Ben van Berkel: “Meer een lab dan een ontwerpbureau”

Foto Ben van Berkel, door Els Zweerink

Ben van Berkel is de starchitect die samen met zijn businesspartner Caroline Bos doorbrak met de Erasmusbrug. Hij doceert aan Harvard, vergaarde wereldfaam met het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart en zag onlangs eindelijk het nieuwe Centraal Station van Arnhem geopend worden. Bij UNStudio in een kruipdoor-sluipdoorpand aan de Amsterdamse Stadhouderskade werken meer dan 150 mensen uit de hele wereld.

In Frankfurt werkt UNStudio momenteel aan een heel nieuw stadsdeel met vier grote torens. Daarmee bepalen jullie de leefomgeving van duizenden mensen. Dat is nogal een verantwoordelijkheid.
“Zeg maar gerust 10.000 mensen. Ik weet het. Daarom vind ik ook dat je als architect een publieke verantwoordelijkheid hebt om te communiceren over je werk. Omdat het betrekking heeft op heel veel gebruikers. Wij proberen altijd mensen te verbinden en een gebouw sociale kwaliteiten te bten genereren. In Frankfurt gaan we verschillende functies bij elkaar brengen: wonen, werken, sporten, cultuur, het city-for-all idee met grote dakparken en nieuwe technologie.”

UNStudio staat bekend om zijn brede visie op architectuur. Sociaal, technologisch en met veel uitwisseling met de wetenschap. Vanuit welke filosofie steek je zo’n project in?
“Ik hoop dat het resultaat flexibel wordt, sustainable en gezond. Want we hebben het veel over de planeet als het gaat om duurzaamheid, maar we vergeten vaak het indoor-klimaat. We brengen 80% van onze tijd binnen door. In de meeste kantoren en ook huizen is de luchtkwaliteit enorm ongezond. Onlangs hebben we in Groningen in kantoren een afzuigconstructie gebruikt die eigenlijk bedoeld is voor de operatiekamers van ziekenhuizen, waarbij de lucht via de vloer verdwijnt en bacteriën zo niet door de lucht dwarrelen. Ze hebben daar nu 10 procent minder ziekteverzuim. Dan weet je dat je op de goede weg bent als architect. De nieuwste generatie opdrachtgevers – de start-upgeneratie – richt zich gelukkig op die meerwaarde van architectuur, voor de maatschappij en het bedrijf. Dat is een een ongekende verandering, ook voor ons.”

Soms – zoals bij Arnhem Centraal Station – zit er wel 20 jaar tussen ontwerp en uitvoering. Hoe anticipeer je op de toekomst?
“Dat is het leukste onderdeel van het vak: dat je zeker vijf, vaak wel tien jaar vooruit moet kijken. We hebben intern een Future Department. Daar verzamelen we hoogwaardige kennis over duurzaamheid, gezonde materialen en doen we voorspellingen over hoe wonen en mobiliteit zich gaan ontwikkelen. We zijn inmiddels meer een lab dan een ontwerpbureau. Je kunt niet alles voorspellen, maar we weten wel vaak met behulp van patronen en ervaringen uit het verleden waar we op moeten letten. Ik vind het een heel groot compliment dat men het station in Arnhem, dat dus al 20 jaar geleden bedacht is, nog steeds futuristisch vindt.”

Maar dan zit je opeens wel opgescheept met lelijke toegangspoortjes.
“Ach, die verdwijnen wel weer. Natuurlijk is het vervelend als een mooi gebouw te maken krijgt met dit soort aanpassingen, maar ik ben een ongekende optimist. We puzzelen net zo lang tot ik zeker weet dat je niet meer ziet dat het geen onderderdeel was van het oorspronkelijke ontwerp. Dat lukt niet met alles, maar het is wel het streven.”

Volgen jullie het gebruik van gebouwen die al gebouwd zijn?
Lacht: “Goede vraag! Dat vragen veel opdrachtgevers niet eens. Ja, dat doen we, omdat we willen leren. Soms werkt een ontwerp niet zoals je wilt, of zoals opdrachtgevers willen. We werken al aan ideeën voor het aanbieden van een maintenancepakket, waarin je na enkele jaren kunt bijsturen.”

UNStudio heeft een lange staat van dienst. Helpt die berg ervaring?
Van Berkel knikt nadrukkelijk. “Oh já. Design is trained judgement. Ik merk dat ik de laatste jaren veel sneller kan werken, keuzes maak en meer meesurf op de kennisstroom van hoe je ontwerpen waarde kunt geven. Ik heb ook geleerd om op die kennis te vertrouwen. Als er iets in het ontwerp zit wat een opdrachtgever graag wil maar wat niet werkt, dan ga ik niet akkoord. Veel architecten hebben teveel respect voor de opdrachtgever. Voor mij geldt dat de dialoog moet kloppen. Dat bepaalt of ik klus aanneem of niet.”

Heb je nog een echte droomklus?
“Ik zou graag een groot vliegveld ontwerpen. En een ziekenhuis. Ik haal veel kennis uit ziekenhuizen, ik vind het zo’n mooie interessante wereld.”