Hoe Wienke Giezeman Amsterdams gratis, draadloos internet bezorgde

Heel Amsterdam gedekt met gratis draadloos internet. Ondernemer-idealist Wienke Giezeman kreeg het voor elkaar in het bizar korte tijdsbestek van zes weken. Internet voor dingen, welteverstaan, niet voor mensen. Zonder commerciële belangen of bemoeizuchtige overheid.

Waar het reguliere internet voorziet in de communicatie tussen personen en systemen, faciliteert het Internet of Things (IoT) de communicatie tussen apparaten onderling. Het online krijgen van tv of koelkast binnenshuis is eenvoudig, maar wordt ervaren als een tikje nutteloos. Buitenshuis, waar toepassingen voor auto of mobieltje een stuk nuttiger zijn, wordt IoT een dure grap.
Tot Giezeman en zijn compagnon Stokking stuitten op een techniek die een soort wifi-hotspots mogelijk maakt met een bereik van een kilometer of tien. Een ‘gateway’ – een soort kastje – wordt aangesloten op de internetverbinding van bijvoorbeeld enkele verspreid liggende bedrijven en de mogelijkheden zijn oneindig: een slimme thermostaat die aanslaat als je op je werk uitlogt, het lokaliseren van een avontuurlijk ingesteld huisdier of een vuilniswagen die geen tijd verspilt aan het ophalen van lege containers.

Paddenstoelen
De opmerkelijke snelheid waarmee Giezeman in 2015 zijn plan realiseert, genereert direct veel media aandacht. Zijn aanstekelijke enthousiasme doet de rest: de dan tweeëndertigjarige informaticus toont zich bepaald geen archetypische mensenschuwe techneut, maar profiteert van het momentum met de gretigheid van een geboren pr-man. Kort daarop beginnen wereldwijd gelijksoortige initiatieven als paddenstoelen uit de grond te schieten.
“Het is hard gegaan, ja. Met tien gateways dekten we heel Amsterdam. Inmiddels staat de teller op dertienhonderd en telt de community zo’n vijfentwintigduizend vrijwilligers. De meerwaarde zit hem voor mij echter niet zozeer in dergelijke cijfertjes, maar in het ontstaan van maatschappelijk relevante initiatieven. In Japan is men bijvoorbeeld bezig met het plaatsen van sensoren in de omgeving van kerncentrales. Die slaan onmiddellijk alarm zodra ze onregelmatigheden waarnemen en blijven rapporteren als een gebied tot no-go area wordt verklaard.”

Publiek bezit
Giezemans beweegredenen zijn allesbehalve commercieel van aard. “Als je een Internet of Things aan de commercie overlaat, hebben de leukste projecten geen schijn van kans. Daarom is het open karakter van ons initiatief belangrijker dan de vraag of ik er persoonlijk financieel beter van word. Ik hoef trouwens niet op een houtje te bijten, hoor. Ik heb veel kennis en ervaring opgedaan. Daardoor komt er natuurlijk wel eens wat op mijn pad, bijvoorbeeld in de vorm van een consultancyklus.” Gevraagd naar de oorsprong van zijn bevlogenheid antwoordt Giezeman: “Netneutraliteit is een onderwerp waarvoor veel mensen de schouders ophalen. Het is echter een noodzakelijke voorwaarde voor de vrije uitwisseling van informatie en ideeën. Creatieve en experimentele projecten zijn sterk gebaat bij de afwezigheid van commerciële belangen en een bemoeizuchtige overheid.”

Nieuwe gateway
Op dit moment is Giezeman druk met het afronden van een vervolgproject: met ontwerpbureau Tweetonig staat hij op het punt een eigen gateway in de markt te zetten. Het apparaat is bijna duizend euro goedkoper dan de huidige gateways, waarmee de groei van het netwerk in een verdere stroomversnelling terecht moet komen. De crowfundingcampagne via Kickstarter verliep voorspoedig, het vinden van leveranciers en het rondbreien van de nodige certificeringen bleken echter andere koek: “Oh man, als ik van tevoren had geweten hoeveel hoofdbrekens me dat zou gaan kosten…. Nou ja, dan had ik het ook gedaan. Maar ik zal opgelucht ademhalen als ons geesteskindje binnenkort eindelijk verscheept kan worden.”