Van goed idee tot miljoenenbusiness

Een goed idee is één, voldoende kapitaal om je innovatieve plan uit te werken en naar de markt te brengen een tweede. Alain le Loux is een van de drijvende krachten achter Cottonwood – een investeringsbedrijf dat ruim 100 miljoen euro bijeenbracht voor onderscheidende techstartups in Nederland.

Laat je door de spiksplinternieuwe Porsche mét chauffeur niet van de wijs brengen; Alain le Loux is géén stille belegger die zich slapend verrijkt met een setje aandelen in zijn portefeuille. De geboren Tukker is ruim 14 uur per dag betrokken bij de techstartups waar hij zijn geld in steekt. “Als ik zélf achter het stuur zit, kan ik niet werken”, lacht hij bij binnenkomst in het Amsterdamse hotel waar we de investeerder treffen voor een gesprek, “Mijn chauffeur heb ik noodgedwongen…!”

Drie fasen-investeringen
Le Loux is sinds 2015 een van de drie voormannen van Cottonwood – een opvallend investeringsvehikel. De van oorsprong Amerikaanse club heeft inmiddels zo’n 100 miljoen bijeengebracht voor veertien techstartups, veelal academische ondernemers en onderzoekers in Nederland en het zuidwesten van de Verenigde Staten. “De meeste andere investeerders in ons land zijn hooguit bereid om één of twee ton in een jonge onderneming te steken. Wij doen veel meer”, vertelt Le Loux. “Jonge bedrijven hebben geld nodig, maar met een klein bedrag alleen is de kans op succes niet zo groot”, stelt hij. “Na een eerste kapitaalronde die nodig is om kennis en ervaren krachten aan boord te krijgen, doen we een tweede investering. En daarna een derde.” In de gids van Cottonwood die Leloux heeft meegenomen, schetst hij het idee achter die geldinjecties: “Seed, Support, Succeed: drie fasen om een vruchtbaar idee om te zetten in een winstgevend bedrijf met een duurzame toekomst.”

“Uiteindelijk wil je als belegger ook geld verdienen”, vervolgt Leloux terwijl hij een grafiek op een volgende pagina toont: “Zie je, we doen het veel beter dan andere fondsen.” Op een felgekleurd staafdiagram zijn de enkele resultaten zichtbaar. Cottonwood steekt boven alle anderen uit: +39%.

Ondernemer in loondienst
Le Loux studeerde 24 jaar geleden af in informatica, technische bedrijfskunde en communicatiekunde aan de Universiteit Twente. In 2001 voegde hij een MBA-titel toe aan zijn cv met het erepredicaat ‘cum laude’. Zijn eerste baan halverwege de jaren negentig was bij automatiseringsbedrijf Getronics PinkRoccade. “De informatica-afdeling waar ik werkte, ging buitengewoon goed. We groeiden in korte tijd van 80 werknemers naar ruim het tienvoudige; de omzet kopte op 100 miljoen!”. Le Loux kreeg alle ruimte om niet alleen productontwikkeling te begeleiden, maar ook om IT-oplossingen de vermarkten. “Dat is écht mijn vakgebied. Mijn collega’s noemden me toen ‘de enige ondernemer in loondienst’, en daar hadden ze wel een beetje gelijk in”, grapt hij.

In 2008 klopten de geldschieters achter de Twentse startup Virobuster bij hem aan: of hij de nieuwe CEO wilde worden. Le Loux ging in op het aanbod van de producent van luchtreinigingsapparatuur. “Ik voelde me een cowboy. Als kleine club kun je alles doen voor de aandacht, je bent veel minder gebonden aan allerlei communicatieregeltjes van het hoofdkantoor.” Bij de lancering van de eerste prototypen stond Virobuster in drie Nederlandse kranten. Leloux: “Ik werd op straat herkend: ‘is dat niet die man van die luchtverversers?’ – geweldig toch!”

Kennis en kapitaal
In 2015 ontmoette hij zijn huidige compagnons: Ray Quintana en David Blivin. “We’re going to do something together, lachten ze meteen bij onze eerste ontmoeting”, vertelt Leloux. De Amerikanen hielden woord. Enkele dagen later kreeg de ondernemer een aanbod om samen te werken. Nederland is erg aantrekkelijk als investeringsland, stelt hij. “We hebben hier heel veel goede ideeën, maar beperkt kapitaal. Ook kunnen startups profiteren van het netwerk van mijn investeringsbedrijf. Je groeit niet alleen door geld, maar zeker ook door kennis, relaties. Zeg maar ‘het elkaar gunnen van business’” Op de achterflap van zijn informatiefolder prijkt een serie logo’s van wereldwijde partners, waaronder Apple, Microsoft, Siemens, Boeing en Shell. “Die bedrijven investeren in onze startups en leveren waar mogelijk ingangen om te groeien.”

Robotvogels
Le Loux weet waar hij het moet halen: als een van de raadgevers van het European Institute for Innovation & Technology coachte hij al zo’n 200 startups in alle uithoeken van het continent. Toegegeven – hij heeft een neus voor talent. In de lijst met ondernemingen die onder Cottonwoodvlag opereren, prijken enkele van de meest innovatieve startups van dit moment. Een daarvan: Clear Flight Solutions, een 17-koppig bedrijf dat robotroofvogels ontwikkelt om zwermen vogels bij luchthavens te verjagen. “En dat niet alleen”, voegt Le Loux toe, “ook bouwers hebben er veel aan: als een beschermde vogel zich op een bouwplek vestigt, kunnen projecten voor maanden worden platgelegd door belangenorganisaties.” Clear Flight Solutions heeft inmiddels enkele tientallen contracten binnengesleept bij grote bedrijven, waaronder het Canadese Edmonton International Airport. Intussen wijst de investeerder ons op een andere startup – een bedrijf dat robotskeletten maakt: “Kijk! Da’s toch prachtig. Bouwvakkers kunnen daarmee tot tien keer hun eigen gewicht optillen!”

Strenge eisen
Le Loux investeert niet zomaar; startups moeten innovatief zijn, een probleem oplossen en marktpotentieel hebben. “Geen van de concurrenten van de robotvogels heeft een marktaandeel van meer dan 1 procent – daar ligt een kans. In het geval van de robotarmen zijn we zelfs de enigen.” Le Loux houdt zich niet in; hij praat voluit over de prestaties van ‘zijn’ startups, de cijfers van zijn fonds en de ambities in Nederland. “Die onbevangenheid heb ik een beetje van mijn Amerikaanse compagnons. Blijkbaar kun je daarmee veel bereiken. Bij de introductie riepen zij al: we’re the biggest tech-investors in the country!”