#MeToo: waarom het feminisme weer actueel is

Feminisme? Das war doch einmal? Vrouwen hebben inmiddels vrijwel overal stemrecht, de machtigste leider van Europa is al tien jaar een vrouw, en het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat vrouwen thuis de kinderen opvoeden terwijl de man op kantoor geld verdient. En toch lijkt het feminisme weer helemaal actueel. Vijf vragen en antwoorden over deze controversiële beweging.

Wat is feminisme eigenlijk precies?
Dat is niet zo makkelijk in één definitie te vangen. Je zou eigenlijk moeten stellen dat feminisme een brede verzameling van politieke, maatschappelijke en filosofische ideeën is. Het gedeelde doel is voor de meeste feministen het bewerkstelligen van gelijke rechten voor mannen en vrouwen, maar de belangrijkste issues en invalshoeken verschillen per land of cultuur. En hoewel best veel mensen zich feminist noemen, kunnen ze het onderling totaal met elkaar oneens zijn.

Kun je daarvan een voorbeeld geven, dan?
Denk aan een kwestie als pornografie – daar kun je als zelfverklaard feminist(e) op heel verschillende manieren tegenaan kijken. De bekendste feministe van Duitsland, Alice Schwarzer, ziet in pornografie een industrie die het domineren en vernederen van vrouwen verheerlijkt en erotiseert. Anderen staan daar veel liberaler tegenover: voor hen moet de vrouwelijke seksualiteit dringend uit het verdomhoekje, en zij zien pornografie juist als een middel waarmee minderheden hun seksuele vrijheid en identiteit kunnen opeisen. Beide partijen zullen zich feminist noemen, maar hun kijk op de kwestie verschilt gigantisch. En dat geldt voor heel veel debatten binnen de beweging.

Wat is het belangrijkste issue in het hedendaagse (Westerse) feminisme?
De recente #MeToo-campagne op sociale media, ontketend door de golf aan beschuldigingen van seksueel wangedrag en misbruik door machtige mannen, lijkt seksueel geweld tot het definitieve feministische vraagstuk van onze tijd te hebben gebombardeerd. Maar seksuele intimidatie is al jaren een belangrijk issue voor activisten op vooral Amerikaanse universiteiten: op Columbia University in New York droeg studente Emma Sulkowicz bijvoorbeeld maandenlang de matras met zich mee waarop zij verklaarde door een medestudent verkracht te zijn.

En wat houdt feministen verder bezig?
Naast seksueel geweld strijden hedendaagse feministen vaak voor economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen: volgens sommige schattingen verdienen vrouwen gemiddeld maar 78% van het inkomen dat mannen met dezelfde baan krijgen. Slechts 32 van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven hebben een vrouwelijke CEO. Ook representatie in de media is een belangrijk thema: feministen klagen dat vrouwen, zowel op televisie als in Hollywood, nog steeds te vaak worden neergezet als oppervlakkige, geseksualiseerde of decoratieve personages. In dat kader leuk om zelf eens te proberen: de Bechdel Test. Vraag je bij het kijken van de eerstvolgende film af: zitten er ten minste twee vrouwelijke personages in – en praten ze met elkaar over iets anders dan over een man? Het lijkt een lage drempel, maar slechts de helft van de films haalt ‘m.

Is het feminisme tegen mannen?
In principe niet – hoewel meer gelijkheid tussen man en vrouw natuurlijk ook betekent dat mannen hun politieke en economische ‘overmacht’ kwijtraken. Daar staat tegenover dat feministen zich evengoed inzetten voor kwesties die ook mannen aangaan. Denk aan depressie, zelfmoord, verslaving en eenzaamheid: kwalen die veel vaker voorkomen bij mannen en zelfs een “stille epidemie” genoemd worden. Mannen zoeken minder vaak psychologische hulp, want: niet stoer. Maar die John Waynebenadering blijkt nogal ongezond. Die culturele normen waar feministen tegen strijden zijn óók een mannenprobleem. Daarnaast zijn feministen echt niet alleen vrouwen: ook Justin Trudeau en Barack Obama horen erbij. Dus, mannen: relax.

Drie hedendaagse feministische denkers over hun werk

Chimamanda Ngozi Adichie, Nigeriaans schrijfster en essayiste
“Het feminisme is nog altijd heel belangrijk: het biedt een universele taal voor vrouwen met heel verschillende achtergronden om voor gedeelde belangen te strijden. Ik heb me altijd bewust gevoeld van de vele manieren waarop mannen en vrouwen verschillend behandeld worden. Feministen zijn alle mensen die bereid zijn die verschillen te erkennen en te strijden voor een wereld waarin geslachtsverschillen onze levensloop niet meer determineren. Stel je voor hoeveel gelukkiger we zouden zijn, hoeveel vrijer om onszelf uit te drukken, zonder het gewicht van die verwachtingen? Dat begint bij onderwijs en opvoeding, want die rolpatronen vormen zich al heel vroeg en zijn moeilijk weer af te leren. Meisjes moeten weten dat ze niet door iedereen leuk gevonden hoeven te worden, dat er van hen niet meer werk in de huiselijke sfeer verwacht moet worden dan van hun echtgenoten. Jongens moeten leren dat het OK is om te huilen; en meisjes dat het niet erg is wanneer jongens huilen, want dat gaat net zo vaak mis. Als we een eerlijker wereld willen, lijkt dit me het meest urgente gesprek om te voeren. Daarom schreef ik Dear Ijaewele: a Feminist Manifesto in Fifteen Suggestions, een soort opvoedingsgids voor feministische ouders – in de hoop dat we kunnen leren om onze verwachtingen niet meer af te stemmen op het geslacht van onze kinderen.

Camille Paglia, Amerikaans kunsthistorica en professor aan de University of the Arts in Philadelphia
“Voor mij is het belangrijkste aspect van het feminisme het vieren van het menselijk lichaam, en de seksuele kant ervan. Onder het christendom hebben we een eeuwenlange verkramping ervaren, die nog steeds met regelmaat de kop opsteekt. Sommige feministen roepen om meer controle, meer supervisie in de seksuele sfeer – maar de tragiek is juist dat jonge vrouwen daarmee hun eigen vrijheid opgeven. Nog zoiets: dit jaar in september overleed Hugh Hefner, de oprichter van Playboy, en meteen dat gezanik weer – dat hij misogyn zou zijn, dat Playboy vrouwen reduceerde tot objecten. In zo’n beschuldiging toont zich een totale onwetendheid van de kunstgeschiedenis: het ligt in onze aard om mensen en taferelen te esthetiseren, tot objecten te maken die onze seksuele energie kanaliseren. Neem zo’n klassieke Griekse vaas: geen homoseksuele man zou ooit zeggen dat het ‘objectificeren’ van de schoonheid van een jong mannenlichaam hem tot slachtoffer, passief en machteloos maakt. Dat zou totale onzin zijn. Jeugd en schoonheid zijn eeuwige, onsterfelijke principes, die onze bewondering en verering verdienen. Wanneer we de schoonheid aanbidden, aanbidden we het leven zelf.”

Paul Préciado, Spaans filosoof en hoogleraar Genderstudies aan de Universiteit van Parijs VIII
“Ik ben geboren als Béatriz, als vrouw dus. Zo’n tien jaar geleden schreef ik Testo Junkie, een hybride persoonlijk dagboek en filosofisch pamflet over mijn periode als ‘gender hacker’. Ik gebruikte een aantal maanden een testosterongel, niet als onderdeel van een seksueel transitieregime maar los van elk medisch protocol, en onderzocht daarmee de samenhang tussen ons fysieke geslacht en onze persoonlijkheid. Als je testosteron gebruikt, verandert in één klap je maatschappelijke positie, en dat had verregaande effecten. In Testo Junkie zie ik het lichaam als een cultureel archief, waar allerlei disciplinerende krachten op inwerken: de normen van de maatschappij, de manier waarop mensen naar je kijken, maar ook de praktijken die we zelf ontplooien – van bodybuilding tot diëten, van sexting tot hormoongebruik. “Man” of “vrouw” is niet iets wat we zijn, maar iets dat we doen: we ‘bedrijven’ onze geslachtelijkheid in een veelvoud van seksuele en lichamelijke rituelen en activiteiten. Door de eeuwen heen zijn er enorme medische en psychiatrische systemen ontwikkeld die dat allemaal strak codificeren en reguleren. Door die systemen strategisch te ondermijnen, kun je een grotere individuele vrijheid claimen.”