Photoshop: sprookjes en politieke afrekeningen

Een foto zegt meer dan duizend woorden. Maar die woorden hoeven lang niet altijd waar te zijn.

Honderd jaar geleden haalden de twee Britse nichtjes Cottingley de pers met hun beelden van ‘elfen’ in hun achtertuin. Onderzoeker Sir Arthur Conan Doyle, die tot dan toe een behoorlijke wetenschappelijke carrière achter de rug had, zou zelfs zijn verdere wetenschappelijke onderzoek in dienst stellen van het zoeken naar bewijs voor de sprookjesfiguren. Hij zou dat doen tot aan zijn dood. Pas toen de Cottingley’s bejaard waren, in 1983, gaven zij toe gelogen te hebben en dat de foto’s vervalsingen waren.

Door de beschikbaarheid van Photoshop en verschillende fotoapp’s is het vandaag de dag een stuk makkelijker om beeld te bewerken en daarmee om ‘bewijs’ te maken voor fake news. Regelmatig duiken er dan ook foto’s op waarvan achteraf toegegeven moet worden dat ze niet echt zijn. In 2004 bijvoorbeeld publiceerde de Britse krant The Mirror – tegenstander van de Tweede Golfoorlog – een serie portretten van Britse soldaten die zich in Irak schuldig zouden maken aan mishandelingen van gevangenen. Nep. Vier jaar terug drukte de Spaanse krant El Pais op zijn voorpagina een serie exclusieve beelden af waarop de dode Venezolaanse dictator Hugo Chavez te zien was. Ook die beelden bleken nep. De gehate Chavez was overigens wel overleden, bleek later.

Ook in Nederland gaan nepfoto’s – al dan niet opzettelijk – rond. Denk maar eens aan de foto van Alexander Pechtold die Geert Wilders vorig jaar ‘bij wijze van grap’ de wereld in slingerde. Hierop was te zien Pechtold samen met orthodoxe moslims zou demonstreren voor invoering van de Sharia. De D66-voorman gaf aan dat de foto hem vele bedreigingen had opgeleverd van PVV-aanhangers.

Omdat ze niet meer blindelings kunnen vertrouwen op de authenticiteit van foto’s, maken de meeste grote mediabedrijven alleen nog maar gebruik van vaste fotografen en gevestigde beeldbanken als AP en Reuters. Daarnaast gebruiken nieuwsmakers speciale software waarmee (amateuristische) bewerkingen te herkennen zijn.