Het raadsel van de Rechtvaardige Rechters

Volgens de ene amateuronderzoeker ligt het verborgen in een zinken buis op de bodem van een kanaal. Een ander denkt dat het verstopt ligt in de graftombe van de Belgische koning Leopold. Weer een ander zegt dat het al jaren geleden teruggeplaatst is op zijn originele plek. België is al bijna driekwart eeuw in de ban van een geheimzinnige kunstroof; het paneel ‘De Rechtvaardige Rechters’ van het veelluik ‘Het Lam Gods’ van de vijftiende-eeuwse Vlaamse kunstbroers Van Eyck verdween in 1934.  

Gent is misschien niet een van de meest voor de hand liggende toeristische bestemmingen bij onze zuiderburen. Toch trekt de voormalige industriestad in het Noordwesten van België vele honderdduizenden bezoekers per jaar. Belangrijkste trekpleister: het Lam Gods in de barokke Sint-Baafskathedraal.

Het imposante altaarstuk van de gebroeders Hubert (1366-1426) en Jan (1390-1441) van Eyk geldt als een van de best bewaarde kunstschatten uit de vroege vijftiende eeuw.

Het metersgrote werk, bestaande uit twintig platen, verbeeldt het leven van jezus – het lam verwijst naar de oude joodse gewoonte om het volk met een zoenoffer te bevrijden van zonden – en valt op door de vele prachtig uitgewerkte details. De staat van het schilderij is buitengewoon. Door de bijzondere productietechniek lijkt het tafereel, dat is aangebracht op opgeschuurd hardhout, licht te geven.

Publiekstrekker
De meeste mensen in de rij voor het donkere kerkgebouw komen niet vanwege de cultuurhistorische waarde of de hoge kwaliteit van het beroemde werk, maar worden getrokken door de jarenlange hype rond de verdwijning van het paneel De Rechtvaardige Rechters.

Sinds de roof in 1934 deden al vele tientallen theorieën de ronde over de vindplaats van het missende stuk. Onderzoekers schreven er boeken over vol. Meerdere filmproducenten en documentairemakers uit binnen- en buitenland probeerden antwoord te krijgen op de vraag waar het eeuwenoude schot verborgen ligt. Twaalf jaar terug nog deed een gefrustreerde Vlaamse cultuurminister een oproep op televisie aan diegenen die meer zou kunnen vertellen over de verdwijning. De politicus loofde 20.000 euro uit voor de gouden tip. Er kwamen vele duizenden berichten binnen. Tot op heden zonder concreet resultaat.

Opsporing verzocht
De meeste feiten rond de roof van de Rechtvaardige Rechters en het stuk Johannes de Doper – het deel dat wél terugkwam – zijn al wel bekend. Op 13 april 1934, twee dagen nadat de ‘stoutmoedige diefte’ door een priester in de vroege ochtend werd opgemerkt, publiceerde periodiek De Gentenaar al enkele opvallende details: het slot van de kerk zou niet geforceerd zijn en bovenal had het licht in het gebouw de hele nacht gebrand. Een getuige liet optekenen dat hij rond twaalf uur twee vreemde figuren in de buurt een grote houten plaat in een auto had zien duwen.

Ook het motief voor de roof werd snel duidelijk. Enkele dagen na de vermissing werd in meerdere brieven een miljoen Belgische Frank aan losgeld gevraagd voor de panelen. Als blijk van goede wil werd niet veel later ‘Johannes de Doper’ terugbezorgd.

Ja, zelfs de dader – wellicht niet de opdrachtgever – is bekend: op zijn sterfbed zou de notabele bankier Arsène Goedertier uit het naburige Dendermonde verklaard hebben ‘dat hij de enige was die wist waar De Rechters te vinden waren.’ In zijn huis trof de politie correspondentie met de bisschop terug en een onbekend geldbedrag. Aanwijzingen voor de vindplaats van het laatste paneel werden niet gevonden. Goedertier blies niet lang daarna zijn laatste adem uit.

Het ontbrekende deel zou acht jaar later vervangen worden door een kopie van Jef van der Veken. Die vervangt het gezicht van een van de rechters door dat van koning Leopold III – als eerbetoon, maar ook om duidelijk te maken dat het niet om het echte werk gaat.

De Van Eyckbroers
De Zuid-Nederlandse kunstschilder Hubert van Eyck heeft een bescheiden oeuvre nagelaten. Tot op heden wordt slechts een handje werken toegeschreven aan de Vlaming. Behalve het Lam Gods zou de kunstenaar – wellicht met hulp van anderen – ook De Drie Maria’s aan het Graf (Boijmans van Beuningen, Rotterdam) gemaakt hebben en enkele potloodtekeningen die tegenwoordig in Prentenkabinet Albertina in Wenen tentoongesteld worden.

Zeker is dat hij de opdracht voor het beroemde Gentse altaarstuk aannam en omstreeks 1425 een ontwerp voor de grootste afbeelding maakte. Minder duidelijk is in hoeverre de schilder ook betrokken is geweest bij de voltooiing van het meesterwerk. De kunstenaar overleed zes jaar voor de voltooiing in 1434. Zijn broer Jan Van Eyck zou nog enkele jaren aan het kerkstuk gewerkt hebben.

Van deze broer is meer bewaard gebleven. De kunstenaar produceerde aan het einde van de Middeleeuwen enkele wereldberoemd geworden schilderijen waaronder Portret van een man met Rode Tulband (1433 – National Gallery, Londen), Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw (1434 – National Gallery, Londen) en het Portret van Margareta van Eyck (1439 – Groeningemuseum, Brugge)

Verkocht, vernield, gecensureerd en gestolen
Het Lam Gods heeft een bewogen geschiedenis. Rond 1566 wordt het werk jaren in de klokkentoren van de kathedraal verborgen gehouden voor religieuze fanatici in de Beeldenstorm. Later wordt het schilderij geschonken aan Elizabeth I. De kerkleiding bedenkt zich echter op het laatste moment, tot grote woede van de Engelse vorstin.

In 1794 nemen Franse soldaten het mee naar Parijs, twintig jaar later na de val van Napoleon wordt het aan de Belgen teruggeven. Willem III van Pruisen koopt het kunststuk vervolgens (exclusief het paneel met Adam en Eva). Bij een brand wordt het centrale deel enkele jaren later door as en smeltend lood ernstig beschadigd. Door droogte ontstaat in hetzelfde paneel een flinke barst. De grootste schade echter loopt het Lam Gods op als de Duitsers de panelen in 1894 in stukken zagen en parketteren.

Bij de Duitse inval wordt het schilderij allereerst verbogen. Eenmaal ontdekt verdwijnt het in Hitler’s privécollectie. Het werk wordt in de nadagen van 1945 teruggevonden in een Oostenrijkse zoutmijn. Enkele maanden later komt het meesterwerk van de gebroeders Van Eyck eindelijk terug naar de Gentse kathedraal. Dan wordt ook het paneel met Adam en Eva aangekocht en bijgevoegd.