Hedonisme: blinde genotszucht of morele verplichting?

Vind je het moeilijk om verleidingen te weerstaan? Gebruik je veel alcohol of drugs? Ga je wel eens vreemd? Of heb je een gat in je hand? Goed mogelijk dat je dan in het bezit bent van wat psychologen een ’ noemen: een sterke hang naar onmiddellijke behoeftebevrediging. Maar eigenlijk gaat hedonisme helemaal niet over karakterfouten, verslavingsgevoeligheid of blinde genotszucht, maar over de kunst van het genieten.

Door: Bart van Ratingen

Afterpartyende rocksterren, jetsettende DJ’s en coke-snuivende reclamemannen. Archetypen van wat we hedendaagse hedonisten noemen: een bundeling van karaktereigenschappen die weliswaar een vorm van allure heeft, maar toch niet geheel verenigbaar wordt geacht met persoonlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Nu kent iedereen wel een paar mensen die nét iets intenser leven dan goed voor ze is. Sterker: er zijn periodes in een mensenleven dat een hedonistische levensstijl er een beetje bij hoort. In je studententijd, om eens wat te noemen. Maar daarna behoor je het toch wel te ontgroeien.
Toch is het bijzonder dat wij hedonisme beschouwen als iets wat een beetje tussen lifestyle en psychopathologie in zweeft. Want waar wij hedonisme vooral associëren met blinde genotszucht en gebrek aan verantwoordelijkheid, werd het door de oude Grieken bloedserieus genomen als richtlijn voor een goed leven. Volgens de filosoof Epicurus en zijn volgelingen (circa 300 voor Christus) waren het nastreven van genot en het vermijden van pijn de hoogste principes voor een vervullend bestaan.

“Mensen die zichzelf te gronde richten met grensoverschrijdende seks, drugs en rock ‘n’ roll zijn zelfs niet hedonistisch genoeg”

Daarbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat het genot van de Epicuristen er bepaald niet hetzelfde uitzag als dat van de moderne nachtbraker of gokverslaafde: het Griekse ideaal was een allesomvattende vreedzaamheid, een bevrijding van pijn en angst die alleen bereikt kon worden door ook de grenzen van onze eigen verlangens te leren kennen. Als we vandaag te veel eten, hebben we morgen buikpijn die ons het genot ontneemt, leerde Epicurus. Maar het is alleen door het aan den lijve te ervaren dat we die wijsheid kunnen vergaren. In de woorden van de Engelse dichter William Blake: we weten pas wat genoeg is als we weten wat meer dan genoeg is.

Zelfkennis en beheersing

Voor de oude Grieken was hedonisme, kortom, niet te herleiden tot een karakterfout of verslavingsgevoeligheid, maar juist een streven naar zelfkennis en beheersing – een poging om de grens waar genot aan overdaad raakt zó goed te leren kennen dat we hem nooit meer hoeven te overschrijden.

“Genieten is niet alleen een kunst, het is ook een morele verplichting”

Later, in de achttiende eeuw, kreeg het hedonisme zelfs een politieke dimensie. In het ‘utilitarisme’ van Jeremy Bentham moest het maximaliseren van het genot en het minimaliseren van pijn voor het grootst mogelijke aantal mensen de grondslag vormen voor elke morele en politieke beslissing. Met die interpretatie krijgt het hedonisme ook een altruïstische kant: het gaat niet primair om ons eigen geluk, maar ook om het geluk van iedereen om ons heen. Sommige utilitaristen betrekken dit argument zelfs op al het leven, dus niet alleen op mensen: geluk en pijn van dieren zou net zo goed moeten worden meegenomen in onze morele overwegingen.

De mensen die zichzelf te gronde richten met grensoverschrijdende seks, drugs en rock ‘n’ roll zijn dus helemaal niet te hedonistisch; als je het een filosoof zou vragen, zijn ze zelfs niet hedonistisch genoeg. Want genieten is niet alleen een kunst, maar het is ook een morele verplichting – eentje die je bovendien met alle andere wezens zou moeten delen. Denk daar vanavond bij de varkensrollade nog maar eens over na, terwijl je jezelf een goed glas wijn inschenkt. Proost!

“Er zijn periodes dat een hedonistische levensstijl er een beetje bij hoort”

Drie hedendaagse denkers over hedonisme en moraal

Michel Onfray, Franse filosoof, hedonist en anarchist
“Hedonisme heeft niks te maken met snelle auto’s en losbandige vrouwen: om een echte hedonist te zijn moet je vooral jezelf goed leren kennen. Je moet je leven inrichten op een manier dat je jezelf en anderen gelukkig kunt maken, zonder daarbij jezelf of anderen kwaad te doen. Dat is de enige moraal die ertoe doet, de enige moraal die er voor een atheïst kan zijn. Ik ben opgegroeid in een weeshuis, waar lichaam en geest voortdurend aan mishandeling onderhevig waren. Morele filosofie, zeker binnen de monotheïstische godsdiensten, is vaak ontzettend abstract en idealistisch – het draait allemaal om de ziel. De geneugten van het lichaam worden ontkend of weggezet als zondig en kwaadaardig. Maar het lichaam is de onvervreemdbare basis van onze gedachten, onze verlangens, ons geluk. Iedereen is emotioneel gehecht aan het lichaam en de ervaringen die het mogelijk maakt. Filosofie, ethiek, en politiek kunnen pas oprecht zijn als we die waarheid allereerst erkennen. Daarom is het hedonisme de kern van alle moraal, en van elke echt vrije beschaving.”

Peter Singer, docent bio-ethiek aan Princeton University
“Mijn bekendste werk is Animal Liberation, waar een wereldwijde activistische beweging onder dezelfde naam uit voortgekomen is. Het argument van dat boek is even eenvoudig als revolutionair: de soort waar een wezen toe behoort is moreel even irrelevant als het geslacht of het ras ervan. Als een levend wezen belangen heeft – als het kortom, kan lijden of genieten – zouden die belangen in overweging genomen moeten worden. Als we die gedachte serieus nemen, vereist dat een radicale verandering in onze omgang met dieren, met ons dieet, onze economie, en onze omgang met de natuur. Het utilitarisme is de grondslag van mijn morele filosofie: ik benader een probleem door de best mogelijke oplossing te zoeken, geredeneerd vanuit de wensen en belangen van alle betrokken partijen – of dat nu mensen zijn of niet. Het totaal aan geluk voor alle levende wezens zo veel mogelijk verhogen, en pijn zo veel mogelijk beperken: als je daar consistent in bent, kom je op controversiële standpunten uit. Ik ben voor euthanasie voor ernstig gehandicapte pasgeborenen. Mensen zijn niet moreel superieur, en mensenlevens zijn niet heilig. Als je puur naar behoeftebevrediging kijkt, en je afweging niet door sentimentalisme of religie laat vertekenen, kom je tot opvallende conclusies.”

David Pearce, oprichter van techno-utopische beweging Humanity+
“Ik ben geïnteresseerd in biotechnologie als een middel om al het lijden op aarde als het ware ‘af te schaffen’. Ik hoor je al denken: dat klinkt als een utopische fantasie. Maar in 1995 schreef ik De Hedonistische Imperatief, een blauwdruk waarin ik uitleg hoe die visie uiteindelijk bewaarheid kan worden met een combinatie van genetische manipulatie, nanotechnologie en maatschappelijke veranderingen. Er is al van alles gaande op dit gebied. Het duurt bijvoorbeeld niet lang meer voordat designer babies mogelijk worden – als we bepaalde genen selectief uit ons genoom kunnen filteren, worden allerlei verschrikkelijke erfelijke aandoeningen straks verleden tijd. Met medische innovaties kunnen we depressie en verslaving uitroeien. En als kweekvlees eenmaal betaalbaar te produceren is, zal onze landbouw vanzelf overschakelen naar alternatieven. Het einde van elk lijden op aarde zal ontzettend verreikende oplossingen vergen – in mijn visie herschrijven we op een dag ons hele genoom, planten we ons alleen nog in laboratoria voort en herontwerpen we alle ecosystemen op aarde. We gaan het zelf niet meer meemaken. Maar als je gelooft dat het minimaliseren van het lijden op aarde een goed idee is, dan biedt biotechnologie de oplossingen.”