Drie manieren om te herkennen dat een beeld nep is

1. Let op de verlichting
In veel bewerkte foto’s worden mensen en objecten toegevoegd of juist weggehaald. Sommige vervalsers letten daarbij niet op de belichting. Mis je een schaduw of zijn delen van een foto veel lichter of donkerder dan andere, dan zou je nog weleens met een nepper te maken kunnen hebben. Tegenwoordig biedt Photoshop mogelijkheden om goedgelijkende schaduwen toe te voegen en delen van het beeld te ‘burnen’ (donkerder te maken) of te ‘dodgen’ (op te lichten), waardoor dit criterium lang niet altijd uitsluitsel biedt.

2. Ogen zeggen alles
Je ogen focussen zich voortdurend op zaken die om je heen gebeuren. Let op de kijkrichting van mensen in beeld. Op scherpe foto’s zijn veelal ook weerspiegelingen en ‘lichtjes’ in ogen zichtbaar van gebeurtenissen om de personen heen. Ogen verraden ook of het licht is of juist donker: heeft een persoon op de foto samengeknepen ogen, maar doet de maker van de foto geloven dat het avond of nacht is, dan is het misschien een fake.

3. Camerasporen
Door de voortschrijdende techniek verschillen de meeste fotoafdrukken op het blote oog niet veel meer van elkaar in kwaliteit. Maar als je een foto onder de microscoop legt, zal je al snel ontdekken dat camera’s niet altijd evenveel pixels (puntjes) per oppervlakte-eenheid afdrukken. In samengestelde foto’s wisselt het aantal pixels per oppervlakte. Ook kleurschakeringen wijken af bij foto’s die door verschillende camera’s zijn gemaakt. In Photoshop is minutieus te zien hoe de kleur in een foto is opgebouwd; bij opmerkelijke veranderingen moeten de alarmbellen gaan rinkelen.