwikkelingsgebieden grote behoefte aan innovatieve bouw”, stelt hij.

Moskou: een stad van geschiedenis en moderne verschillen

Een bezoek aan Moskou is een unieke ervaring. Het is een van de grootste historische, culturele en bestuurskundige centra van Europa. Een stad op de grens tussen Oost en West.

Het is iets na zessen als ik mij nestel aan een tafeltje bij Coffee Mania, een aantrekkelijk barretje aan de voorzijde van het luxe warenhuis Gum. Het uitzicht over het Rode Plein en de Kathedraal van de Voorbede van de Moeder Gods – de bekende kerk van de verschrikkelijke Ivan I of Sint Basiliuskathedraal – biedt een passend einde aan mijn reis. En en goed afscheid van de stad die ik afgelopen week zo ben gaan waarderen. “Hoe vond je het?”, vraagt een vriendelijke Rus naast mij op het terras, wijzend op mijn overvolle koffers. “Er is zoveel te zien”, lach ik.

Met een oppervlakte van ruim 2.500 vierkante kilometer – evenveel als Londen, Parijs en Berlijn bij elkaar opgeteld – is Moskou veruit de grootste stad en snelst groeiende stad van Europa. Er wonen zo’n 12 miljoen mensen. Tel je de inwoners van de randgemeenten (Oblast Moskou) er bij op, dan kom je al gauw op 20 miljoen.

Machtscentrum
De stad is gebouwd aan de oevers van de Wolga in het hart van het Russisch laagland en vormt een grensstad tussen Oost en West. Dit is terug te zien in de diverse bouwstijlen. En te proeven in het traditionele menu dat zich wellicht nog het beste laat kenmerken als een mix van Europees en Oosters.

Moskou heeft niet alleen de naam van een van de belangrijkste machtsbases ter wereld – tsaren, communisten en presidenten heersen al eeuwen vanuit het Kremlin over het gigantische rijk en de rest van de wereld – de stad is ook een religieus centrum. De patriarch van de Russisch Orthodoxe Kerk woont er en je vindt er enkele van de mooiste en oudste goudversierde kerken, kathedralen en kloosters ter wereld, waaronder de schitterende herbouwde Christus de Verlosserkerk en de veertiende-eeuwse Aartsengel Michaëlkathedraal.

Geschiedenis
De stad aan de Wolga is ook vanuit historisch perspectief buitengewoon interessant: Napoleons troepen liepen vast in de modder in hun plannen om de Russen te onderwerpen – het begin van het einde van de Franse hegemonie op het continent – en iets recenter slaagden de Duitse legers er ook niet in om de stad te bedwingen. Een bezoek aan kunstmuseum Oruzheynaya Palata – het oude arsenaal – , het nationalistische Krijgsmacht Museum – gewijd aan de overwinning in de Tweede Wereldoorlog – en het Gulag Museum nemen je mee in een reis door de tijd. De exposities vertellen je ook meer over de trots van de Russen en het leed dat ze in voorbije jaren te verduren hebben gehad.

Verschillen
In recente jaren is Moskou ook een stad geworden van tegenstellingen. Na het opbreken van de Sovjetunie hebben enkele stedelingen een vermogen vergaard – het Guiness Book of Records noemt de Russische hoofdstad dan ook de plek met de meeste miljonairs ter wereld. Je vindt er de mooiste modeboetieks, kostbare clubs, bars en restaurants en legio dure autohandelaren. Tegelijkertijd valt ook de armoede van andere Moskovieten op: diegenen die niet hebben geprofiteerd van het kapitalisme en de kansen van de nieuwe tijd.

Moskou is op heel veel gebieden ouderwets – Poetins aartsconservatieve agenda vindt hier vaste grond –, maar op heel veel gebieden ook buitengewoon vooruitstrevend. De skyline van de stad wordt enerzijds gevormd door de Zeven Zusters: Stalins hoogbouw om de glorie van het communisme uit te dragen, en eindeloze Chroetsjovhuizenblokken. Anderzijds treft de moderniteit van de futuristische nieuwbouw van zakencentrum Moscow City en enkele wolkenkrabbers met peperdure appartementen voor de new kids in town. Die contrasten maken de metropool behoorlijk overweldigend en de Russen op momenten melancholisch of zelfs zwaarmoedig. Ze maken de stad en zijn inwoners echter ook uniek. En, voor wie zich er enigszins in verdiept, het bezoeken waard. Вы должны испытать, aldus mijn vriendelijke buurman op het Moskouse terras: je moet het ondergaan.

Vijf boeken die jouw innovatiebrein prikkelen

Dit zijn de beste boeken op het gebied van kennis, ontwikkeling en design.

Illustratie: Oivind Hovland

1. Fit, rijk & slim (Meulenhoff, 3 oktober)
Tim Ferriss, auteur van de bestseller Een werkweek van 4 uur, vroeg beroemde atleten, acteurs, toppsychologen en biochemici, van Paolo Coelho tot Schwarzenegger, om hun inspirerende levenslessen.
Fit, rijk en slim, Tim Ferriss, €24,99, Uitgeverij Meulenhoff Boekerij

2. Ken uzelve
Intellectueel Marcel Proust stelde ooit een vragenlijst samen die je dieper inzicht verschaft in jezelf. Dit boek is aangevuld met nieuwe vragen én een kaartenset om samen met familie of vrienden de diepte in te duiken. David Bowie en Oscar Wilde gingen je voor.
Volgens Proust, Bert Bukman en Henk Steenhuis, inclusief kaartenset €21,99, Uitgeverij Atlas/Contact

3. In het hol van de leeuw
Journaliste Souad Mekhennet neemt je mee op haar gevaarlijke zoektocht naar de bron van de Jihad, waar ze belangrijke figuren van Al Qaida, Taliban en IS interviewt.
Ik moest alleen komen, Souad Mekhennet, €19,99 Uitgeverij Nieuw-Amsterdam

4. Iconische beelden
De meest iconische grafische ontwerpen, van kleurige tekeningen van Pirelli tot het logo van Adidas en I love NY: je vindt het in dit strak vormgegeven boek. Een pareltje.
Graphic: 500 designs that matter, € 19,95, Uitgeverij Phaidon

5. Doe maar duurzaam
Als iedereen doet wat wij doen, hebben we 3,5 aardbol nodig. Porcelijn liet doorrekenen wat ons gedrag voor impact heeft op de aarde én wat je kunt doen om te duurzamer te leven. Deze herziene editie verschijnt op de Dag van de Duurzaamheid, 10 oktober.
De verborgen impact, Babette Porcelijn, €19,99, Uitgeverij Q

6. Ver weg van het lawaai
Een filosoof op ongebaande paden versus een avontuur op zoek naar stilte. Twee mannen, allebei op zoek naar stilte. De een zoekt de stilte op door ongebaande paden in Frankrijk te bewandelen, ver weg van de digitalisering, en daar verslag van te doen. De ander probeert de vraag te beantwoorden wat stilte nu eigenlijk is, door middel van reflecties op eigen ervaringen en citaten van filosofen.
Ongebaande paden, een voetreis dwars door Frankrijk, Sylvain Tesson, €18,99, Uitgeverij De Arbeiderspers.
Stilte, jezelf staande houden in een wereld vol lawaai, Erling Kagge, €18,99, Uitgeverij Lev.