Jaap Stockmann over zijn bedrijf AdsToSport

Als je op zondagavond trouw afstemt op Studio Sport, dan gaat er waarschijnlijk wel een lampje branden bij de naam Jaap Stockmann. Ooit de beste hockeykeeper ter wereld, nu oprichter van AdsToSport: bemiddelaar tussen bedrijven en de talrijke sportverenigingen in Nederland. “Amateursporters zijn een interessante doelgroep voor adverteerders.”

De drieëndertigjarige Stockman kan terugkijken op een indrukwekkende sportcarrière: als keeper voor het Nederlands hockeyelftal schreef hij 140 interlands achter zijn naam. Hij won bronzen, zilveren en gouden medailles en werd in 2014 door de Internationale Hockeydederatie uitgeroepen tot beste keeper van het jaar. Van de wereld, welteverstaan. Tegenwoordig staat hij niet meer voor Oranje in de goal, maar speelt hij nog altijd op het hoogste niveau voor zijn club Bloemendaal.

Voor gezien
Ook zijn activiteiten buiten het veld staan in het teken van de sport. In 2007 voltooit hij zijn studie commerciële economie aan de Johan Cruyff University en in 2011 haalt hij zijn mastertitel aan de
faculteit bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na een traineeship bij de Rabobank houdt Stockmann het al vrij snel voor gezien in het gevestigde bedrijfsleven. Op zakelijk gebied is het eventjes stil, maar in de zomer van 2014 zal blijken dat hij niet achterover is gaan leunen: samen met zijn compagnons Rick van Breugel en Peter van Baak start hij AdsToSport, waarmee hij zich als eerste zal storten op de advertentiemarkt van de Nederlandse amateursportclubs. Nu, ruim drie jaar later, is AdsToSport nog altijd het enige platform van betekenis dat die sportclubs met adverteerders in contact brengt.

Té interessante doelgroep
Ontspannnen legt Stockmann uit wat dat concreet inhoudt: “We vervullen de rol van bemiddelaar tussen grote adverteerders en de talrijke sportverenigingen in Nederland. Je moet je indenken dat er voor een adverteerder geen beginnen aan is om met elk van de vele duizenden verenigingen afzonderlijk afspraken te maken. Niettemin vormen actieve sporters een té interessante doelgroep om links te laten liggen”.

“Wat wij bieden is een ‘digital content distribution’-platform: verenigingen plaatsen een stukje code op hun website en in eventuele apps, adverteerders leveren hun content aan en wij zorgen ervoor dat die zijn weg vindt naar de juiste doelgroepen. Wij bepalen de juiste momenten en meten de performance van een campagne.”

“Dat ik een bekend gezicht heb speelt mogelijk wel een rol bij het opengaan van bepaalde deuren. Maar als ik geen steekhoudend verhaal zou hebben, gingen die deuren natuurlijk net zo snel weer dicht. We hebben met drie jaar ervaring de meest kinderziektes wel uitgezweet en kunnen ons verhaal met feiten onderbouwen. We rekenen de sportclubs voor dat een rendement op jaarbasis van een euro per lid goed haalbaar is. Dat kan verder oplopen tot vijf euro per lid, al moeten alle andere factoren dan natuurlijk wel optimaal zijn.”

Houdbaarheidsdatum
Al in 2015 telt hun adverteerdersportefeuille zo’n 750 bedrijven: de bekende sportartikelenfabrikanten, maar ook grote spelers als Interpolis, Mercedes, Decathlon, ABN AMRO en NPO Sportzomer. Niet gek. “Inderdaad. En aan het andere eind werken we inmiddels samen met zo’n 800 sportclubs. Ook daar zijn we best trots op. Maar als je bedenkt dat er nog zo’n 27 duizend sportclubs niet aangesloten zijn…” Er is dus voor Stockmann nog behoorlijk wat werk aan de winkel. “Dat moet ook. Mijn houdbaarheidsdatum als topsporter komt inmiddels in zicht.” Maar dan nog: 800 clubs in drie jaar, 27 duizend clubs te gaan. Lachend: “Nou ja, ik beloof niet dat ik ze allemaal persoonlijk zal benaderen.“

We vissen nog eventjes verder, en inderdaad blijkt Stockmann bezig te zijn met nieuwe ideeën. Het is echter nog te vroeg om daarover inhoudelijk iets te kunnen vertellen. Dan zullen maar eens informeren naar wat de invloed is van zijn drukke sportcarrière én de veeleisende start van een onderneming op zijn sociale leven en, vooral, de liefde. Het is de eerste keer dat hij even moet nadenken over zijn antwoord: “Ach… ik denk dat ik daar nog wel genoeg tijd voor heb.”