Kunstwalhalla

Als je voor de anonieme deuren staat in een van de levendigste wijken van Amsterdam, verwacht je binnen niet zo’n artistieke en verwelkomende ruimte aan te treffen: een hybride van een gezellig huis en een galerie. Vrijwel elke vierkante meter van het huis van Karen Knispel en Henk Drosterij is opgevuld met kunst.

Karen Knispel (52), communicatietrainer, schrijver en keramist en Henk Drosterij (53), arts en adviseur, wonen nu 7 jaar in dit huis dichtbij de Haarlemmerdijk in Amsterdam. Tot voor kort met z’n vieren, maar onlangs is hun oudste zoon (21) op kamers gegaan. De jongste zoon van 17 woont hier nog wel.

In de woonkeuken vertellen de bewoners over hun huis en kunstverzameling. Henk: “Een van de redenen om naar dit huis te verhuizen was om meer ruimte te hebben voor de kunst. Maar in de afgelopen jaren zijn we toch weer helemaal dichtgeslibd.” Karen vult aan: “Door de hoge plafonds hadden we opeens meer plaats voor grotere werken. Je gaat naar de ruimte leven. Net als goudvissen, die groeien met hun leefruimte mee. Nu is het eigenlijk wel weer vol, dus moeten we een beetje gaan opletten.”

Instinct
De kunstverzameling begon in 1991. Henk: We waren allebei afgestudeerd. Dan ga je wat meer geld verdienen. Zoals de meeste mensen, koop je iets leuks voor boven de bank. Het verschil is dat je als verzamelaar blijft kopen, ook als er geen plek meer is boven de bank. De hele verzameling is tegenwoordig een soort fotoboek van ons verleden. De aankoop van een werk vormt vaak een bijzondere gebeurtenis in ons leven. We weten van alle stukken nog waar, wanneer, van wie en waarom we het werk gekocht hebben. Zo heeft alles vaak toch wel waarde, ook al is het soms kunsthistorisch of financieel totaal oninteressant werk.”

In de keuzes voor kunstwerken volgt het echtpaar hun instinct. Schoonheid telt niet per se mee in de overweging. Karen legt uit: “We kopen juist dingen die we vaak in eerste instantie helemaal niet mooi vinden. Mooi is een gevaarlijk criterium. Dat wordt vaak saai. Als iets weerstand oproept moet je jezelf dwingen daardoorheen te kijken. De gelaagdheid van een werk komt dan naar voren en dat maakt het interessant.” Ze loopt naar een werk van Olga Balema midden in de aangrenzende kamer. Het werk is het best te omschrijven als een doorzichtig waterbed gevuld met bruine vloeistof en bezinksel. “Dit was eerst helder water, maar er liggen allemaal objecten in. Stenen en ijzeren dingen met roest. Zelfs een knoflook. Dat is allemaal gaan werken en die processen gaan nog steeds door.”

Uit de verf
Het stel bewaart alle kunst in huis. Hun bevlogenheid voor kunst wint het daarbij vaak van praktische overwegingen. Karen: “Hier in de living staat een soort ijsmachine van Sema Bekirovic. Als je die aanzet begint hij te brommen als een diepvries en groeit er een enorm mooie wolk van ijs. Daarna gaat het smelten en zit je met een plas water in je huis. Helemaal niet handig, maar wel fascinerend.”

Terug in de keuken kijken we naar een favoriet van het gezin. Het is een schilderij van Michael Raedecker met de naam What’s up. Henk: “Michael gebruikt naast verf ook garen in zijn werk. Die streepjes en gekke froebeltjes rond zijn hoofd zijn allemaal gemaakt met garen. Het werk heeft ook iets heel lulligs; de figuur op het schilderij staat er als een sulletje bij in dat pyjamajasje. Hij wil indruk maken, maar dat komt niet goed uit de verf. Letterlijk.”