Het aanzien van kunst

‘Geen kunst aan!’ zeiden we vroeger op het schoolplein bij een prestatie die zonder moeite te reproduceren was. In die zin is ‘kunst’ een product van een uniek talent en met veel inspanning verworven vakmanschap. Maar veel hedendaagse beeldende kunst in musea lijkt te zijn voortgebracht door kunstenaars die zich om artistieke vaardigheden niet of nauwelijks bekommeren. Waarom is een door Duchamp gesigneerd urinoir kunst, en je eigen toiletpot niet?

Een lege, zandkleurige legertent die zo uit een vluchtelingenkamp leek weggeplukt, met in zwarte inkt de namen van ruim vierhonderd Palestijnse dorpen. Meer niet. Bezoekers van de Documenta 14 in het Fridericianum Museum in Kassel stuitten vorig jaar op deze ‘Memorial to 418 Palestinian Villages Destroyed, Depopulated and Occupied by Israel in 1948’, een werk van Emily Jacir, geboren in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever en in 2007 in Venetië onderscheiden met de Gouden Leeuw. Bewust liet ze het werk onafgewerkt, om aan te geven dat de Palestijnse kwestie nog op een oplossing wacht.

De veertiende editie van Documenta, de vijfjaarlijkse monstertentoonstelling die geldt als het politieke en sociale geweten van de internationale hedendaagse kunstwereld, werd alom gedomineerd door werken zoals de tent van Jacir: ‘expliciet verwijzend naar de staat van de wereld, nauw verbonden met politiek verzet en activisme, vormelijk schijnbaar weinig complex’, zoals de Belgische filosoof en kunstcriticus Wilfried Bossier het omschrijft.

En hoewel elke editie van Documenta traditiegetrouw kan rekenen op een flinke portie kritiek, was de kunstpers dit keer vrijwel unaniem in haar oordeel: te veel politiek, te weinig kunst. Trouw-redacteur Joke Wolf schreef na een bezoek aan Kassel: ‘Documenta 14 presenteert een visie op kunst die misschien niet iedereen kan bekoren. De politiek-geëngageerde boodschap ligt er soms sterk bovenop, iets meer luchtigheid en vooral schoonheid was prettig geweest. Tegelijkertijd laat de tentoonstelling zien dat beeldende kunst veel meer kan zijn dan een hol spektakelstuk, en dat de discussie over wat wel en niet goed is, nog lang niet is beëindigd.’

Maatschappelijke relevantie
Ziedaar in twee zinnen het definitieprobleem van de moderne hedendaagse kunst. Op de vraag ‘Wat is kunst?’ is voor de één vooral de maatschappelijke relevantie van het werk doorslaggevend, ongeacht welk medium daarvoor wordt ingezet – Documenta 14 herbergde tevens een installatie met 50.000 stukken zeep, geproduceerd door de lokale bevolking van het Griekse Kalamata op basis van olijfolie, alsmede een kopie van de tempel van Athene, maar dan van metalen steigers en in plasticfolie verpakte verboden boeken. In deze definitie is kunst pas kunst als zij ons aan het denken zet over de wereld en onze eigen rol daarin.

Voor de ander wordt kunst vooral gedefinieerd door esthetiek. Die kan soms overweldigend, soms ingetogen zijn, maar heeft altijd de kracht om de zwaarte van het leven even op te tillen, de toeschouwer mee te nemen uit de dagelijkse realiteit naar een door de kunstenaar gecreëerde wereld, of tenminste die dagelijkse realiteit vanuit een ander perspectief te ervaren. In deze definitie is kunst pas kunst als er een hogere esthetische waarde aan wordt toegeschreven dan aan ‘gewone’ objecten, en het daardoor iets van relativering, spirituele inkeer of troost biedt.

De stelling dat ‘echte’ kunst wordt gekenmerkt door zekere figuratieve of expressieve eigenschappen en het product is van een uniek talent en vakmanschap, getuigt dus van een op z’n minst eenzijdige kijk op kunst. Wie echter kijkt naar het commerciële kunstcircuit van belangrijke galeries en verzamelaars, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat esthetische kwaliteiten nog steeds doorslaggevend zijn in de beoordeling of iets ‘echte’ – en dus dure –  kunst is of niet.

Dat bleek onder meer vorig jaar, toen presidentsdochter Ivanka Trump diverse werken uit de collectie van haarzelf en haar man Jared Kushner op Instagram plaatste met – je heet Trump of je heet het niet – steeds zichzelf en haar kinderen als stralend middelpunt. Het koppel heeft een duidelijke voorkeur voor kleurrijke, zeer aanwezige kunstwerken van hedendaagse jonge kunstenaars als Nate Lowman (een vergelijkbaar werk uit de ‘Bullet Holes’-collectie werd bij Sotheby’s in 2013 verkocht voor 595.000 euro), Dan Colen (present met een kauwgomschilderij waarvan een soortgelijk exemplaar in 2012 voor 517.000 euro verkocht bij Phillips New York) en Alex Israel, een kunstenaar uit Los Angeles wiens werken doorgaans rond een ton of vier worden afgehamerd.

Toen het Amerikaanse Office of Government Ethics erachter kwam dat Kushner als officieel overheidsmedewerker nagelaten had melding te maken van een collectie die waarschijnlijk miljoenen waard is, meldde de advocaat van Kushner dat ‘het enkel ging om kunst voor decoratie en niet als investering’. Ofwel: het echtpaar geeft miljoenen uit aan werken die het domweg mooi vindt, of op z’n minst fijn om naar te kijken.

Astronomische bedragen
Omdat ‘mooi’, ‘decoratief’ of ‘fijn om naar te kijken’ puur subjectieve criteria zijn en daarom ongeschikt om kunst te definiëren, kun je je afvragen of het antwoord op de vraag wat kunst is, niet gewoon neerkomt op ‘kunst is dat waarvoor mensen bereid zijn veel geld neer te tellen’. Kunst was altijd al een middel om rijkdom, macht en prestige mee te onderstrepen. Wie het zich in de zeventiende eeuw kon permitteren zich te laten portretteren door pak-em-beet Rembrandt van Rijn, moest ook toen al zeer welgesteld zijn. Inmiddels gaan er in de internationale kunstwereld astronomische bedragen om.

De New Yorkse galeriehouder David Zwirner verkocht vorig jaar op Art Basel – de meest prestigieuze kunstbeurs ter wereld – in twee dagen tijd voor 40 miljoen dollar aan kunstwerken, waaronder een Alberto Burri voor meer dan tien miljoen, een Sigmar Polke voor acht miljoen en diverse werken van Marlene Dumas en Wolfgang Tillmans tussen de een en de drie miljoen dollar. Collega-galerie Hauser & Wirth wist al op de openingsdag een doek van Philip Guston en een Achrome van Piero Manzoni voor respectievelijk 15 en 10 miljoen dollar aan een en dezelfde Europese verzamelaar te slijten. Kunst is wat de kassa doet rinkelen.

Maar er moet toch iets zijn dat alle kunstwerken gemeen hebben en dat het mogelijk maakt kunst te onderscheiden van niet-kunst? Is kunst bijvoorbeeld niet alles dat door een kunstenaar ‘op een zorgvuldige wijze is gecomponeerd met een vooraf bepaald doel’? Ook die definitie is lastig, want de techniek van de ‘toe-eigening’ (appropiation) ofwel het gebruiken van bestaande objecten – gebruiksvoorwerpen, delen van andere kunstwerken, reclamefolders, krantenknipsels of zwerfvuil – maakt bepaalde kunst juist tot wat hij is: avant-garde werken zoals de ‘Fontein’ van Marcel Duchamp – een industrieel vervaardigd urinoir dat Duchamp in 1917 onder een pseudoniem signeerde en instuurde voor deelname aan een expositie van de Society of Independent Artists in New York – en andere ‘ready-mades’ onttrekken zich aan elke traditionele definitie van kunst. En toch zal niemand bij het zien van Salvador Dalí’s ‘Lobster Telephone’ of de stripverhaalreproducties van Roy Lichtenstein de vraag stellen: hallo, is dit kunst?

Toe-eigening
Sterker nog, de techniek van de toe-eigening is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw in een heel nieuw vaarwater terechtgekomen. Neem een Sherrie Levine, van wie het werk deels bestaat uit nageschilderd werk van andere kunstenaars, zoals Vincent van Gogh, Claude Monet en Kasimir Malevich. Met als doel ‘het creëren van een nieuwe situatie, en daarmee een nieuwe betekenis, voor een vertrouwd beeld’. Toe-eigening is ook een vaste waarde in de Neo-Geo-groep, in het bijzonder in het werk van Jeff Koons. Bij die laatste lijkt de manier waarop de toeschouwer het kunstwerk ontvangt (de receptie) en erop reageert vaak belangrijker dan het kunstwerk zelf.

En zoals wel voor meer zaken geldt: de opkomst van het internet heeft de moeilijkheden met een definitie van kunst nog verder opgerekt. Zo verwierf de Amerikaanse kunstenaar Richard Prince aanvankelijk veel roem en nog veel meer geld met het kopiëren van foto’s, advertenties en covers van tijdschriften: zijn foto van een Marlboro Man-advertentie werd in 2005 voor meer dan een miljoen dollar verkocht, tot grote woede van de oorspronkelijke fotograaf Sam Abell. In 2014 zette Prince echter een volgende stap: hij maakte een serie prints (New Portraits) van uitvergrote Instagramberichten, deels afkomstig van beroemdheden als Pamela Anderson en Kate Moss, deels van in zijn ogen coole jongeren. Met alles erop en eraan, dus ook de commentaren, waaraan Prince vervolgens een eigen cryptisch commentaar toevoegt. En dat alles zonder toestemming van de afgebeelde personen: het socialemediabericht als objet trouvé.

En zo lijken we verder dan ooit weggeraakt van de kunstenaar die in zijn werk getuigt van zijn fijnbesnaarde gevoel voor schoonheid of expressie van hevige vreugde, verdriet, vrees of godsvrucht. Van de kunstenaar die een leven lang ploetert op de juiste toets, de juiste lichtinval en de juiste compositie (al lijkt ook die groep weer nieuw bestaansrecht te krijgen: Google maar eens op de jonge Nederlandse minimalist Sigmund de Jong). De vraag is of dat erg is: elke definitie van kunst is cultuurspecifiek en tijdgebonden en binnen eenzelfde cultuur kunnen opvattingen over kunst evolueren: er ontstaan nieuwe genres en er ontwikkelen zich andere kunstvormen, waardoor het idee over de functie en de aard van kunst verandert.

Misschien is de vraag: ‘wat is kunst?’ als de vraag ‘bestaat er een God?’: het antwoord ligt in jezelf. Kunst is wat jij, de gek, erom geeft. Of misschien is het gewoon een vraag die wel altijd een vraag zal blijven, zoals de Britse kunstredacteur Hannah Jane Parkinson schrijft in The Guardian:

It’s a question as old as art itself: “Yeah, but is it art?” Type it into Google and get 1.26 billion results. It lends itself to book titles, television series and conversations between white walls, whetted by prosecco. It’s a question asked of a shark in formaldehyde; an unmade bed; a sleeping footballer; two humans meeting in silence across a table, and before those of John Cage; Mondrian; Pollock. This question, the distant cousin of “my kid could have done that”, has quietly endured.

Quietly endured – en waarschijnlijk tot het eind der tijden.

Geld over? Dit zijn de tien duurste levende kunstenaars

  1. Jeff Koons

Amerikaanse kunstenaar wiens werk grotendeels bestaat uit driedimensionale reproducties van popcultuuriconen (onder meer een vergulde Michael Jackson) en alledaagse objecten. Koons’ Balloon Dog (Orange) werd op een veiling van Christies New York verkocht voor 58,4 miljoen dollar en was destijds het duurste kunstwerk van een levende kunstenaar ooit. Koons’ werk balanceert vaak gevaarlijk op de rand van kitsch, maar is tegelijkertijd volstrekt origineel.

  1. Gerhard Richter

Duitse superheld, jaargang 1932. Werkt grotendeels abstract, maar heeft ook fotorealistische werken gemaakt – Richter vindt niet dat een kunstenaar zich aan één enkele stijl moet houden. Groeide op in Dresden en veel van zijn werk wordt gedefinieerd door zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Koude Oorlog. Was, voordat hij door Koons van de troon werd gestoten, de duurst verkochte levende kunstenaar: zijn schilderij Abstraktes Bild uit 1986 werd in 2015 voor bijna 46,4 miljoen dollar verkocht.

  1. Jasper Johns

Inmiddels ver in de tachtig, maar wereldwijd bekend om zijn rebellie tegen de overheersende abstract-expressionistische kunstscene van zijn tijd. Vooral bekend van zijn schilderijen van de Amerikaanse vlag – zijn bekendste werk ‘Flag’, geschilderd tussen 1960 en 1966, bracht in 2010 28,6 miljoen dollar op bij Christie’s New York. Ook sterk als beeldhouwer en graficus en van grote invloed op de Conceptual Art and Pop Minimal-bewegingen die in de jaren zestig en zeventig ontstonden.

  1. Christopher Wool

Volgde in de jaren zeventig kort een opleiding als schilder in New York, maar koos al snel voor het echte leven in de undergroundfilm- en muziekscene van de stad. Zijn meest iconische werk bestaat uit zwarte gestencilde blokletters op wit canvas. Een van deze stukken, getiteld Apocalyps Now, werd in 2013 geveild voor 26,5 miljoen dollar.

  1. Peter Doig

Wereldberoemde figuratieve schilder uit Schotland die inmiddels in Trinidad is gevestigd. Hoogst verontrustend werk met een magisch realistische sfeer, veelal scènes uit de natuur. Met veilingprijzen van 11 miljoen dollar (White Canoe) tot 26 miljoen dollar (Swamped) veruit de duurste kunstenaar uit het Verenigd Koningrijk.

  1. Zeng Fanzhi

De ongekroonde koning van de Chinese hedendaagse kunstscene. Een van zijn recente schilderijen werd voor bijna 59,7 miljoen euro geveild, waarmee hij zich op de vierde plaats van de top 500 van Artprice lanceerde. Zelfs het vroege werk van Fanhzhi wordt inmiddels verkocht voor duizelingwekkende bedragen. Kwam recent in het nieuws met een werk getiteld ‘Het laatste avondmaal’, gebaseerd op Da Vinci’s gelijknamige schilderij, maar dan met leden van de communistische groepering De Jonge Pioniers in plaats van Jezus en zijn twaalf apostelen.

  1. Brice Marden

Schilder wiens werk lastig te catalogiseren is, hoewel hij vaak tot de school van het minimalisme wordt gerekend. Woonde een tijd in het huis van folkzangeres Joan Baez en trouwde uiteindelijk met haar zus Pauline. Zijn kleurige, kringelige doeken maken onderdeel uit van tal van toonaangevende musea- en privécollecties. Een beetje Marden doet gauw tien miljoen.

  1. Luo Zhongli

Eveneens een superster in de hedendaagse Aziatische kunstwereld. Bekend om zijn veelal magisch realistische portretten van boeren en schilderijen van rurale Chinese landschappen.  Chinese kunstverzamelaars tellen er vele miljoenen voor neer. Studeerde nog een blauwe maandag aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.

  1. Anish Kapoor

Brits-Indiase beeldhouwer die graag groot denkt en mede daarom erg in trek is bij van verzamelaars uit het Midden-Oosten. Onder meer bekend van immense zilveren blob op het AT&T-plein in het Millennium Park in de Amerikaanse stad Chicago (Cloud Gate). Kapoors ‘auction turnover’ bedroeg vorig jaar 12,3 miljoen euro.

  1. Giovanni Anselmo

Italiaanse beeldhouwer en prominent lid van de artistieke beweging die in de jaren zestig en zeventig bekend stond als bekend als Arte Provera. Sterk conceptuele kunst – zijn ‘Untitled (Sculpture That Eats)’ bestaat uit twee blokken basalt met daartussen een krop sla – die niettemin vele miljoenen opbrengt op veilingen.

De Nederlandse scene: waarin een klein land groot kan zijn

Nederland mag dan klein zijn, de invloed van Nederlandse kunstenaars is al sinds de Gouden Eeuw enorm. Meer recent worden Cobra (Karel Appel, Constant, Corneille), de Nul-beweging (Jan Schoonhoven, Armando) en De Stijl (Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Gerrit Rietveld) gezien als dominante Nederlandse kunststromingen die geleid hebben tot een radicale hervorming van de gevestigde kunst. Met name de rigoureuze abstractie die De Stijl vertegenwoordigt, is wereldwijd van invloed en nog steeds overal terug te vinden.

Ook vandaag de dag kent ons land nog tal van internationaal hoog aangeschreven kunstenaars waaronder Atelier van Lieshout, Aernout Mik, René Daniels, Daan van Golden, Mark Manders, Peter Struycken en Jan Dibbets. Marlene Dumas is al jarenlang met afstand de bestverkopende, meest internationaal gelauwerde en gerespecteerde kunstenaar van Nederland. Haar werk wordt verkocht door topgaleries zoals Frith Street Gallery in Londen, Gallery Koyanagi in Tokyo en David Zwirner in New York.

Ook Nederlandse fotografen blazen internationaal een aardig deuntje mee met namen als Rineke Dijkstra, Dana Lixenberg, Erwin Olaf, Anton Corbijn, Ruud van Empel en Desirée Dolron. Die laatste staat bekend om haar perfectionisme: Dolron deed er een jaar over om één foto uit de serie Xteriors (2001-2015) te produceren. Haar werk is onder meer aangekocht door het Reina Sofia in Madrid en het Guggenheim in New York. Eén foto uit de serie werd voor 160.000 dollar geveild.