Bibliotheek van de nostalgie

Hoe kan een gebouw té mooi zijn, té vooruitstrevend of té groots? Veel uitzonderlijke ontwerpen van Nederlandse innovatieve architecten zijn nooit verder gekomen dan de tekentafel. Waren de plannen wél uitgevoerd, dan had het er hier zoveel anders uitgezien. Dirty Science brengt enkele van deze innovatieve ontwerpen tot leven.

Een tweede Paleis op de Dam
Willem Kromhout (1864 – 1940) was een gerespecteerde Rotterdamse architect met een kantoor in Amsterdam. Hij ontwierp ondermeer het Nederlandse paviljoen op de Internationale Tentoonstelling (wereldtentoonstelling) van 1915 en het American Hotel aan het Leidseplein in de hoofdstad.

Zijn ontwerp voor een volledige renovatie van de Dam kwam er bij het Amsterdamse Gemeentebestuur echter niet doorheen. Kromhout wilde over de gehele lengte van de Oostzijde van de Dam, op de plaats van het huidige Grandhotel Krasnapolsky, een gigantisch complex aanleggen met twee herkenbare torens en een wijde poort naar de achterliggende wijk. Het gebouw moest niet alleen plaats bieden aan appartementen, maar ook aan meerdere luxe boetieks, restaurants en een hotel. Een tweede Paleis op de Dam, zoals wethouders het ambitieuze project noemden, was volgens hen niet nodig.

Kromhout is overigens niet de enige die zich het hoofd gebroken heeft over het herstel van de oude glorie van het centraal gelegen plein. Vóór de aanleg van het paleiselijke gebouw van de Bijenkorf en, meer richting het Centraal Station, de bijna industriële Beurs van Berlage, werden eind negentiende eeuw vele tientallen ontwerpen ingeleverd voor spectaculaire nieuwbouw in het centrum. Het winnende bouwplan van Fransman Louis Marie Cordonnier voor de Koopmansbeurs aan het Damrak – een rijkversierd classicistisch bouwwerk – werd uiteindelijk afgekeurd omdat het een kopie zou zijn van het stadhuis in La Rochelle in het Zuidwesten van Frankrijk.