Praten met apparaten

Nog geen twee decennia geleden zag je alleen acteurs in sciencefictionfilms praten met computers. Nu kijken we er al lang niet meer van op als iemand tegen zijn smartphone zegt ‘bestel een taxi’ of ‘zet de thermostaat één graad lager’. Je kunt nu zelfs praten met je luidsprekers. En ze verstaan je nog ook.

De digitale assistent op je smartphone die je thermostaat een tandje lager zet of andere verbale opdrachten uitvoert, maakt gebruik van kunstmatige intelligentie. Alle grote fabrikanten zoals Apple, Google en Windows hebben dergelijke slimme assistenten voor je smartphone, smartwatch of pc ontwikkeld. We schamen ons vaak nog wel een tikje om in het openbaar met Siri, Google Assistant of Cortana te praten. We zijn simpelweg nog niet gewend om collega’s in de gangen van het kantoor te zien lopen die in het luchtledige complete conversaties houden met hun apparaatjes.

Privésfeer
Toch is praten met apparaten, of liever gezegd praten met digitale assistenten, bezig aan een stevige opmars. Die opmars vindt vooral in de privésfeer plaats. Daar schamen we ons niet om in het luchtledige verbale opdrachten te geven. In de Verenigde Staten bracht Amazon als eerste grote fabrikant slimme luidsprekers op de markt. De Amazon Echo heeft digitale assistent Alexa ingebouwd en die luistert 24/7 naar je vragen. Die kunnen gaan over het weer in Madrid of over hoeveel calorieën er in een appeltaart zitten. Je kunt agenda-afspraken maken, apparaten bedienen, zoals thermostaten, stereo-installaties, webcams en televisies, of video’s laten afspelen op Youtube en muziek op Spotify. In de Verenigde Staten is de Amazon Echo een enorme hit. Geen wonder dat Google eerder dit jaar ook een slimme luidspreker, Google Home, introduceerde. Aan het eind van het jaar brengt Apple de HomePod op de markt en Samsung kondigde aan dat ook zij een slimme luidspreker in de maak hebben.

Twee seconden
Op zich werken alle digitale assistenten hetzelfde: in ongeveer een seconde of twee is je vraag in de cloud met kunstmatige intelligentie verwerkt en heb je antwoord. Voorwaarde is wel dat de assistenten je goed verstaan. En dat gaat bij smartphones nogal eens mis door de matige microfoons. De slimme luidsprekers zijn wel een succes, vooral door een sterk verbeterde microfoontechnologie. De ingebouwde microfoons in de slimme luidsprekers van Amazon en Google hebben het ‘verstaan’ indrukwekkend goed onder de knie. Zelfs als je een meter of vijf van de luidspreker afstaat en zegt: ‘Dim de lampen 50%’, dan verstaan ze wat je zegt. Zelfs als er omgevingsgeluid is of muziek in de huiskamer. Je hoeft ook niet langzaam te praten. Spreek de luidsprekers toe met ‘Alexa’ of ‘Ok, Google’ en ze luisteren onmiddellijk naar je vraag. Althans, als je de vraag in het Engels stelt. Andere talen snappen ze nog niet.

Fatsoenlijk Engels
Toch begrijpen de assistenten je soms nog niet goed, zelfs als je de opdracht in fatsoenlijk Engels geeft. Zo verstaat Google Home bijvoorbeeld (de Engelse versie van): ‘Laat de beste kookvideo’s op YouTube zien’ wel, maar struikelt over: ‘Laat op YouTube de beste kookvideo’s zien’. De bedoeling, en belofte, van de achterliggende kunstmatige intelligentie is echter, dat ze continu leert en jou gaandeweg steeds beter leert te begrijpen. Een ding is zeker. Hoewel praten met apparaten in de kinderschoenen staat, is het niet de zoveelste hype die als gebakken lucht in de ether verdampt. Praten met apparaten blijft, en beperkt zich niet alleen tot smartphones en slimme luidsprekers. Je kunt nu ook al praten me je moderne auto, je LG robotstofzuiger, Monster koptelefoon en je Skully motorhelm.