Liesbeth van der Pol: “Ontwerpen is noeste arbeid”

Googel even op ‘Liesbeth van der Pol’ en ‘WKK-centrale’ of ‘Rooie donders’ en je ziet direct dat je te maken hebt met een architect die een esthetisch oog koppelt aan een speelse geest. “Mijn gebouwen moeten het verhaal vertellen, niet ik.

“Vanaf het moment dat ik een jonge architect was, koester ik het kinderlijke verlangen met mijn gebouwen een emotie op te roepen bij de toeschouwer. Natuurlijk, je hebt te maken met een budget, tijd, regels, functie, maar de rest is architectuur. En die heeft de specifieke taak ervoor te zorgen dat de gebruiker van het gebouw er blij van wordt. Ja, zo simpel is dat.”

Karakter
“Zonder architectuur kun je niet wonen, werken. Ze is een voorwaarde voor zoveel activiteiten. In het modernisme ging architectuur  alleen om het gebruik van een gebouw. Firmitas en unitas: stevigheid en nut. Maar er moet ook schoonheid zijn. Want hoe mooier de omhulling, hoe beter de activiteit plaatsvindt. Als je in een heel mooi, fijn ziekenhuis ligt, word je sneller beter. Mensen hebben een prettige relatie nodig met de ruimte om zich heen. Als je een huis koopt, zijn er dingen waar je voor valt, waar je van houdt. Dat zijn de zaken die architectuur moet maken.”

“Daarom wil ik elk van mijn gebouwen opladen met een karakter. Dat kan streng zijn, of speels. Als architect maak je een gebouw en loopt dan weg. Wat je achterlaat, moet zijn eigen relatie kunnen aangaan met de mensen die er wonen of werken. Jij bent er immers niet meer om er een verhaal te vertellen: dat moet het gebouw zelf doen.”

“Als ik jonge architecten een advies zou moeten geven, zou ik zeggen: het is maar een geintje. Echt. Dat klinkt bot, maar ik zie dat jonge architecten zo snel hun speelsheid verliezen, door architectuurtheorieën of de heersende architectuuropvatting. Architectuurtijdschriften staan vol met één soort architectuur: strak, kaal, glas. Zo zwaar op de hand. Dan zit je in de ontwerpfase al met gefronste wenkbrauwen, en daar wordt niemand beter van. Zelfs het Rijk, waar ik als Rijksbouwmeester voor werkte, bleek een zekere speelsheid te kunnen waarderen. Dat verlichte deel is echt het meest interessante van de architectuur.”

Timmerman
“Ontwerpen is noeste arbeid, vergis je niet. Het is niet zoiets als een vlam die opflikkert. Na de opdracht beginnen we altijd met een groep van een man of twintig; in werkgroepjes van drie of vier personen werken we aan ideeën. Ik ben dan inderdaad degene die ‘ja’ of ‘nee’ zegt. Maar we zijn allemaal professionals, dus we voelen allemaal wel of een idee goed is of niet. In de schetsfase aquarelleer graag. Een aquarel werkt namelijk langzamer dan een snelle schets: je moet er in zes, zeven lagen overheen, waardoor je ook beter en langer kijkt naar je ontwerp. Ik kan daar lang mee bezig zijn.”

“Maar uiteindelijk gaat het niet om de tekening: het gaat om het gebouw. Ik voel me verwant met een timmerman: het gaat erom iets te maken. Die ene bijzondere stoel, dat mooie gebouw. En dat kan altijd beter: hoewel ik al 100 projecten achter de rug heb, houd ik het gevoel dat mijn volgende project nóg beter wordt.”

Liesbeth van der Pol
Deze eigenaar van Dok Architecten in Amsterdam studeerde in 1988 cum laude af in Delft, werkte bij diverse architectenbureaus voor ze haar eigen bureau oprichtte. Ondermeer bekend om het depot en vernieuwing van het Scheepvaartmuseum. Was Rijksbouwmeester van 2007-2011. Nu is zij een van de twee coördinerend architecten voor de renovatie van het Binnenhof.