Van stukjesschrijver tot sterreporter

Journalistiek is géén baan. Het is een passie. Een wil om nieuws na te jagen, om quotejes te ontfutselen en je met belangrijke mensen te omgeven. Het is bovenal een verlangen om gehoord, gelezen en gezien te worden. Om een verhaal te vertellen. Dirty Science laat je zien hoe je het maakt in de media.

Journalistiek klinkt voor heel veel mensen als een bijzonder aantrekkelijk vakgebied. Het is vrij werk, je kan je creativiteit de vrije loop laten en deelt zelf je uren in, en avontuurlijk: als verslaggever ben je voortdurend op weg, op zoek naar dat ene nieuwsverhaal voor in de krant, een tijdschrift of op televisie. Als je de berichten in vakbladen mag geloven, dat alles ook nog tegen een fijne vergoeding.

De praktijk is een stuk minder rooskleurig. Vaste aanstellingen in de media zijn meer uitzondering dan regel. Verdiensten in de sector zijn, door tegenvallende reclame-inkomsten en beperkte verkoop, al lang niet meer wat ze ooit geweest zijn. Als ’t tegen zit, werk je je in het zweet om net voor de deadline nog even snel voor je opdrachtgever een productie of artikel in elkaar te draaien. En dat voor een salaris waar je nog niet eens je huur en dagelijks brood voor kunt betalen dat ook nog eens pas na maanden wordt overgemaakt.

En toch. Toch zijn de meeste journalisten bereid de verharde werkomstandigheden te slikken. Het aantal journalisten neemt niet af, maar alleen maar toe. Ieder jaar weer melden zich vele duizenden enthousiaste pas-afgestudeerden voor een baan in de geplaagde sector. Met de tips van Dirty Science blijf je de meest van je concurrenten in ieder geval de baas.

Versta je vak
Wacht nog even met je inschrijving bij de School voor de Journalistiek of een aanmelding bij voor communicatiewetenschappen, mediakunde of hoe het alles tegenwoordig ook wordt aangeprezen. De meeste journalistieke studies vertellen je wel ‘waarom’ maar leren je niet ‘hoe’. Anders gezegd: journalist word je door stukken te schrijven, interviews te houden en te presenteren. Als amateur mag je nog eindeloos fouten maken (doe dat dan ook!), bij een baas is dat anders. Combineer je eerste oefeningen met een studie waarin je je in één specifiek onderwerp verdiept: politicologie of bestuurskunde (als je eens aan de bak wilt als parlementair verslaggever), rechten (leuk als crime-reporter) of geschiedenis (überhaupt handig voor je algemene ontwikkeling).

Stage, geen stage
Ja, maar hoe dan? Om aan de slag te kunnen in de media wordt ervaring gevraagd, maar zonder enige ervaring kom je ook nergens aan de bak. Stages klinken als de oplossing, maar zijn het veelal niet. Uitgevers en mediabaasjes hebben stagiaires ontdekt als ultra-goedkope arbeidskrachten (en dan niet per definitie voor het maken van journalistieke producties). Ben je klaar met het zetten van koffie, de post, het uploaden van stukken en andere ondersteunende werkzaamheden, dan blijft er in de praktijk weinig tijd over voor datgene waarvoor je bent aangenomen. Daarbij zijn de meeste stages een financiële aderlating, van de geboden paar honderd euro (als je geluk hebt) kan zelfs een student niet leven. Waag een sprong in het diepe en vraag enkele media naar keuze of je een stuk mag schrijven of een opname kan maken. Geheel vrijblijvend. Lever vervolgens het allerbeste af wat je ooit gemaakt hebt. Dat zal ze (over je) leren.

Bellen-bellen-bellen
Volgens Wayne Freedman, de godfather van de Amerikaanse televisiejournalistiek, maak je in de media carrière door op te vallen met goed werk; door bij interviews de juiste vragen te stellen en je producties in eigen stijl aan te leveren. Helemaal waar, maar Freedman werkte in de jaren vijftig, zestig en zeventig; inmiddels is het medialandschap ernstig veranderd. Behalve over talent dien je tegenwoordig over het nodige zakelijke instinct en enig tact te beschikken. Als freelancer ben je een ondernemer, handel daar dan ook naar: besteed vooral aan het begin van je loopbaan tijd aan je verkoop/het aantrekken van geschikte opdrachten bij toonaangevende media. Bel voor een afspraak, mailen heeft geen zin; voor werk moet je aan tafel zien te komen met potentiële opdrachtgevers. Bel voor een afspraak. Realiseer je dat op een beetje een aantrekkelijke vacature vaak honderden reacties komen. Inschrijving bij de vakbond voor journalisten NVJ is niet nodig. Behalve het clubblad en een perskaart hoef je van die instantie weinig te verwachten.

Leer ‘nee’ te zeggen
Richt je je op de top binnen jouw favoriete media; het is makkelijker om een stap terug te doen dan eindeloos omhoog te klimmen. Als écht alles tegen zit, kan je het nog altijd proberen als verslaglegger van lokale braderieën en werkonderbrekingen bij de plantsoenendienst. Houd je trots, ook als je eenmaal met de grootste titels voor de meest gewilde klus aan tafel zit. Werk is leuk, maar niet tegen iedere prijs, lees: tegen een té lage prijs. Een tijdje terug was een Facebook-groep actief waarin de meest gehoorde verkooptrucjes van opdrachtgevers werden opgesomd (‘als jij goede stukken maakt tegen een beperkte vergoeding, worden we vanzelf groot en kunnen we je meer betalen’): trap daar niet in. De gemiddelde woordprijs voor geschreven journalistieke artikelen ligt tegenwoordig op zo’n 30 cent. De vergoeding voor een draaidag voor film of televisie is vanaf 250 euro. Ga je daar onder zitten, en val je toch voor de valse argumenten van goedlachse uitgevers en ondernemers, dan heb je daar alleen jezelf mee. Spreek bij een freelance klus ook duidelijk af wát je doet en wat niet, in concreto: hoeveel correctieronden zijn voor jou redelijk. Ook is het handig om eventuele reiskosten en productiekosten vooraf af te kaarten met je opdrachtgever.

Alternatieve route
Werk voor jezelf aan je naam. Begin een blog of videokanaal (jouw online CV), bouw aan je sociale mediaprofiel. Heb je iemand van naam voor je microfoon gehad, zorg dat hij of zij je toevoegt op je Twitter account (en zo mogelijk jouw berichten deelt); de meeste werkgevers verkiezen voor hun mooiste werk liever iemand die al een schare fans bezit; hoeven zij het niet te doen.