Hoe machtig is Anonymous nog?

Scientology, PayPal, Wall Street en IS: allemaal zijn ze aangepakt door de hackers van Anonymous. Veiligheidsdiensten werden nerveus als het anonieme collectief een nieuw doelwit aankondigde. Inmiddels is hacktivisme een wijdverspreid machtsmiddel geworden, maar dat lijkt gek genoeg ten koste te gaan van Anonymous. Wanneer slaan de rebellen met de Guy Fawkesmaskers terug?

Tekst: Jeroen Mirck

“We are Anonymous. We are Legion. We do not forgive. We do not forget. Expect us.” Deze befaamde woorden boezemden jarenlang angst in. Ze klonken in videoboodschappen met een hakkelende robotstem die uitsprak welke organisatie er nu weer van langs zou krijgen. Een voorbeeld van zo’n –inmiddels klassieke – actie: toen PayPal, MasterCard en Visa stopten met het verwerken van betalingen voor WikiLeaks, zag Anonymous dit als een aanval op het vrije verkeer van informatie en volgde een DDoS aanval op de websites van deze betaaldiensten.

Recenter is de online vergelding na de aanslagen in Parijs. Anonymous verklaarde Islamitische Staat de oorlog en hield woord: een lijst met gegevens van jihadi’s werd onthuld en de IS-website vervangen door een webshop voor antidepressiva. Een aanval met een knipoog, maar zonder meer spraakmakend.

Occupyhipsters
Het probleem van Anonymous is dat het een totaal ongestructureerd collectief is. Er is geen organisatie, er zijn geen formele leiders. Sterker nog: zelfs in de ondernomen acties is niet echt lijn te ontdekken. Veelgeroemd is de bijdrage van Anonymous aan Occupy Wall Street in 2011. Wat aanvankelijk werd weggelachen als ongeleid gezelschap van frisbeegooiende hipsters, groeide uit tot een krachtig collectief dat het digitale protest goed wist te koppelen aan de fysieke demonstratie. Met dank aan de hackers. Anonymouslid ‘Jackal’ zei daarover tegen The Guardian: “Dit is de nieuwe manier van protesteren. De straatprotesten gaan hand in hand met DDoS-aanvallen. We zijn een soort online flashmob.” Dit soort stoere praat wordt stevig betwist. Het digitaal platleggen van NASDAQ en de Newyorkse politie werd trots aangekondigd, maar gebeurde niet. “Anonymous is meer een boodschapper dan een schutter”, analyseert techjournalist Sean Captain, die veel direct betrokkenen sprak. “Het is vooral een PR-machine. Men wilde ook geen supporters boos maken. Het verstoren van de beurs kan ten koste gaan van ieders pensioen of spaargeld.”

Lukrake acties
Anonymous ontbeert een consistente visie, vindt antropologe Gabriella Coleman, verbonden aan de McGill University. Ze participeerde lange tijd in de chatrooms van 4Chan en leerde de hackersgemeenschap goed kennen. “Politieke operaties komen vaak lukraak tot stand, zonder zorgvuldig uitgedachte strategie. Tegelijk is die fluïde structuur ook een voordeel, want het maakt Anonymous wendbaarder dan grote traditionele instituties, zoals het bedrijfsleven en de overheid. Misschien zijn die alternatieve vormen van democratie en interactie nog wel sterker het blijvende effect van Anonymous dan dat ze daadwerkelijk de kleptocratie van grote banken bestrijden.”

Waar staan de hacktivisten anno 2017? Hoewel vaak wordt vermoed dat er nauwe banden zijn met WikiLeaks, lijkt WikiLeaks de agenda sterker te bepalen dan de hacktivisten. Anonymous haalde onlangs het nieuws met de vermeende onthulling dat NASA buitenaards leven zou hebben ontdekt. Dat lijkt eerder op een broodje aap dan op een naderende revolutie.

“De tastbare impact van Anonymous is momenteel bijzonder klein”, bevestigt Rejo Zenger, onderzoeker van privacyorganisatie Bits of Freedom. “Dit soort los- vastverbanden kunnen gemakkelijk verwateren. Ze missen een robuuste organisatiestructuur. Dan hangt het allemaal af van de betrokkenheid van de mensen die mee willen doen.”

In de toekomst van digitaal activisme gelooft Zenger zeker. “Internet speelt daarin een handige faciliterende rol. Lastiger wordt het als internet zelf het actiemiddel is. Met het DDoS’en of defacen van websites maak je iets kapot en krijg je kritiek. Daarmee schaar je niet automatisch massa’s mensen achter je. Dan geloof ik toch meer in internet als activistische spreekbuis.”