‘Bloed doneren minder stressvol in thuisomgeving’

Tijdens het doneren van bloed kan de stress verminderd worden door een huiselijke omgeving te creëren, dat blijkt uit onderzoek van Maurits Hoogewerf. De reden voor het onderzoek was om te kijken of mensen vanwege stress stoppen met bloeddonatie. Iets wat inderdaad één van de oorzaken blijkt. ‘Het zou helpen als de medewerkers geen enge witte jassen dragen. Je kunt bijvoorbeeld de steriele sfeer van het ziekenhuis vervangen door een huiskameromgeving’, aldus Maurits. Gemiddeld haken donoren na drie of vier keer af.

De stress vindt niet alleen plaats door de omgeving, maar ook door de haast die sommigen hebben, vooral als de donoren in kwestie kinderen hebben. Maurits Hoogewerf pleit dan ook voor een crèche bij de bloedbank. ‘Ren niet direct van je werk naar de bloedbank. Ik zie soms moeder die gehaast hun kind uit de crèche halen en met kind op schoot komen doneren. Misschien kan de bloedbank zorgen voor kinderopvang, zodat de ouders in rust bloed kunnen komen geven.’

Stijgende bloeddruk

Het onderzoek vond plaatsen onder 400 personen. Daaruit bleek dat mensen vooral tijdens het inprikken van de naald de grootste stress ervaren. Daarnaast ontstond er bij de proefpersonen ook meer stress wanneer vooraf de gezondheidstest werd gedaan. Vaak was er dan sprake van een stijgende bloeddruk, een versnelde hartslag en de aanwezigheid van het stresshormoon cortisol in het bloed.

Een vragenlijst zorgde ervoor dat de hoeveelheid psychische stress gemeten kon worden. Opvallend was dat mensen die twintig keer (of nog vaker) bloed hadden gegeven nog nauwelijks stress ervoeren. ‘Kennelijk vinden nieuwelingen het eng, maar na tien keer wordt het routine. Ga vaker doneren. Dan raak je gewend en verdwijnt de stress grotendeels’, aldus Hoogerwerf in AMC Magazine.

Invloed op kwaliteit bloed

Hoewel het aannemelijk lijkt dat stress de kwaliteit van het bloed (negatief) beïnvloed, is volgens Maurits niet het geval. ‘De kwaliteit van het bloed lijdt nauwelijks onder de stress. Er zijn kleine verschillen te zien in de mate van bloedstolling, maar niet zo sterk dat dit de kwaliteit van het bloed beïnvloedt.’

 

Bron: nu.nl