“Klein wonen is niet meer alleen voor wereldverbeteraars”

Klein maar fijn: dat is de rode draad in het werk van architect Leon Zondervan. We willen namelijk met steeds meer mensen op een kluitje in de stad wonen – en wat hem betreft is dat prima te rijmen met een gevoel van luxe.

Tekst: Jean-Paul Keulen
Fotografie: Marius Hille Ris Lambers

‘PopUpVillage’, zo heette het project waar je aan de TU Delft op afstudeerde. Wat hield dat in?
“Ik zocht naar een manier om leegstaande kantoorgebouwen gedurende een korte termijn op een andere manier in te zetten. Hoe kun je een gebouw op een laagdrempelige manier transformeren, zonder dat je het gebouw zelf hoeft aan te passen? Door er iets in te zetten dat er ook weer uit kan. Daarom bedacht ik wat ik de Functiepixel noemde. Dat doet een beetje denken aan LEGO, of IKEA. Een systeem van wanden, meubels, badkamerelementen enzovoort, waarmee je een complete kamer of studio kan bouwen ín een kantoorruimte.”

Maar woon je dan niet in een heel saaie, cubicle-achtige ruimte?
“Dat hoeft niet. Waar bijvoorbeeld elke containerwoning precies hetzelfde is, is met zo’n systeem heel veel variatie mogelijk. Hoe kleiner je de bouwelementen maakt, hoe meer mogelijkheden je hebt. Met LEGO-blokjes kun je tenslotte ook heel veel verschillende dingen bouwen.”

“Verdiepingshoge ramen geven een kleine woning veel statigheid”

Is het nog steeds belangrijk om leegstaande kantoorgebouwen tijdelijk bewoonbaar te maken?
“Toen ik afstudeerde, zaten we in de crisis. Nu de economie weer is aangetrokken, is leegstand een minder groot probleem. Er is weer meer vraag naar bedrijfsruimtes; men is weer bereid grotere ingrepen te doen. Maar als we opnieuw in een crisis belanden, kan hetzelfde probleem natuurlijk weer optreden. Bovendien willen er steeds meer mensen in de stad wonen. Daardoor stijgen de prijzen en wordt het druk. De vraag is dan: hoe gaan we daarmee om? Kunnen we steden blijven uitbreiden, of kunnen we ze verdichten? Dat verdichten is wat ik nu met mijn eigen architectenbureau probeer: het creëren van een kwalitatief betere ruimte op een kleiner oppervlak.”

En hoe uit zich dat in je bouwprojecten?
“In het Amsterdamse Kade Noord ging het om relatief kleine woningen, die toch een gevoel van comfort en luxe geven. Dat heb ik bijvoorbeeld proberen te bereiken met verdiepingshoge ramen; die geven zo’n kleine woning een boel statigheid. Ook zijn de plafonds hoger dan normaal. Verder hebben we veel gespeeld met de indeling: hoe houd je die aan de ene kant heel open en licht, en zorg je aan de andere kant toch voor beschutting?”

Ruimte is niet meer een luxe die mensen per se willen’

Daarnaast ben je in Rotterdam zogenoemde ‘microlofts’ in twee hotels aan het realiseren.
“Ja, daar probeer ik het principe van tiny houses in toe te passen. Als mensen het daarover hebben, zien ze meestal een cottage in de natuur voor zich. Ik denk dat het idee veel interessanter is in de stad, waar de ruimte zo schaars is. En hotels zijn dan heel geschikt. Die hebben heel mooie, ruim ogende kamers met een relatief klein oppervlak; gemiddeld zo’n 25 vierkante meter. Daar bouwen wij dan een hele studio in, met bijvoorbeeld een bed op een laag platform. Zo creëer je tegelijkertijd een beschutte plek én iets wat er statig uitziet.”

Denk je dat mensen ook echt klein wíllen wonen, of doen de meesten het toch vooral uit noodzaak?
“De laatste paar jaar is er volgens mij op dat punt echt iets veranderd. Ruimte is niet meer een luxe die mensen per se willen. Ze kunnen hun luxe ook op een ander vlak kiezen. Ze willen bijvoorbeeld op een mooie plek wonen, of een mooi interieur hebben. En als je dan zorgt dat een woning genoeg licht heeft, een goed uitzicht heeft en ruim aanvoelt… Dan is het niet meer een compromis, of alleen iets voor wereldverbeteraars. Dan kun je echt kwaliteit toevoegen.”