Het leed dat fake news heet

Wil je over 5 minuten verstand hebben van chrysanten, Winston Churchill of fluviatiel sediment? Dat kan. Google is your friend. Eén zoekopdracht en je hebt je reader bij elkaar. Maar sinds The Donald het begrip Fake News is gaan rondslingeren alsof het natte sla is, lijkt het vertrouwen in online informatie tot een dieptepunt gezakt. Reden om informatie op websites kritischer te consumeren? Of opgeklopt drama?

Tekst: Rutger Middendorp

Donald Trump gebruikt het begrip fake news als verzamelnaam voor alle berichtgeving die hem niet aanstaat en noemt zelfs een instituut als CNN in zijn geheel fake news. Zijn tegenstanders bombarderen de fantasievolle uitspattingen van het rechtse Breitbart als fake news. Dat maakt het definiëren van het begrip gevaarlijk terrein. In de letterlijke zin van het woord zou het alleen om gefabriceerd nieuws moeten gaan. Zelfbedachte verhalen met eventueel zelfs digitaal gemanipuleerde beelden, gemaakt om voor betrouwbare artikelen door te gaan. Maar fake news is meer een scheldwoord geworden dan een scherp begrensd begrip. Een strijd om de waarde van journalistieke, maar ook wetenschappelijke waarheidsvinding. Want in één adem worden zowel CNN als wetenschappelijke consensus in de ban gedaan.

Voordat we een trappetje nemen om af te dalen naar de donkerste krochten van het internet is het wellicht goed om even op te halen wat we als écht nieuws zien. In het westen vinden we dat een redactie onafhankelijk, kritisch en onbevooroordeeld moet zijn. Dat is knap lastig in een tijd van teruglopende inkomsten, grotere afhankelijkheid van adverteerders en maatschappelijke spanningen. Een krant is geen wetenschappelijk tijdschrift. Het is infotainment. Schrijf een gedegen stuk over belastinghervorming en kijk eens hoe goed de krant het doet in de losse verkoop. Nieuws wordt gestuurd door waar de lezer voor wil betalen en in mindere mate waar de adverteerder mee geassocieerd wil worden.

Om nog niet te spreken van nieuws dat niet van redacties komt. Gewapend met laptop of smartphone heeft iedereen de mogelijkheid een podium op te klimmen. Nog meer dan in de krant geldt op social media de wet van de sterkste. Waarbij je ‘sterkste’ mag vertalen met ‘extreemste’, ‘heftigste’ of ‘meest uitgesproken’. Als mens lezen we liever over een haaienaanval dan een koeienaanval. Ook al komen er jaarlijks meer mensen om door aanvallen van koeien. Ze spreken minder tot de verbeelding. Het meest basale gedeelte van onze hersenen (het reptielenbrein) wordt geprikkeld en dat kunnen we onmogelijk negeren. Een contentmaker die daar geen rekening mee houdt zal van goede huize moeten komen om toch te scoren met zijn verhaal.

Fake news gaat dus niet alleen over het representeren van gebeurtenissen die niet plaats gevonden hebben. Het gaat net zo goed om het over-representeren van zaken die niet erg belangrijk zijn. Een krant die het dagelijks over “de vluchtelingencrisis” heeft, doet twee dingen om bij te dragen aan fake news: met het woord crisis wordt het hele verhaal geframed als een probleem voor de lezer en door het er vaak over te hebben wordt de suggestie gewekt dat het een enorme impact zal hebben op het leven van de lezer. Die agressieve koeien lees je ondertussen niets over.

Het NOS journaal was voor de Nederlander ooit het onafhankelijk baken in de nieuwswereld. Een stem voor ons allemaal. Toen kijkers na de introductie van de commerciële zenders naar RTL nieuws gingen kijken was er een wonderlijk effect: RTL Nieuws werd steeds serieuzer van toon, het NOS journaal fêteerde ons met toenemende regelmaat op jolige komkommertijdjournalistiek. De invloed van het geld op de nieuwsdistributie werd juist door de publieke omroep prachtig geïllustreerd.

Filterbubbel
Het oog ziet van zich af. De verantwoordelijken voor de koers van de publieke omroep zien dat er aan twee kanten aan hen getrokken wordt. De overheid eist goede kijkcijfers, de elite wil haar kwaliteitsprogrammering terug. Het journaal als instituut, van Kooten en de Bie als kritische stem in onze samenleving.
Maar laten we bij onszelf beginnen. Het is uiteraard allemaal onze eigen schuld. Niet dat we er veel aan kunnen doen, maar wie de Volkskrant graag leest doet dat deels omdat hij graag bevestigd wordt in zijn wereldbeeld. Net als de Telegraaf lezer. We komen daardoor met name in aanraking met meningen die dicht bij de onze liggen. We kiezen geen krant die ons dagelijks irriteert.
Op het internet is dat fenomeen nog extremer. We hebben meestal vrienden uit eenzelfde omgeving en sociale klasse als wij. Die delen op social media zaken die zij interessant of belangrijk vinden. Artikelen die stroken met jouw overtuigingen zie je met de regelmaat van de klok. Meningen die de jouwe op de proef stellen zijn keurig uit je tijdlijn gefilterd.
Een vriend die jou als donateur van Natuurmonumenten constant bestookt met filmpjes over de onzin rond klimaatverandering weer je uit je tijdlijn.

The truth, the whole truth and nothing but the truth
Wie zijn nieuws niet van Facebook haalt en een gereputeerde krant leest krijgt grotendeels the truth and nothing but the truth. Maar niet the whole truth. We kunnen onze kranten niet vertrouwen dat ze in frequentie en toon de meest relevante berichten brengen. Dat ze de kop op de voorpagina niet wegen ten opzichte van de verkoopkansen. Dat de toon van het stuk het drama niet wat aanzwengelt ten opzichte van relevante, maar niet zo spannende details. Fake news is een overdreven term, de samenzweringstheorie over de media die ons bewust voorliegt is ook geen accurate representatie van de werkelijkheid. Maar we worden niet bediend met het nieuws dat we nodig hebben, maar met het nieuws dat we verdienen. Als we vervolgens betrouwbare bronnen met journalistieke principes en de mening van individuën met een WordPress account en een opinie niet van elkaar kunnen onderscheiden is de waarheid waziger dan wat je ziet na een overdosis viagra.

“Moedertjelief” zul je denken, “is er dan geen hoop?”. Dat ligt er natuurlijk aan wie je het vraagt, maar er gloort wel degelijk hoop aan de horizon. Facebook heeft aangekondigd om fake news aan te pakken. Het medium filtert kwaadaardige onzin uit de tijdlijn. Daar komt uiteraard een volledig nieuw krachtenspel van verantwoordelijkheden en invloed door naar voren, maar de intentie is vooralsnog goed.

Daarnaast zien we dat de late night shows in de Verenigde Staten een grotere rol in de nieuwsduiding beginnen te spelen. Last Week Tonight met John Oliver, The Late Show met Stephen Colbert, the Daily Show met Trevor Noah en het segment A Closer Look van Seth Meyers. Ze fileren elk met een variërende mix van fragmenten, onderzoeksjournalistiek en snedige humor de onderwerpen die ze aansnijden. De hilarische Brit John Oliver vogelde uit wat het kost om Trump’s muur daadwerkelijk te bouwen, informeerde de kijkers over de zin van net neutraliteit en berichtte hoe er bij het wereldkampioenschap voetbal in Brazilië omgesprongen werd met geld en mensenrechten.

De kwaliteitskranten die aangevallen werden door Trump groeiden in lezersaantallen in dit fake news tijdperk. Hoe meer ongefundeerde rotzooi je tegenkomt online, hoe meer behoefte er ontstaat om iemand te betalen voor goed geschreven en goed geïnformeerd nieuws.

Donald Trump is een wonderlijke pleitbezorger voor betere nieuwsvoorziening. De man die door het rechts conservatieve Breitbart de hemel in geprezen wordt en ondersteund met artikelen vol vage toespelingen en tackles op de man in plaats van de bal, heeft de behoefte aan topjournalistiek sterk vergroot. In Amerika wordt de handschoen opgepakt door veel partijen. In Nederland zagen we dat de website Follow The Money met een sterk stuk onderzoeksjournalistiek Henry Keizer van de VVD ten val bracht. Het is er de tijd naar.

Fake news is van alle tijden. Na de moord op Julius Caesar ontstond er een informatie oorlog tussen zijn mogelijke opvolgers: geadopteerde zoon Octavianus en bevelhebber en vertrouweling Marcus Antonius. Beide gebruikten ze poëzie en retorische kunststukjes om de ander neer te zetten als ongeloofwaardig leider. Octavianus zette Marcus Antonius succesvol neer als een ontspoord soldaat. Een dronkenlap die vrouwen verslijt en die niet in staat zou zijn om te leiden. Door zijn affaire met Cleopatra had hij bovendien bewezen dat hij niet trouw aan zijn land had kunnen zijn. Het voelt allemaal benauwend bekend voor wie Trump heeft gehoord over Clinton tijdens zijn campagne. “Lock her up”. Clinton zou met Benghazi en haar e-mailaffaire bewezen hebben niet in staat te zijn om het land te leiden. Trump won, Octavianus won.

We zijn niet bevrijd door de informatie die zo toegankelijk is geworden. We zijn eerder uit elkaar gedreven. De waarheid ligt ergens op ons te wachten, maar het woud aan desinformatie, verdraaide perspectieven en tactisch taalgebruik betekent dat we (net als altijd) dappere, onafhankelijke journalisten nodig hebben. Maar dat we boven alles ook inzicht moeten krijgen in onze eigen blinde vlekken en vooroordelen. En ook eens nieuws moeten consumeren van een betrouwbare bron met een andere achtergrond. Fake news zal niet verdwijnen, maar we hebben allemaal een aandeel in de macht die het heeft.